Toon Kerssemakers

‘Nieuw: gebiedstafels. Voor àl uw wijkproblemen’

Ik wil nu even nuilen (Nijmeegs voor zeuren) over een nieuwe gemeentelijke oplossing voor wijkproblemen: ‘gebiedstafels.’ Wat is dít nu weer, denkt u waarschijnlijk.

Eerst even wat uitleg. Niet zo lang geleden omarmde Nijmegen het wijkmanagement. De stad/gemeente moest naar de wijk toekomen. Dichter bij wijkbewoners staan. Dat betekende ondermeer voor elke wijk een wijkcentrum en het benoemen van een aparte wethouder wijken. Én er kwamen wijkmanagers.

Het idee van aparte wijkmanagers, die wijkproblemen concreet zouden aanpakken, was niet verkeerd, maar wel even wennen. Desondanks leerde Dukenburg de wijkmanagers Eric, Marjo en Manon vlug kennen en waarderen.

Deze zomer kwam plotseling een nieuwe maatregel. Per 1 september wordt het wijkmanagement opgeheven. Er komen ‘gebiedstafels.’ Aan die ‘tafels’ gaan ambtenaren van verschillende afdelingen problemen op het gebied van leefbaarheid in wijken bespreken en coördineren. Wijken houden wèl een vast contactpersoon. Eind augustus volgt meer informatie. Tijdens de rest van dit jaar zal praktijkervaring met de nieuwe werkwijze worden opgedaan(!) Zo staat het tenminste in een rondzendmail van de gemeente.

Vager kan het niet, dacht ik toen ik het las. Waarom de huidige heldere opzet voor het wijkmanagement inruilen voor zoiets onduidelijks als een ‘gebiedstafel?’ Waarom maanden gaan zoeken naar “nieuwe schoenen, terwijl de oude schoenen, die best wel lekker zaten, al bij de stort liggen?” Daarnaast lijken met de komst van “gebiedstafels” méér mensen nodig te zijn. Die, om het overzicht te houden, méér met elkaar gaan vergaderen. Waardoor ook méér bazen ergens toestemming voor moeten geven. Het oplossen van problemen kost daardoor méér tijd. Je kunt dan ook rekening houden met teksten als: “daar ga ik niet over, daarvoor moet u bij mijn collega zijn.”

Wijkbewoners zitten hier echt niet op te wachten. Daarnaast krijg ik nu al medelijden met de wijkcontactpersonen nieuwe stijl en gebiedstafel-ambtenaren. Die dreigen met al dat vergaderen niet aan gebiedstafels maar aan ‘nuiltafels’ te gaan werken. Nijmegenaren weten precies wat je dan kunt verwachten: niets.

Toon Kerssemakers

‘Nieuw ecobeleid: schapen of koeien naar Dukenburg?’

Een geheimzinnige titel maar ik kan het u uitleggen: volgens de Gelderlander vindt de Nijmeegse politiek dat bermen en grasvelden wilder moeten worden. Méér bloemen moeten noodzakelijke insecten binnen de stadsgrenzen houden. Dus wordt er minder gemaaid: in Dukenburg alleen in juli en september (volgens de Brug van 13 juni). Dat is het nieuwe eco-beleid waarbij Dukenburg voortrekker is. Geen ronkende maaimachines meer in de vroege ochtend. Laat de natuur zijn gang maar gaan.

En dàt kun je wel aan natuur overlaten. Binnen de kortste keren woekert het gras overal weelderig. Er komen fantastische soorten onkruid en wilde bloemen naar boven. Alleen in het najaar ziet het uitgebloeide spul er waarschijnlijk troosteloos uit.

Volgens een peiling vindt 60% van de Nijmeegse inwoners dit een goed plan.

Nextdoor laat ook een andere kant zien. Bewoners vinden Dukenburg lelijk geworden. Kruispunten worden onoverzichtelijk en gevaarlijk. Kinderen missen trapveldjes. Er wordt overlast gemeld van teken en hooikoorts. En het is moeilijk om op dat lange gras bij elkaar te zitten op een mooie zomeravond. Nèt nu dat na Corona weer mag.

Er zijn geruchten dat door de vliegende start van dit nieuwe ecobeleid nog een ander knelpunt gaat ontstaan. Kunnen de huidige maaimachines dit lange gras wel aan? Of moeten er andere, duurdere machines komen?

Mochten die geruchten kloppen, dan zijn daarvoor ook (ecologisch verantwoorde en goedkope!) oplossingen. Zoals deals met schaapherders. Hun schapen kunnen mooi afgebakende stukjes grond begrazen. Of misschien kunnen de runderen, die zo treurig verjaagd zijn bij de Spiegelwaal, losgelaten worden op de Dukenburgse grasvelden… In plaats van lawaaiige grasmaaiers landelijk koeiengeloei op de vroege morgen. Hoe mooi kan het zijn? Toch?

Tenslotte: dit minder maaien lijkt in theorie zeer verantwoord maar stelt eigenlijk niets voor als kettingzagen voortdurend Dukenburgs groen blijven slopen. Begin dit jaar was er een grote kaalslag bij het Maas-Waal Kanaal. En er is net veel bos gekapt in Zwanenveld. Zonder enige noodzaak! Nieuw ecobeleid met Dukenburg als voortrekker slaat op deze manier nergens op. Boehhh…

Toon Kerssemakers

‘Rotstreken’

Hebt ú ze al gehad? Van die betrouwbaar lijkende mailtjes waarin staat dat u 8 euro moet betalen om uw inschrijving bij Woningnet te verlengen? De afgelopen 14 dagen kreeg ik er twee. Nu heb ik me nooit als woningzoekende in Amsterdam en omgeving aangemeld dus was het me – gelukkig bijtijds – duidelijk dat het om nep-mailtjes ging. In Nijmegen en omgeving moet je je als woningzoekende aanmelden bij Entree en niet bij Woningnet.

En ook al heb je zo’n nep-mailtje nog niet gekregen, je kunt erop wachten. Maar kijk uit: het is troep, of het nu zogenaamd afkomt van Woningnet, Entree of andere instanties. Woningcorporaties vragen zo écht nooit om geld.

Het lijkt erop dat phishers (digitale oplichters) de laatste tijd misbruik maken van de snelgroeiende woningnood. Steeds meer mensen zoeken tevergeefs steeds langer naar een passende woning. Dan is het laatste wat je wil dat jarenlang opgebouwde rechten verloren gaan. En ja, dan gebeurt na zo’n nep-mail precies waar phishers op hopen. In paniek maak je dan snel geld over. Kassa dus voor phishers, maar jij bent er zelf niets wijzer van geworden.

Iets om je voor te schamen als het jou overkomt? Nee, natuurlijk niet. Geloof me, het kan iedereen gebeuren. Als je betaald hebt, houd het alleen niet voor jezelf, maar meld het (meteen!) bij de Fraude Helpdesk. Deze helpdesk probeert kwalijke praktijken zoveel mogelijk aan het licht te brengen.

Er zijn veel meer vormen van phishing. Vaak doorzichtig, soms heel gemeen. Zoals een regelmatig gesignaleerde (nep)app van kinderen of andere dierbaren met een noodkreet om zo snel mogelijk geld over te maken. Het gaat hierbij vaak om forse bedragen. Je bent extra kwetsbaar omdat iemand uit jouw omgeving in de problemen lijkt te zitten. Maar het gaat steeds om dezelfde truc: er wordt misbruik gemaakt van jouw zorgen om mensen die jou dierbaar zijn of van jouw paniek om geen woning te krijgen.

Ik heb er geen andere woorden voor: het zijn rotstreken!

Toon Kerssemakers

‘Te beroerd om te lezen?’

Dit verwijt zal u bekend voorkomen: “Had de gebruiksaanwijzing nou maar goed gelezen.” Eigen schuld dat het apparaat nu niet werkt. Dat laatste wordt niet zo bot gezegd maar wel zo bedoeld.

U bent niet de enige. Voorbeelden genoeg van dit soort verwijten. En niet alleen bij apparaten. Te beginnen met een reactie van minister Ollongren over stemmen per post. “Als mensen goed gelezen hadden, waren er veel minder problemen geweest met die enveloppen.” Dichter bij huis, bij de energietransitie in Dukenburg: “Kun je jouw huis niet warm houden met warmtepompen? Dat krijg je ervan als je de websites of informatiefolders niet bekijkt. Dáár staat alles in. Of bel het servicenummer.” Vraag eens rond bij familie, vrienden of kennissen wie er wél iets snapt van gebruiksaanwijzingen of websites: er komt geheid een stroom van klachten los. Al die info is zeker goed bedoeld. Maar als leek kun je er weinig mee.

En servicenummers bellen? Als die al te vinden zijn, zijn ze óf in gesprek óf er is een eindeloos keuzemenu te horen. Drie jaar geleden had ik voor de rubriek Oog voor Elkaar in de Dukenburger een gesprek over deze problemen met twee Dukenburgse taalambassadeurs Neriman en Tonnie. Die vertelden dat één op de negen Nederlanders niet voldoende (lees)vaardigheid heeft om mee te kunnen draaien in onze huidige tijd.

“Velen schamen zich ervoor dat ze teksten niet goed kunnen volgen. Daarom reageren ze niet op uitnodigingen om per mail (!) vragen te stellen als ze iets niet snappen.” Neriman en Tonnie deden veel moeite om websites en formulieren te controleren op leesbaarheid en daarover adviezen te geven. Dit belangrijke werk lijkt in coronatijd helemaal vergeten. Terwijl het nú net zo hard nodig is. Daarom mijn hartenkreet aan iedereen die gebruiksaanwijzingen, formulieren of websites maakt: laat uw teksten bekijken door taalambassadeurs of (in ieder geval) leken. Het zal u verrassen hoeveel minder gezeur het u oplevert. We zijn écht niet te beroerd om te lezen. Maar we willen het wèl snappen. Dit is een simpele gebruiksaanwijzing? Toch?

Toon Kerssemakers

Meer info: Klik hier voor de taalambassadeurs

‘Zo’n dag dus’

Daar is ie eindelijk. Die zonnige en zachte voorjaarsdag. Al meteen na opkomst doet de zon haar uiterste best en bedekt alle bomen, huizen en grasvelden met een gouden glans. Neemt een lieflijk briesje mee. Lokt velen - vaak zonder jas – naar balkon, tuin, of park. En laat zonnepanelen uitbundig volstromen met groene stroom. Bij deze heerlijke temperaturen even niet tobben over klimaatverandering.

Zo’n dag dus. Waar kun je dan in Dukenburg beter terecht dan in park Staddijk? Op een bankje aan het water. Heerlijk dat je na een periode van gedwongen binnen zitten weer naar buiten kan gaan en op een mooi plekje weg kan dromen over een fijne zomer...

“Denk je nou echt dat ik ga stemmen?” Met deze driftige woorden wordt mijn dagdroom ruw verstoord. Een oudere en jongere man - vader en zoon - zijn, lopend op het pad achter mijn bankje, bezig met een heftig debat over politiek, corona en andere plagen. De vader stopt om zijn woorden kracht bij te zetten. “Ik ga niet stemmen op 17 maart. Omdat niemand in de politiek echt wat doet. Ze nuilen alleen maar. En als ze al iets doen, doen ze dingen die ze òns juist verbieden.”

De zon gaat schuil achter een sluierwolk. De vader is echt kwaad. Zijn zoon probeert hem te kalmeren: “Pa, je draaft helemaal door. Er zijn mensen zat in de politiek die echt wel wat doen. Kijk maar naar die toeslagenzaak.” Maar dan feller: “Je bent lekker bezig maar niet heus. Je verwijt anderen dat ze niets doen. Maar jij bent even erg. Want jij doet ook niets. Zo blijft alles bij het oude.” Het werkt. De vader kijkt zijn zoon even aan en begint weer te lopen. In stilte. Maar in de verte, richting speeltuin, zie ik hoe de zoon een liefhebbende klap van vader op zijn schouders krijgt. De sluierwolk verdwijnt. De zon komt terug. Ik kan weer verder dromen. Zo’n dag dus. Met een gouden glans. In park Staddijk in Dukenburg.

Toon Kerssemakers