Chard van den Berg

‘Beveiliger’

Ondanks dat ik inmiddels al maanden in Dukenburg woon, rijst bij mij nog altijd de verbazing als ik de Albert Heijn van Meijhorst binnenwandel. Wanneer het geluid van een pingelende gitaarspeler op de achtergrond wegsterft, spot ik altijd vrijwel direct een grote beveiliger. Zijn brede postuur en starre blik staan in contrast tot de brede glimlach die niet veel later op zijn gezicht verschijnt.

Voor mij blijft zo’n beveiliger tussen de winkelwagentjes toch wat onwennig. Het idee dat een supermarkt niet zonder beveiliging zou kunnen, getuigt namelijk van weinig vertrouwen ten overstaan van de bezoeker. Of dit wantrouwen rechtvaardig is, is een interessant doch te complex vraagstuk om uit te werken in tweehonderd woorden.

Wat ik me wel besefte is dat het in het dorp waar ik oorspronkelijk vandaan kom het volkomen ondenkbaar zou zijn. Eerlijkheidshalve, ik moet bekennen dat die paar bejaarde, achter rollators verscholen bejaarde inwoners van het dorp nu niet bepaald de indruk wekken uit te zijn op onruststokerij. De Dukenburgse populatie is natuurlijk, in demografische zin, een stuk meer divers.

Tegelijk toont een beveiliger in de supermarkt aan dat de idylle van de Nederlandse zachtaardigheid en het blinde vertrouwen in elkaar, definitief is komen te overlijden. Als ik het wel heb zijn beveiligers in supermarkten een Amerikaanse vinding. En hoewel het land met de vijftig staten zo zijn positieve aspecten heeft, is het wantrouwen ten opzichte van de mens daar geenszins een voorbeeld van.

Chard van den Berg

‘Solidariteit’

Voor de Albert Heijn staat een groepje mannen te babbelen. Ze hebben flyers bij zich waar twee foto’s van Kharkov op staan. Een foto toont de stad in volle glorie, de ander is duidelijk genomen nadat de Russen hebben toegeslagen. Ontredderd en overmand door sentiment besluit ik ze een kwartje te geven.

Op de weg terug zie ik meermaals de Oekraïense tweekleur achter woonkamerramen verschijnen. Een creatieve wijkbewoner heeft een gele onderbroek onder een blauwe gehangen. Solidariteit met de medemens is de Dukenburger kennelijk niet vreemd. Alhoewel, solidariteit en betrekkelijkheid zijn niet zonder elkaar te zien. Waarom valt men in gescheurde kleren neer voor Oekraïners, maar blijft eenzelfde soort commotie uit in het geval er in Afrika een conflict van vergelijkbare of grotere omvang uitbreekt? Concreet geformuleerd: waarom hebben we medelijden met de Oekraïners terwijl we dat nauwelijks hadden met de vijfhonderdduizend skeletten onder de grond van Ethiopië en Sudan? Zeker in een wijk met de diversiteit van Dukenburg zou je verwachten dat men verder kijkt dan de beelden die het nieuws voorschotelt. Een massale hoeveelheid Oost-Afrikaanse vlaggen moet ik nog zien.

Als ik de mannen voor de Albert Heijn de volgende dag op vriendelijke toon mijn vragen stel, worden er schouders opgehaald. Een man zegt uiteindelijk: “Je voelt empathie met degenen die het dichtst bij je staan.”

Exact, denk ik. Solidariteit heeft volgens het woordenboek iets te maken met empathie en de medemens, maar voor een aanzienlijk deel is het een individuele aangelegenheid.

Chard van den Berg

‘Het verdriet van Dukenburg’

Het is 21.30 uur. Een groepje hangjongeren, grotendeels met een zichtbare migratieachtergrond, heeft zich verzameld bij de achterzijde van Winkelcentrum Dukenburg. Ze bespreken de politiek. Slechts een tweetal, uit het clubje van twaalf, heeft de moeite genomen om te gaan stemmen afgelopen gemeenteraadsverkiezingen. De rest zegt niets met de politiek op te hebben en meent dat de politiek voor hen niets betekenen kan. Voor hen wisselen de figuurtjes achter de katheders een beetje van gedaante, maar wezenlijke verandering treft hun blikveld mondjesmaat. De oudere, mannelijke grijsaard staat aan het roer van de politiek op zowel landelijk als gemeentelijk niveau vinden ze. In eerste instantie vind ik het maar oppervlakkig geratel in de wind. Het stemrecht, waar menig druppeltje bloed voor gevloeid is, moet je benutten heb ik geleerd.

Op de fiets terug besef ik dat het mijn gedachten zijn die op oppervlakkigheden berusten. De jongeren worden namelijk weinig gemotiveerd om te gaan stemmen. An sich is Nederland niet het land van de sentimentele sprekers en opzwepende redenaars. Onder die omstandigheden mag het geen verrassing heten dat Nederland opgescheept raakte met Jan-Peter Balkenende. Niettemin zijn inspirators nodig om de vergeten kiezers, zoals de hangjeugd in Dukenburg, een hand toe te steken en ze naar het stemlokaal te begeleiden. Men heeft een messias, een bevrijder nodig. In radicaal-rechtse contreien is hij gevonden in de geraamte van een man met gebleekte haren en zuidelijk accent. Voor de jongeren in Dukenburg moet hij, of zij, kennelijk nog geboren worden.

Chard van den Berg

‘Liefde in Red Bull blikjes’

Ze staren elkaar aan terwijl kleine zonnestraaltjes het meertje van Staddijk zachtjes opwarmen. Speels, lief, vol concentratie treffen haar ogen de zijne. En zijn ogen de hare. Alsof iedere passant ze koud laat en mag oplossen in een zee van onbeduidendheid. Ze omringen zich met zichzelf en dat is meer dan voldoende. Een zoen volgt.

Hij schrikt en zijn gezicht wordt bekleurd door rode tinten. Zij lacht, zoals meisjes lachen wanneer ze op de hoogte zijn van een opgewonden jongenshart. Ze legt haar handen rond zijn ietwat gebogen nekwervel en zoent hem, opnieuw.

Mijn aanwezigheid wordt opgemerkt als ik ze te lang blijk te bespieden. Ze kijken om. De jongen trekt rood, nog roder dan eerst, weg. Het meisje geeft me een ontspannen handgebaar en nodigt me uit om een blikje Red Bull te drinken. Hoewel ik energiedrankjes suikerhoudende rommel vind, besluit ik dat het aanbod weigeren niet zo beleefd is. Later praten we als een drietal over de pretentie en de zinloosheid van onze wetenschappelijke studies (in de regel zijn de bijvoeglijke naamwoorden synoniemen van elkaar) en hebben het over de liefde. Ik benijd hun geraamte waarin het onderscheid tussen hem en haar volkomen vervaagd lijkt. Wetende dat mijn geraamte bestaat uit een enkelvoudige, schimmige ziel.

Op de fiets terug overheerst vertedering; de dood houdt geen rekening met aantallen. Maar als ze je nu eenmaal treft, is het vast leuker om vergezeld te worden.

Chard van den Berg

‘De kleurplaat’

Een oud mannengezicht ligt begraven in gerimpelde vingers. De eigenaar leest een zelfhulpboek over Windows-computers. Lijdend aan zijn gebrek aan digitale kennis, lijdend aan zijn leeftijd, lijdend aan zijn gedachtengang fronzen zijn wenkbrauwen diep. De man is patiënt van zichzelf. Hij zegt de oorlog als kind te hebben meegemaakt. Misschien staat deze strijd als intenser gegrift in zijn bewustzijn. Een meisje, gehuld in een roze rok, huppelt minzaam aan hem voorbij voordat Geronimo Stilton haar aandacht opeist. In haar ogen silhouetteert de jeugd, in haar piephoge geschreeuw onbevangenheid. Een groter contrast is moeilijk denkbaar.

Pluriformiteit in de Dukenburgse bibliotheek beperkt zich niet tot leeftijd; zwarte kindjes lopen haast hand in hand met hun witte wederhelften om gezamenlijk tot een boekkeuze te komen. Wederom is Geronimo Stilton in trek. Alhoewel ze aangeven dat de vrije wil ondergeschikt is aan schoolverplichtingen. Ondanks dat benadrukt de bieb het bestaan van de pluriforme samenleving. In zekere zin dient ze als guillotine voor argumenten die het tegendeel kracht bij zetten. Er is, samenleving breed, geen plek zo divers als de bibliotheek. Zeker de Dukenburgse bibliotheek.

In tegenstelling tot voorgaande jaren wordt de bibliotheek als essentieel bestempeld. En dat is maar goed ook. Waar individualisme als een parasiet het brein inkruipt van de mens (zeker in de lockdown), vieren diversiteit en saamhorigheid hoogtij tussen de bibliotheekmuren. In de publieke opinie wordt pluriformiteit geschetst, in de bibliotheek uitgetekend.

Chard van den Berg