‘Kinderen snappen de clou’

Aan viruswaanzin lijd ik niet, maar die coronabubbel blijft saai. Minder uitgaan, vakantieplannen wijzigen, beperkt contact met (klein)kinderen of vrienden, geen geknuffel enzovoorts. Maar dat is soms even minder belangrijk. Onlangs werd ik geraakt door drie verhalen die op het eerste gezicht weinig met elkaar te maken hadden. Allereerst had ik veel plezier over een opmerking van de beroemde goochelaar en illusionist Hans Klok in de Volkskrant: “Het is heel moeilijk kinderen voor de gek te houden. Als een kind een truc denkt door te hebben dan zitten ze vaak echt dichtbij de clou. Het gemakkelijkste vind ik een zaal vol wetenschappers: die denken zó ingewikkeld, die komen nooit achter een truc.”

De dag daarop las ik in Wijchen een mooie tekst van een leerlinge van het Maas –Waalcollege (zij had met andere kinderen samengewerkt aan een tentoonstelling over 75 jaar vrijheid): “Terwijl ik aan dit vrijheidsproject meewerkte, kreeg ik door dat dingen, die voor mij heel normaal zijn, vrijheid voor anderen kunnen betekenen.”

En weer vlak daarna vertelde een vriendin - opeens geëmotioneerd - hoe belangrijk Black Lives Matter voor haar is: “Ik kwam met mijn familie als zesjarig meisje vanuit Suriname in Nederland. We werden in Dukenburg geplaatst. Daarvoor stond ik nooit stil bij kleurverschillen. In Suriname speelt alles door elkaar: ik wist niet beter. Maar hier moest ik me aanpassen, want ik was een zwartje. Niet van hier. Tja, ik vond die woorden heel raar. Ik was niet wit. Aanpassen zou me nooit lukken. Dacht ik. Maar ik was heel bang dat hardop te zeggen. Nu pas doe ik het.”

Die verhalen blijven me bezighouden. Ze laten alle drie zien dat kinderen - ook al zijn ze soms bang om dat te zeggen – door hun onbevangenheid iets haarfijn kunnen aanvoelen. De clou raken, zoals Hans Klok zegt. Ze voelen goed aan dat mensen pijn kunnen hebben over iets waar anderen niet bij stilstaan. Zoals onvrijheid of racisme. Meer clou is niet nodig. Droom ik dan even.

Toon Kerssemakers