‘De kleurplaat’

Een oud mannengezicht ligt begraven in gerimpelde vingers. De eigenaar leest een zelfhulpboek over Windows-computers. Lijdend aan zijn gebrek aan digitale kennis, lijdend aan zijn leeftijd, lijdend aan zijn gedachtengang fronzen zijn wenkbrauwen diep. De man is patiënt van zichzelf. Hij zegt de oorlog als kind te hebben meegemaakt. Misschien staat deze strijd als intenser gegrift in zijn bewustzijn. Een meisje, gehuld in een roze rok, huppelt minzaam aan hem voorbij voordat Geronimo Stilton haar aandacht opeist. In haar ogen silhouetteert de jeugd, in haar piephoge geschreeuw onbevangenheid. Een groter contrast is moeilijk denkbaar.

Pluriformiteit in de Dukenburgse bibliotheek beperkt zich niet tot leeftijd; zwarte kindjes lopen haast hand in hand met hun witte wederhelften om gezamenlijk tot een boekkeuze te komen. Wederom is Geronimo Stilton in trek. Alhoewel ze aangeven dat de vrije wil ondergeschikt is aan schoolverplichtingen. Ondanks dat benadrukt de bieb het bestaan van de pluriforme samenleving. In zekere zin dient ze als guillotine voor argumenten die het tegendeel kracht bij zetten. Er is, samenleving breed, geen plek zo divers als de bibliotheek. Zeker de Dukenburgse bibliotheek.

In tegenstelling tot voorgaande jaren wordt de bibliotheek als essentieel bestempeld. En dat is maar goed ook. Waar individualisme als een parasiet het brein inkruipt van de mens (zeker in de lockdown), vieren diversiteit en saamhorigheid hoogtij tussen de bibliotheekmuren. In de publieke opinie wordt pluriformiteit geschetst, in de bibliotheek uitgetekend.

Chard van den Berg