Toon Kerssemakers

'Robots'

Nee. Ik ben niet gestoord. In deze 100ste Dukenburger wil ik schrijven over de Dukenburger 200. Die verschijnt in februari 2031. Aanleiding: een akelige droom over robots die mijn werk bij de krant zouden overnemen. Journalistenrobots. Toine Heijmans schreef al over experimenten hiermee in november 2019 (de Volkskrant). Droevig zette ik tijdens deze nachtmerrie de computer aan om mijn laatste stukje te schrijven. Oeps, stroom op. Dat betekende dat ik de deur uit moest. Stroom was op rantsoen sinds een wekenlang durende storing in 2027. In de jaren daarvoor was het verbruik gigantisch toegenomen. Het elektriciteitsnet was niet meegegroeid. Gevolg: een enorme crash. Als noodmaatregel waren in Winkelcentra Weezenhof, Meijhorst en Dukenburg drie windpalen (moderne windmolens zonder wieken) neergezet. Met kastjes voor wijkbewoners om via een code stroom te kopen.

Weer thuis werkte ik verder aan mijn stuk. Een reportage over een chatsessie van bewoners met gemeentelijke robots over nieuwbouw in Dukenburg. Het grootste deel van inspraaktrajecten werd sinds enige tijd door robots afgehandeld. Veel bewoners waren over die plannen absoluut niet te spreken Volgens de gemeente moest het elektriciteitsnet in Nijmegen Noord gespaard worden. Er kon geen enkele woning meer bij. Daarom was in Dukenburg nieuwbouw nodig omdat hier ruimte was. Dat hield in dat 50 procent van het groen opgeofferd zou worden. Wel zou Dukenburg eindelijk nieuwe voorzieningen krijgen, waaronder een volledig geautomatiseerde Stadswinkel. Aan andere agendapunten (verwaarlozing van winkelcentra, veiligheid, uitbreiding aantal Skaeve Huse en openbaar vervoer) kwam men niet meer toe. Er was overigens nog wel een positief punt: na tien jaar onderhandelen konden tien appartementen van de Doekenborg worden bestemd voor 73-plussers. Mits twintig jaar wonend in Dukenburg. Een luide bonk onderbrak mijn getyp. Vond mijzelf bibberend terug naast bed, waar ik uitgevallen was. Zwetend van deze robotnachtmerrie. Wat was ik blij dat alleen mijn bril weg was en niet mijn baan. Helemaal opgemonterd tikte ik deze column. Speciaal voor de Dukenburger nummer 100.

Toon Kerssemakers

'Zagen'

Het gebeurt soms. Een deuntje dat niet uit je hoofd gaat. Een oorwurm noemen ze dat. Bij lezen heb je ook zoiets. Een tussenzinnetje in onze Dukenburger meldde vervanging van alle populieren bij het Orangeriepad (septembernummer, Lankforstpagina over landgoed Duckenburg). Die zin bleef knagen. Dat knagen werd jeuken toen iemand vertelde dat er - volgens insiders - een mega-operatie bomen kappen aanstaande is. Vanwege veiligheid, ouderdom, hobbels in fietspaden of aanleg van 5G-kabels. Moeten we daar moeilijk over doen? Dacht het wel. Bomen zijn namelijk een van de betere uitvindingen van de natuur. Zij ondersteunen perfect en goedkoop (!) het milieu. Ze zijn een grote hulp bij zomerhitte. Enzovoorts. Ons stadsdeel heeft veel bomen. En daar zijn Dukenburgers trots op. (Al moet dit seizoen hard gewerkt worden om blad op te ruimen.) Soms wordt er een onveilig. Dan moet gekapt worden. Waarom – zo bleef het als een processierups jeuken – was dat kappenplan tussen de regels door geschreven? Gaat het inderdaad om een mega-operatie? Mogen we het niet weten? Zijn die bomen wel onveilig? Zijn er kapplannen voor andere wijken? Nepnieuws? Kan er wat tegen gedaan worden? Allemaal vragen die bij me opkwamen. Bij kappen van bomen hanteert de gemeente de stelregel dat iemand bezwaar kan maken als hij minder dan 100 meter van een boom woont. Of als hij/zij die boom vanuit huis kan zien. Formeel is online te vinden wanneer een vergunning moet worden afgegeven. Het is echter net zoals bij klantenservices van bedrijven: je zoekt je een ongeluk om meer aan de weet te komen. Laat staan dat je iets vindt over toekomstplannen. Voordat je het weet, ben je te laat.

Dus gemeente, vertel ons over toekomstige kapplannen. Vertel het desnoods nog een keer. In simpele bewoordingen. De gemeentepagina’s in de Dukenburger zijn prima te gebruiken. Natuurlijk ontstaat er soms opwinding. Maar het gaat wel ergens over. Of niet soms? Niet kunnen vragen en toch zagen? Dat doen we niet met elkaar. Of ben ik nu een zagende (Vlaams voor zeurende) Dukenburger?

Toon Kerssemakers

'420 banen'

‘Geen eten.’ Met een ‘meteen naar bed’ als toevoeging. Dat kreeg ik vroeger te horen als ik stout was geweest.

Onlangs, toen ik in het ziekenhuis lag, gebeurde het weer: ‘Geen eten.’ Zonder ‘meteen naar bed.’ Daar lag ik al in. ‘Het staat in de computer’, was nu het argument. Een nacht wachten op eten hoefde ik echter niet. Een ervaren verpleegkundige hielp me uit de brand door de catering te melden dat mijn behandeling was uitgesteld. En ik gewoon kon eten. De mail van de afdelingsarts hierover was niet doorgekomen. Als troost kreeg ik een extra ei.

In het ziekenhuis kun je niet om computers heen. Je wordt bij opname verbonden aan een monitor, waarop allerlei gezondheidszaken te zien zijn. Bij controle wordt eerst naar het scherm gekeken. Ik heb grote bewondering gekregen voor de snelheid waarmee medewerkers alle gegevens weten te verstouwen. (Je kunt alles zelf digitaal volgen op jouw persoonlijk account. Soms in het Engels of medisch potjeslatijn.) Al met al een grote, steeds groeiende stroom data, die in de gaten gehouden moeten worden. Je zou denken: er moet méér zorgpersoneel bij. Niet dus. In Nederland verwachten rekenmeesters in 2040 een tekort van 350.000 zorgbanen (dagblad Trouw op 12 september jongstleden).

Voor Dukenburg omgerekend praat je dan over een tekort van 420 voltijdsbanen. ‘Automatiseer dan maar’, wordt vervolgens geroepen. Ik moet er niet aan denken. Zorgvuldig en ervaren personeel blijft nodig voor persoonlijke zorg en aandacht: om goed te kunnen genezen; om vastlopen van processen te vermijden, zodat je niet een nacht zonder eten blijft. En om zoveel meer redenen natuurlijk. Investeren in mensen in plaats van in robots. Hoe moeilijk kan het zijn?

Er komen weer acties in de zorg. Eén dag alleen maar spoedgevallen. Lastig? Natuurlijk. Maar de laatste weken heb ik gezien hoe belangrijk verbeteringen van werkomstandigheden voor zorgmedewerkers zijn. Doe je niets dan heb je binnen de kortste keren inderdaad pratende robots aan je bed.

Willen we dat? Nou dan.

Toon Kerssemakers

'Deskundige(?) ramptoeristen'

Altijd duiken ze op na verkiezingen. Deskundigen(?) die op bezorgde toon verklaren waarom stemgedrag in Dukenburg en Lindenholt zo afwijkend is. Wie hier ook wint - SP, Forum voor Democratie, PVV of Partij van de Arbeid - altijd hebben lage opleiding en/of wegblijvers de schuld.

Waarom? Omdat dit soort teksten lekker ‘bekt’, zo begreep ik van een journalistieke kennis. Bij volgende verkiezingen komen deze deskundige ramptoeristen dus vast en zeker weer terug. Ik hoop dat het gedegen verkiezingsonderzoek van collega’s Toine en Janwillem (zie elders in dit nummer) dan wel gelezen is. Eén tekst raakte mij de afgelopen weken. De eerlijkheid van een geïnterviewde uit Bottendaal in een AD-/Gelderlander-artikel. Over twee soorten Nijmegen. Deze persoon zag geen enkele reden voor een bezoek aan het westen (lees onze stadsdelen). ‘Zelfs met een rondje op de racefiets kom ik er niet.’ (Verder fietsen is overigens best gezond.) Daarnaast roemt hij korte lijntjes die Bottendalers hebben met de politiek. ‘Een probleem is zo aangekaart en er wordt vaak ook wat mee gedaan.’

Respect voor deze directheid. Meestal wordt afkeer van Dukenburg vaag geformuleerd. De tekst is wel schokkend. Het is opvallend dat vanuit de politiek hierop nog niet gereageerd is. Zou door hen dan toch niet van Dukenburg gehouden worden, zoals Guus Kroon zich al afvroeg in zijn column in de vorige Dukenburger?

Maar geen doemdenken. Ik heb het volste vertrouwen dat de miljoenen euro-plannen voor Dukenburg - aangegeven in een brief van Burgemeester en Wethouders aan de gemeenteraad vorig jaar - binnenkort aan de orde komen. Wel een oproep: Gemeenteraad, bespreek deze plannen met ons. Doe zoals Heumen: kom met een aantal circustenten in onze zeven wijken. We hebben mooie lege plekken: het roc-terrein in Zwanenveld, de lege plek van boerderij Meijhorst, de lege plek bij Winkelcentrum Weezenhof, enzovoorts. Dat wordt dan echt een voorbeeld voor inspraak nieuwe stijl. (Deskundige ramptoeristen zijn van harte welkom.)

Waar een wil is, is een weg. (Sorry, die ouderwetse en oubollige zin glipte nog even mee.)

Toon Kerssemakers

'Kansloos'

‘Kansloos type, wat heb je nou weer geschreven?’

Maandagochtend: bij pinautomaat in Zwanenveld. Een harde stem. Een dreun op mijn schouder als een sloopkogel. Omdraaiend omhoogkijkend naar bijna 2 meter Dolf. Beroepsmopperaar. Een topmodel boze witte man…

Ik mag Dolf: een reus vol foute opmerkingen. Met gouden hart. Door werk en liefde naar Dukenburg gekomen. In de oorlog opgezadeld met voornaam Adolf. Een familietraditie, want oudste zonen moesten zo heten. Dat Hitler dezelfde voornaam had, was voor vader gevalletje jammer dan, maar principes zijn principes. Dat heeft Dolf geweten. Pesten, hem nazi noemen: het droeg bij aan zijn boosheid. ‘Waar blijven wíj nou? Daar schrijf je niks over.’ Met hem was ik nog niet klaar. ‘Denk je dat Dukenburgers jouw chagrijn willen lezen?’, vroeg ik later bij een kop koffie? ‘Mooi niet. Ik ga schrijven over Pedro. Een kind, trots opkijkend naar zijn vader toen hij officieel Nederlander werd. Toen burgemeester Bruls zijn vader en 28 andere nieuwe Nederlanders beëdigde tijdens een mooie ceremonie in de raadszaal. Iedereen blij om na zoveel inspanningen nu Nederlander te zijn. Nadat ze door werk, liefde of oorlog hier waren gekomen.

Ik schrijf over Pedro, die enthousiast ja riep toen ook aan hem werd gevraagd of hij Nederlander wilde worden.’ (Alleen was hij teleurgesteld toen hij de burgemeestersketting niet kreeg. Hij wilde zijn vader daarmee blij maken.) Als je bij Dolf over kinderen begint, gebeurt er wat. Hij is tien jaar geleden pardoes in ijskoud water gesprongen toen een Turks neefje van zijn buurman dreigde te verdrinken. Ik zag na mijn woorden een traan. ‘Ja Dolf, eigenlijk schrijf ik toch een beetje over jou’, vervolgde ik plagerig. Met een ‘wat ben je toch een grote zwetser’ en nog een sloopkogel op mijn schouder liep hij naar de viskraam. Van een afstand bekeek ik hem. 1,90 meter rust. Zachte blik. Hoezo boze witte man?

Toon Kerssemakers