Toon Kerssemakers

‘Waar bemoei jij je mee?’

Ongekend boze woorden van een goede kennis. Veroorzaakt door mijn voorstel om hulp te zoeken bij het oplossen van schulden. Had ik het anders moeten aanpakken? Ik weet het niet. Ik mag hem graag. Een harde werker die door corona in het voorjaar zijn baan heeft verloren. Zijn vrouw doet nu extra schoonmaakklussen om de eindjes aan elkaar te knopen. De laatste maanden is hij veranderd. Agressief geworden. Geeft voortdurend iedereen de schuld van zijn ellende. Tussen de regels door hoor ik dat zijn kinderen soms zonder ontbijt naar school gaan. Dat hij financieel geen kant op kan, zegt hij echter niet.

Zo’n verhaal komt in allerlei vormen voor. Maar het lijkt wel of dit onderwerp alleen rond Kerstmis in de schijnwerpers staat. Om in januari weer vergeten te worden.

Deze column voor het decembernummer doet misschien hetzelfde. Maar dat is niet mijn bedoeling: veel mensen worstelen immers het hele jaar door met geldgebrek. Na het betalen van vaste lasten blijft er weinig over. Kinderen op school mee laten doen met activiteiten lukt vaak niet. ‘Stille schulden’ (schulden bij familie of vrienden) blijven openstaan. Soms met ruzies tot gevolg. Niet iedereen weet waar je hulp kan krijgen. Soms is dat ook een taboe.

Ik ga hier geen overzicht geven van mogelijkheden voor ondersteuning. Want die zijn er. Ik noem alleen drie websites die anoniem bekeken kunnen worden. Het zijn websites die overzichtelijk de weg wijzen naar mogelijke oplossingen. Het gaat om www.geldfit.nl en speciaal voor jongeren www.moneyfit.nl Voor ondersteuning van schoolgaande kinderen van 4 tot 17 jaar is er www.stichtingleergeldnijmegen.nl Ik weet dat deze column niet iedereen bereikt. Maar ik hoop dat steeds vaker doorverteld wordt waar je terecht kan als je financieel niet rondkomt. Misschien roept er dan weer iemand: “Waar bemoei je je mee?” Maar als mensen de juiste weg weten, kunnen ze echt geholpen worden met hun schulden. Niet alleen rond Kerstmis.

Toon Kerssemakers

‘Televisie Dukenburg’

Deze column maakt onbeschaamd reclame voor een pareltje. Want zo mag je het idee om in Dukenburg televisie te gaan maken echt noemen. Een lichtgevend pareltje in donkere tijden. Door de nieuwe coronagolf lijken we weer terug bij af. En misschien vervelender: lekker in de zon op je balkon, in park of tuin zitten – zoals in het voorjaar – gaat nu even niet. Het is fris en de zon heeft geen zin. Lastig om in je uppie, of met jouw knuffelcontact, zoals ze in België zeggen, de moed erin te houden.

Waar gaat het om? Het idee is om – als experiment – in de loop van november met TV Dukenburg te starten. Met een reeks van vijf uitzendingen. Het moet tv zijn vol Dukenburgse verhalen. Met een Dukenburgse Kookshow (omdat hier zoveel mensen wonen die heerlijke gerechten en hapjes maken). Met Dukenburgse creatieve talenten. Met mensen die fantastisch werk doen of een bijzondere hobby hebben. Met sport, dates, de rubriek ‘Durf te vragen’ enzovoorts. En nog mooier: iedereen kan ideeën aandragen voor een uitzending. Waarom maak ik reclame? Omdat ik het fantastisch vind dat een groep professionals en vrijwilligers creatief aan het nadenken is hoe we deze tijden door kunnen komen. Bezig zijn met dingen om elkaar blij te maken. En het lef hebben nieuwe mogelijkheden te zoeken om Dukenburgers – jong en oud – met elkaar te verbinden.

In deze column wil ik hardop roepen dat niemand hier nee tegen kan zeggen. Als je meedenkt of meehelpt geef je niet alleen jezelf een boost; je maakt ook jouw knuffelcontact en anderen blij. Schaam je dus niet om mails met ideeën te sturen. Of om jouw hulp aan te bieden. De organisatoren hebben liever te veel dan te weinig berichten in hun mailbox. Alleen zó kan dit experiment slagen.

ps: U vond mijn onbeschaamde reclame voor zo’n pareltje toch niet héél erg hé?

Toon Kerssemakers

Ideeën mogen naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

‘Ga toch fietsen’

Waarschuwing: hier volgt een moppercolumn. Geen zin in gezeur? Lees niet verder. En anders heeft u recht op mijn verslag van een kletsnatte fiets- en moppermiddag in Dukenburg. Daar gaat ie.

Met droog weer stapte ik in Weezenhof op de fiets. Maar al bij het wandelpad achter ‘De Turf’ in Malvert (sorry, ik fietste hier clandestien) vielen de eerste regendruppels. Honderd meter verderop in het parkje was ik al behoorlijk nat. Ik baalde van mijn eigenwijsheid. Had ik maar geluisterd naar het advies van weerman Wouter van Bernebeek om altijd minstens drie weer-apps te bekijken  (klik hier voor Wouter van Bernebeek als weerman en stormjager) . Het leek een korte bui. Maar iets verderop, ter hoogte van Lankforst, kwamen met een felle lichtflits en een zware donderslag gigantische slagregens naar beneden. Geen enkele schuilplaats te bekennen. Alleen bomen en die druipen alleen maar, mopperde ik vol zelfmedelijden.

Weer naar huis, even opdrogen, een rustig moment met de krant. Dacht ik. Maar nee hoor. Die krant bracht nòg meer ergernis. ‘Meijhorst minst populaire wijk’, las ik in de Gelderlander. 6,6 is - volgens de nieuwe Stadsmonitor van de gemeente Nijmegen - de waardering van bewoners voor Meijhorst. Minst populair? Dûh. Ga toch fietsen. 6,6 was vroeger op school ‘ruim voldoende’. Hengstdal als beste leerling van de klas heeft een 8,3 gekregen. Slechts 1,7 punt verschil tussen de bovenste en onderste plaats! Dat kleine verschil telt kennelijk niet, alleen de onderste plaats op een top 36. Dus ruim voldoende voor een jarenlange sticker achterstandswijk. Bah!

Het is maar goed dat ze míj niet meteen na die hoosbui om een mening hebben gevraagd. Als verzopen kat sta je niet erg te jubelen. Dan had alles van mij een 1,0 waardering gekregen. Ook Hengstdal… Gelukkig verdedigde collega Hette in de Gelderlander Meijhorst heel knap. Daarom wil ik alle getallenfreaks toeroepen: ga toch fietsen in Dukenburg. Zie de mooie kanten van onze wijken. Daarover praten bewoners óók en met veel enthousiasme.

En ga niet achter een bureau alleen vanwege cijfers oordelen over een wijk. Bekijk van tevoren wél minstens drie weer-apps!

Toon Kerssemakers

‘Kinderen snappen de clou’

Aan viruswaanzin lijd ik niet, maar die coronabubbel blijft saai. Minder uitgaan, vakantieplannen wijzigen, beperkt contact met (klein)kinderen of vrienden, geen geknuffel enzovoorts. Maar dat is soms even minder belangrijk. Onlangs werd ik geraakt door drie verhalen die op het eerste gezicht weinig met elkaar te maken hadden. Allereerst had ik veel plezier over een opmerking van de beroemde goochelaar en illusionist Hans Klok in de Volkskrant: “Het is heel moeilijk kinderen voor de gek te houden. Als een kind een truc denkt door te hebben dan zitten ze vaak echt dichtbij de clou. Het gemakkelijkste vind ik een zaal vol wetenschappers: die denken zó ingewikkeld, die komen nooit achter een truc.”

De dag daarop las ik in Wijchen een mooie tekst van een leerlinge van het Maas –Waalcollege (zij had met andere kinderen samengewerkt aan een tentoonstelling over 75 jaar vrijheid): “Terwijl ik aan dit vrijheidsproject meewerkte, kreeg ik door dat dingen, die voor mij heel normaal zijn, vrijheid voor anderen kunnen betekenen.”

En weer vlak daarna vertelde een vriendin - opeens geëmotioneerd - hoe belangrijk Black Lives Matter voor haar is: “Ik kwam met mijn familie als zesjarig meisje vanuit Suriname in Nederland. We werden in Dukenburg geplaatst. Daarvoor stond ik nooit stil bij kleurverschillen. In Suriname speelt alles door elkaar: ik wist niet beter. Maar hier moest ik me aanpassen, want ik was een zwartje. Niet van hier. Tja, ik vond die woorden heel raar. Ik was niet wit. Aanpassen zou me nooit lukken. Dacht ik. Maar ik was heel bang dat hardop te zeggen. Nu pas doe ik het.”

Die verhalen blijven me bezighouden. Ze laten alle drie zien dat kinderen - ook al zijn ze soms bang om dat te zeggen – door hun onbevangenheid iets haarfijn kunnen aanvoelen. De clou raken, zoals Hans Klok zegt. Ze voelen goed aan dat mensen pijn kunnen hebben over iets waar anderen niet bij stilstaan. Zoals onvrijheid of racisme. Meer clou is niet nodig. Droom ik dan even.

Toon Kerssemakers

‘Armpje drukken’

U herkent het misschien wel: een groep mensen op een terras met veel gelach en luide aanmoedigingen voor Jan, Piet of wie dan ook. Ellebogen op tafel. Armen recht omhoog, handen in elkaar en doordouwen maar: de arm van de tegenstander moet plat op tafel komen. De winnaar wordt toegejuicht. De verliezer betaalt.

Armpje drukken lijkt een beetje fout macho gedrag geworden. Toch is iets vergelijkbaars dagelijks te zien. Nu gaat u mij waarschijnlijk vragen: waar dan? Heel simpel. Zet de televisie aan of lees de krant. Gegarandeerd hoort u mensen zeggen dat zij harder lijden door de crisis dan anderen (en dus meer geld moeten krijgen). Het lijkt op armpje drukken maar dan met leed. Ik begrijp het wel. Het coronavirus doet niet aan rechtvaardigheid. De een krijgt er ongenadig hard van langs, terwijl de ander ‘nergens last van heeft.’ Maar ik vind het erg dat bepaalde groepen mensen in stilte in de verdrukking zijn gekomen. Zoals ze in een verpleeghuis in Heerde moeten meemaken dat 24 van de 73 bewoners zijn overleden. In ruim twee weken tijd.

Sommigen raakten hun halve vriendenkring kwijt (was te lezen in de Volkskrant van 30 mei). Iedereen kan beamen hoe erg het overlijden van een vriend of vriendin is. Laat staan zoveel in zo’n korte tijd. Niet alleen in Heerde maar ook in zoveel andere verpleeghuizen. Dat leed kon eerst alleen via een beeldscherm gedeeld worden. Nu ook weer een beetje/live achter plexiglas.

Daarom heb ik bewondering voor de woorden van een mevrouw uit de Horizon, opgeschreven door collega Peter Saras. Bewondering, omdat ze - na alles en ondanks alle regels en beperkingen - toch kan zeggen dat ze erg blij is met weer een klein moment van persoonlijk contact.

Die stille ramp in verpleeghuizen moet verteld worden. En verteld blijven worden. Zodat die ramp niet in stilte onder tafel verdwijnt. Zodat ook niet vergeten wordt dat deze mevrouw de ware kampioen armpje drukken is. Niet door te winnen. Maar door vol te houden. Zoals zoveel andere 'ware kampioenen'.

Toon Kerssemakers