Toon Kerssemakers

‘Rotstreken’

Hebt ú ze al gehad? Van die betrouwbaar lijkende mailtjes waarin staat dat u 8 euro moet betalen om uw inschrijving bij Woningnet te verlengen? De afgelopen 14 dagen kreeg ik er twee. Nu heb ik me nooit als woningzoekende in Amsterdam en omgeving aangemeld dus was het me – gelukkig bijtijds – duidelijk dat het om nep-mailtjes ging. In Nijmegen en omgeving moet je je als woningzoekende aanmelden bij Entree en niet bij Woningnet.

En ook al heb je zo’n nep-mailtje nog niet gekregen, je kunt erop wachten. Maar kijk uit: het is troep, of het nu zogenaamd afkomt van Woningnet, Entree of andere instanties. Woningcorporaties vragen zo écht nooit om geld.

Het lijkt erop dat phishers (digitale oplichters) de laatste tijd misbruik maken van de snelgroeiende woningnood. Steeds meer mensen zoeken tevergeefs steeds langer naar een passende woning. Dan is het laatste wat je wil dat jarenlang opgebouwde rechten verloren gaan. En ja, dan gebeurt na zo’n nep-mail precies waar phishers op hopen. In paniek maak je dan snel geld over. Kassa dus voor phishers, maar jij bent er zelf niets wijzer van geworden.

Iets om je voor te schamen als het jou overkomt? Nee, natuurlijk niet. Geloof me, het kan iedereen gebeuren. Als je betaald hebt, houd het alleen niet voor jezelf, maar meld het (meteen!) bij de Fraude Helpdesk. Deze helpdesk probeert kwalijke praktijken zoveel mogelijk aan het licht te brengen.

Er zijn veel meer vormen van phishing. Vaak doorzichtig, soms heel gemeen. Zoals een regelmatig gesignaleerde (nep)app van kinderen of andere dierbaren met een noodkreet om zo snel mogelijk geld over te maken. Het gaat hierbij vaak om forse bedragen. Je bent extra kwetsbaar omdat iemand uit jouw omgeving in de problemen lijkt te zitten. Maar het gaat steeds om dezelfde truc: er wordt misbruik gemaakt van jouw zorgen om mensen die jou dierbaar zijn of van jouw paniek om geen woning te krijgen.

Ik heb er geen andere woorden voor: het zijn rotstreken!

Toon Kerssemakers

‘Te beroerd om te lezen?’

Dit verwijt zal u bekend voorkomen: “Had de gebruiksaanwijzing nou maar goed gelezen.” Eigen schuld dat het apparaat nu niet werkt. Dat laatste wordt niet zo bot gezegd maar wel zo bedoeld.

U bent niet de enige. Voorbeelden genoeg van dit soort verwijten. En niet alleen bij apparaten. Te beginnen met een reactie van minister Ollongren over stemmen per post. “Als mensen goed gelezen hadden, waren er veel minder problemen geweest met die enveloppen.” Dichter bij huis, bij de energietransitie in Dukenburg: “Kun je jouw huis niet warm houden met warmtepompen? Dat krijg je ervan als je de websites of informatiefolders niet bekijkt. Dáár staat alles in. Of bel het servicenummer.” Vraag eens rond bij familie, vrienden of kennissen wie er wél iets snapt van gebruiksaanwijzingen of websites: er komt geheid een stroom van klachten los. Al die info is zeker goed bedoeld. Maar als leek kun je er weinig mee.

En servicenummers bellen? Als die al te vinden zijn, zijn ze óf in gesprek óf er is een eindeloos keuzemenu te horen. Drie jaar geleden had ik voor de rubriek Oog voor Elkaar in de Dukenburger een gesprek over deze problemen met twee Dukenburgse taalambassadeurs Neriman en Tonnie. Die vertelden dat één op de negen Nederlanders niet voldoende (lees)vaardigheid heeft om mee te kunnen draaien in onze huidige tijd.

“Velen schamen zich ervoor dat ze teksten niet goed kunnen volgen. Daarom reageren ze niet op uitnodigingen om per mail (!) vragen te stellen als ze iets niet snappen.” Neriman en Tonnie deden veel moeite om websites en formulieren te controleren op leesbaarheid en daarover adviezen te geven. Dit belangrijke werk lijkt in coronatijd helemaal vergeten. Terwijl het nú net zo hard nodig is. Daarom mijn hartenkreet aan iedereen die gebruiksaanwijzingen, formulieren of websites maakt: laat uw teksten bekijken door taalambassadeurs of (in ieder geval) leken. Het zal u verrassen hoeveel minder gezeur het u oplevert. We zijn écht niet te beroerd om te lezen. Maar we willen het wèl snappen. Dit is een simpele gebruiksaanwijzing? Toch?

Toon Kerssemakers

Meer info: Klik hier voor de taalambassadeurs

‘Zo’n dag dus’

Daar is ie eindelijk. Die zonnige en zachte voorjaarsdag. Al meteen na opkomst doet de zon haar uiterste best en bedekt alle bomen, huizen en grasvelden met een gouden glans. Neemt een lieflijk briesje mee. Lokt velen - vaak zonder jas – naar balkon, tuin, of park. En laat zonnepanelen uitbundig volstromen met groene stroom. Bij deze heerlijke temperaturen even niet tobben over klimaatverandering.

Zo’n dag dus. Waar kun je dan in Dukenburg beter terecht dan in park Staddijk? Op een bankje aan het water. Heerlijk dat je na een periode van gedwongen binnen zitten weer naar buiten kan gaan en op een mooi plekje weg kan dromen over een fijne zomer...

“Denk je nou echt dat ik ga stemmen?” Met deze driftige woorden wordt mijn dagdroom ruw verstoord. Een oudere en jongere man - vader en zoon - zijn, lopend op het pad achter mijn bankje, bezig met een heftig debat over politiek, corona en andere plagen. De vader stopt om zijn woorden kracht bij te zetten. “Ik ga niet stemmen op 17 maart. Omdat niemand in de politiek echt wat doet. Ze nuilen alleen maar. En als ze al iets doen, doen ze dingen die ze òns juist verbieden.”

De zon gaat schuil achter een sluierwolk. De vader is echt kwaad. Zijn zoon probeert hem te kalmeren: “Pa, je draaft helemaal door. Er zijn mensen zat in de politiek die echt wel wat doen. Kijk maar naar die toeslagenzaak.” Maar dan feller: “Je bent lekker bezig maar niet heus. Je verwijt anderen dat ze niets doen. Maar jij bent even erg. Want jij doet ook niets. Zo blijft alles bij het oude.” Het werkt. De vader kijkt zijn zoon even aan en begint weer te lopen. In stilte. Maar in de verte, richting speeltuin, zie ik hoe de zoon een liefhebbende klap van vader op zijn schouders krijgt. De sluierwolk verdwijnt. De zon komt terug. Ik kan weer verder dromen. Zo’n dag dus. Met een gouden glans. In park Staddijk in Dukenburg.

Toon Kerssemakers

‘Kettingzagen bij het kanaal’

U hebt het vast gemerkt: de jaarwisseling verliep kalm. Maar de dagen daarna brak een oorverdovende herrie van kettingzagen los. Via de Gelderlander werd duidelijk dat Rijkswaterstaat langs de oevers van het Maas-Waalkanaal gigantisch veel bomen aan het kappen was. Elders in deze Dukenburger meer hierover. Door groen weg te halen zou de radar op langsvarende vrachtschepen beter werken en de kanaaldijk veiliger worden. Zeiden ze tenminste bij Rijkswaterstaat… Toen ik dit bericht las dacht ik: daar zit wat in. In waterrijke gebieden zijn bomen riskant voor betrouwbaarheid en onderhoud van dijken.

Maar toen ik het verhaal opnieuw las, begon ik te twijfelen. Dat kwam door het argument dat radar op schepen gehinderd zou worden door groen. Ik kan me niet voorstellen dat schippers hun vak zó slecht beheersen dat ze alleen op radar zouden kunnen varen. Ook vraag ik me af of radar tegenwoordig zó slecht is dat die niet door een boompje heen zou kunnen kijken. En wat veiligheid betreft: hadden ze dan niet alles op de dijk moeten kappen? Of durfde Rijkswaterstaat dat niet aan?

Ik dacht opeens aan wat ik gehoord had van een ervaren schooljuf. Zij zei dat ze snel door had wanneer kinderen jokken. Zij hebben dan méér redenen nodig om te vertellen waarom ze iets (niet) gedaan hebben. Eén excuus vond zij overtuigender. Het radarverhaal deed mij daar erg aan denken. Toen ik later las dat schippers een hekel hebben aan open boomloze stukken vanwege zijwind, vertrouwde ik het helemaal niet meer.

“Het valt wel mee met die kap”, zeggen sommigen. Maar daar gaat het mij niet om. Soms moet er inderdaad iets gebeuren. Maar vertel dan wat er echt speelt. En draai er niet (achteraf) omheen. Dan neem je mensen serieus. Ik wil hier niet preken over het belang van bomen. Alleen geloof ik er heilig in dat groen fantastische dingen doet en echt geen radarinstallaties stoort. Ook niet langs het Maas-Waalkanaal. Rijkswaterstaat: berg dus die kettingzagen maar meteen op. Voor minstens twintig jaar!

Toon Kerssemakers

‘Waar bemoei jij je mee?’

Ongekend boze woorden van een goede kennis. Veroorzaakt door mijn voorstel om hulp te zoeken bij het oplossen van schulden. Had ik het anders moeten aanpakken? Ik weet het niet. Ik mag hem graag. Een harde werker die door corona in het voorjaar zijn baan heeft verloren. Zijn vrouw doet nu extra schoonmaakklussen om de eindjes aan elkaar te knopen. De laatste maanden is hij veranderd. Agressief geworden. Geeft voortdurend iedereen de schuld van zijn ellende. Tussen de regels door hoor ik dat zijn kinderen soms zonder ontbijt naar school gaan. Dat hij financieel geen kant op kan, zegt hij echter niet.

Zo’n verhaal komt in allerlei vormen voor. Maar het lijkt wel of dit onderwerp alleen rond Kerstmis in de schijnwerpers staat. Om in januari weer vergeten te worden.

Deze column voor het decembernummer doet misschien hetzelfde. Maar dat is niet mijn bedoeling: veel mensen worstelen immers het hele jaar door met geldgebrek. Na het betalen van vaste lasten blijft er weinig over. Kinderen op school mee laten doen met activiteiten lukt vaak niet. ‘Stille schulden’ (schulden bij familie of vrienden) blijven openstaan. Soms met ruzies tot gevolg. Niet iedereen weet waar je hulp kan krijgen. Soms is dat ook een taboe.

Ik ga hier geen overzicht geven van mogelijkheden voor ondersteuning. Want die zijn er. Ik noem alleen drie websites die anoniem bekeken kunnen worden. Het zijn websites die overzichtelijk de weg wijzen naar mogelijke oplossingen. Het gaat om www.geldfit.nl en speciaal voor jongeren www.moneyfit.nl Voor ondersteuning van schoolgaande kinderen van 4 tot 17 jaar is er www.stichtingleergeldnijmegen.nl Ik weet dat deze column niet iedereen bereikt. Maar ik hoop dat steeds vaker doorverteld wordt waar je terecht kan als je financieel niet rondkomt. Misschien roept er dan weer iemand: “Waar bemoei je je mee?” Maar als mensen de juiste weg weten, kunnen ze echt geholpen worden met hun schulden. Niet alleen rond Kerstmis.

Toon Kerssemakers