‘Klein, maar niet echt fijn’

Eigenlijk schaam ik me om voor kleine onrechtvaardigheden op te komen terwijl er elders zoveel leed is. Maar de vorige column van collega Chard over jongeren in Dukenburg stimulerende mij om dit nu wèl te doen. Toen ik zijn verhaal las, moest ik denken aan alle mist rondom het verdwijnen van het trapveldje achter Michi in park Staddijk.

Waarom was dat weghalen nodig? Wie nam dat besluit? Met wie is overlegd? Waar komen argumenten vandaan zoals: “Er komt geen kip. Jongeren kunnen toch ergens anders voetballen met jassen als doelpalen? Gras genoeg.” Verder werd oorverdovend gezwegen wat er terug zou komen.

Overdag werd het trapveldje niet zoveel gebruikt, maar na schooltijd en in het weekend des te meer. Voetballende kinderen - weggekeken vanwege overlast in de speeltuin - vonden daar een prima plek en jongeren zaten er te chillen.

Wat nu? Er is groen genoeg in park Staddijk, maar het meeste gras is nu al zo hoog dat zelfs Messi geen behoorlijk schot kan afleveren. De bal stuitert alle kanten op. Een sliding kun je alleen nog maken dankzij hondenpoep. En jassen als doelpalen geven altijd gedonder of een doelpunt geldig is.

Hoe het ook kan, heb ik een tijd geleden in een oorlogsgebied in Zuid-Filippijnen meegemaakt. Voetballende jongeren kregen daar ruimhartig een zandveld binnen een overvolle kazerne. Die kazerne gaf oude granaathulzen, die gebruikt werden als doelpalen. Als een schot van de tegenpartij de huls liet omvallen, was dat een doelpunt. Niks poepende honden, niks overlast voor anderen. Simpel, maar de jongeren genoten.

Bij een wandeling door Staddijk zag ik dat van het trapveldje een zandvlakte was gemaakt, aangeharkt met zogenaamde Zen cirkels. Maar voor wie?

Vergeleken bij alle ellende in de wereld is dit mistig, stiekem lijkend gedoe een schijntje. Maar opnieuw laat het zien hoe er (niet) wordt nagedacht over méér mogelijkheden voor onze Dukenburgse jongeren.

Klein, maar niet echt fijn dus!

Toon Kerssemakers