‘Corona-stiltegebied’

Je hebt van die voorjaarsdagen. Uitbundig zonlicht. Blauwe lucht. Beginnend groen. Bomen vol bloesem. Dukenburg op zijn mooist. In huis blijven is er niet bij. Gewoon lekker chillen op een bankje. Gezicht in de zon. En alles is goed. Nu is het anders. Zorgeloos buiten zijn kan niet meer. Binnen zitten is de norm, maar verschrikkelijk moeilijk. Tijdens de eerste mooie dag, bij het begin van de coronacrisis, hield ik het niet meer. Thuis regen kijken: daar is over te praten. Maar zonlicht zien achter glas: geen denken aan. Verstandig of niet: ik ging mezelf uitlaten. Naar park Staddijk. Even geen smartphone of ander thuiswerk scherm. Heerlijk leek me dat.

Ik dacht dat ik de enige was. Niet dus. Op mijn favoriete bankje bij de vijver zat een vrouw vol overgave te genieten van de natuur. Toen zij mij zag aankomen, werd ik echter meteen toegesproken. “Meneer pas op. Ik weet niet of dit bankje groter is dan anderhalve meter. Of u dus naast me mag komen zitten. Maar dit is wel een coronastiltegebied. Verboden op deze plek over corona te praten.” Voordat ik kans kreeg te reageren gaf zij het antwoord al. “Dat idee heb ik gepikt van de tv-serie over Hendrik Groen. Iedereen fokt elkaar op met spookverhalen. Dat gaat mij niet gebeuren.” Zij keek mij aan met een blik van: dat heeft dit meisje nou eens mooi gezegd. “Ja maar,” sputterde ik tegen, “de mensen willen hun verhalen toch ook kwijt.”

“Meneer,” reageerde ze, mij indringend aankijkend, “ik snap wat u bedoelt. Maar ik heb geleerd van mijn eigen ziekte: kanker. Iemand heeft mij aangeraden hoogstens twee kankergesprekken per dag te voeren. Anders maak je jezelf en je omgeving helemaal gek. Zo moet je dat ook bij die corona doen: twee gesprekken per dag. Maar niet op zo’n mooi plekkie.”

Zij stond op en liep richting Aldenhof. Ik ging even in stilte zitten op het bankje en keek naar de vijver. In het corona-stiltegebied. Het had wel wat.

Toon Kerssemakers