Toon Kerssemakers

‘Ga toch fietsen’

Waarschuwing: hier volgt een moppercolumn. Geen zin in gezeur? Lees niet verder. En anders heeft u recht op mijn verslag van een kletsnatte fiets- en moppermiddag in Dukenburg. Daar gaat ie.

Met droog weer stapte ik in Weezenhof op de fiets. Maar al bij het wandelpad achter ‘De Turf’ in Malvert (sorry, ik fietste hier clandestien) vielen de eerste regendruppels. Honderd meter verderop in het parkje was ik al behoorlijk nat. Ik baalde van mijn eigenwijsheid. Had ik maar geluisterd naar het advies van weerman Wouter van Bernebeek om altijd minstens drie weer-apps te bekijken  (klik hier voor Wouter van Bernebeek als weerman en stormjager) . Het leek een korte bui. Maar iets verderop, ter hoogte van Lankforst, kwamen met een felle lichtflits en een zware donderslag gigantische slagregens naar beneden. Geen enkele schuilplaats te bekennen. Alleen bomen en die druipen alleen maar, mopperde ik vol zelfmedelijden.

Weer naar huis, even opdrogen, een rustig moment met de krant. Dacht ik. Maar nee hoor. Die krant bracht nòg meer ergernis. ‘Meijhorst minst populaire wijk’, las ik in de Gelderlander. 6,6 is - volgens de nieuwe Stadsmonitor van de gemeente Nijmegen - de waardering van bewoners voor Meijhorst. Minst populair? Dûh. Ga toch fietsen. 6,6 was vroeger op school ‘ruim voldoende’. Hengstdal als beste leerling van de klas heeft een 8,3 gekregen. Slechts 1,7 punt verschil tussen de bovenste en onderste plaats! Dat kleine verschil telt kennelijk niet, alleen de onderste plaats op een top 36. Dus ruim voldoende voor een jarenlange sticker achterstandswijk. Bah!

Het is maar goed dat ze míj niet meteen na die hoosbui om een mening hebben gevraagd. Als verzopen kat sta je niet erg te jubelen. Dan had alles van mij een 1,0 waardering gekregen. Ook Hengstdal… Gelukkig verdedigde collega Hette in de Gelderlander Meijhorst heel knap. Daarom wil ik alle getallenfreaks toeroepen: ga toch fietsen in Dukenburg. Zie de mooie kanten van onze wijken. Daarover praten bewoners óók en met veel enthousiasme.

En ga niet achter een bureau alleen vanwege cijfers oordelen over een wijk. Bekijk van tevoren wél minstens drie weer-apps!

Toon Kerssemakers

‘Kinderen snappen de clou’

Aan viruswaanzin lijd ik niet, maar die coronabubbel blijft saai. Minder uitgaan, vakantieplannen wijzigen, beperkt contact met (klein)kinderen of vrienden, geen geknuffel enzovoorts. Maar dat is soms even minder belangrijk. Onlangs werd ik geraakt door drie verhalen die op het eerste gezicht weinig met elkaar te maken hadden. Allereerst had ik veel plezier over een opmerking van de beroemde goochelaar en illusionist Hans Klok in de Volkskrant: “Het is heel moeilijk kinderen voor de gek te houden. Als een kind een truc denkt door te hebben dan zitten ze vaak echt dichtbij de clou. Het gemakkelijkste vind ik een zaal vol wetenschappers: die denken zó ingewikkeld, die komen nooit achter een truc.”

De dag daarop las ik in Wijchen een mooie tekst van een leerlinge van het Maas –Waalcollege (zij had met andere kinderen samengewerkt aan een tentoonstelling over 75 jaar vrijheid): “Terwijl ik aan dit vrijheidsproject meewerkte, kreeg ik door dat dingen, die voor mij heel normaal zijn, vrijheid voor anderen kunnen betekenen.”

En weer vlak daarna vertelde een vriendin - opeens geëmotioneerd - hoe belangrijk Black Lives Matter voor haar is: “Ik kwam met mijn familie als zesjarig meisje vanuit Suriname in Nederland. We werden in Dukenburg geplaatst. Daarvoor stond ik nooit stil bij kleurverschillen. In Suriname speelt alles door elkaar: ik wist niet beter. Maar hier moest ik me aanpassen, want ik was een zwartje. Niet van hier. Tja, ik vond die woorden heel raar. Ik was niet wit. Aanpassen zou me nooit lukken. Dacht ik. Maar ik was heel bang dat hardop te zeggen. Nu pas doe ik het.”

Die verhalen blijven me bezighouden. Ze laten alle drie zien dat kinderen - ook al zijn ze soms bang om dat te zeggen – door hun onbevangenheid iets haarfijn kunnen aanvoelen. De clou raken, zoals Hans Klok zegt. Ze voelen goed aan dat mensen pijn kunnen hebben over iets waar anderen niet bij stilstaan. Zoals onvrijheid of racisme. Meer clou is niet nodig. Droom ik dan even.

Toon Kerssemakers

‘Armpje drukken’

U herkent het misschien wel: een groep mensen op een terras met veel gelach en luide aanmoedigingen voor Jan, Piet of wie dan ook. Ellebogen op tafel. Armen recht omhoog, handen in elkaar en doordouwen maar: de arm van de tegenstander moet plat op tafel komen. De winnaar wordt toegejuicht. De verliezer betaalt.

Armpje drukken lijkt een beetje fout macho gedrag geworden. Toch is iets vergelijkbaars dagelijks te zien. Nu gaat u mij waarschijnlijk vragen: waar dan? Heel simpel. Zet de televisie aan of lees de krant. Gegarandeerd hoort u mensen zeggen dat zij harder lijden door de crisis dan anderen (en dus meer geld moeten krijgen). Het lijkt op armpje drukken maar dan met leed. Ik begrijp het wel. Het coronavirus doet niet aan rechtvaardigheid. De een krijgt er ongenadig hard van langs, terwijl de ander ‘nergens last van heeft.’ Maar ik vind het erg dat bepaalde groepen mensen in stilte in de verdrukking zijn gekomen. Zoals ze in een verpleeghuis in Heerde moeten meemaken dat 24 van de 73 bewoners zijn overleden. In ruim twee weken tijd.

Sommigen raakten hun halve vriendenkring kwijt (was te lezen in de Volkskrant van 30 mei). Iedereen kan beamen hoe erg het overlijden van een vriend of vriendin is. Laat staan zoveel in zo’n korte tijd. Niet alleen in Heerde maar ook in zoveel andere verpleeghuizen. Dat leed kon eerst alleen via een beeldscherm gedeeld worden. Nu ook weer een beetje/live achter plexiglas.

Daarom heb ik bewondering voor de woorden van een mevrouw uit de Horizon, opgeschreven door collega Peter Saras. Bewondering, omdat ze - na alles en ondanks alle regels en beperkingen - toch kan zeggen dat ze erg blij is met weer een klein moment van persoonlijk contact.

Die stille ramp in verpleeghuizen moet verteld worden. En verteld blijven worden. Zodat die ramp niet in stilte onder tafel verdwijnt. Zodat ook niet vergeten wordt dat deze mevrouw de ware kampioen armpje drukken is. Niet door te winnen. Maar door vol te houden. Zoals zoveel andere 'ware kampioenen'.

Toon Kerssemakers

‘Zwarte kraaien’

Zondagmorgen. Het mooiste dagdeel van de week. Ook deze zondagmorgen in april 2020. De zon schijnt, een stoel buiten gezet, iPad op schoot. Schrijven over Oog voor elkaar in tijden van corona. Prachtig wat Dukenburgers – jong en oud – voor elkaar doen. Veel creatieve oplossingen om familie, vrienden of buren te bereiken.

Toch houden een paar nare gedachten me van het werk af. Ze blijven maar als lawaaiige zwarte kraaien om me heen vliegen. Twee dagen ervoor een dierbare tante aan corona verloren. Dezelfde dag een vrouw die op Twitter vindt dat afsterven van dor hout bij de natuur hoort. "We kunnen ons beter bekommeren om economie dan om kwetsbaren," aldus die mevrouw. En ze is niet de enige die er zo over denkt. Veel teksten op sociale media gaan over flink zijn en niet meer zeuren over corona-ellende.

‘De lockdown heeft lang genoeg geduurd.’

Nu zult u zeggen: “Ach man, laat gaan. Dat is een ver van ons bedshow.” Helaas niet. Ook Dukenburgers blijken – weliswaar niet zo erg maar toch – elkaar in het openbaar de les te lezen. Bijvoorbeeld over de komst van de Skaeve Huse. “Weezenhofbewoners moeten hun mond houden. Niet zeuren. Of zelf maar eens dakloos worden. Dan begrijpen ze het tenminste.” Ook zijn er mensen die Skaeve-Husebewoners alleen maar als aso’s wegzetten.

Waarom deze uitspraken blijven knagen?

Omdat ze geen greintje inlevingsvermogen in anderen laten zien. Vanuit de grond van mijn hart meen ik dat iedereen, maar dan ook iedereen, gelijk bestaansrecht heeft. Dat elk mens recht heeft op inspraak over eigen leefwereld. Dat niet alleen het eigen ik telt, maar ook de verantwoordelijkheid voor anderen. Met alleen ego’s bouw je geen samenleving. Schoolmeesterachtig gepreek? Vast wel.

Het zij zo.

Ik ga weer aan de slag en lees opnieuw dat veel Dukenburgers in tijden van crisis wel degelijk op de ander letten. Ik voel me weer thuis en krijg weer plezier in het schrijven. De zwarte kraaien zijn verdwenen. Geluidloos.

Toon Kerssemakers

‘Corona-stiltegebied’

Je hebt van die voorjaarsdagen. Uitbundig zonlicht. Blauwe lucht. Beginnend groen. Bomen vol bloesem. Dukenburg op zijn mooist. In huis blijven is er niet bij. Gewoon lekker chillen op een bankje. Gezicht in de zon. En alles is goed. Nu is het anders. Zorgeloos buiten zijn kan niet meer. Binnen zitten is de norm, maar verschrikkelijk moeilijk. Tijdens de eerste mooie dag, bij het begin van de coronacrisis, hield ik het niet meer. Thuis regen kijken: daar is over te praten. Maar zonlicht zien achter glas: geen denken aan. Verstandig of niet: ik ging mezelf uitlaten. Naar park Staddijk. Even geen smartphone of ander thuiswerk scherm. Heerlijk leek me dat.

Ik dacht dat ik de enige was. Niet dus. Op mijn favoriete bankje bij de vijver zat een vrouw vol overgave te genieten van de natuur. Toen zij mij zag aankomen, werd ik echter meteen toegesproken. “Meneer pas op. Ik weet niet of dit bankje groter is dan anderhalve meter. Of u dus naast me mag komen zitten. Maar dit is wel een coronastiltegebied. Verboden op deze plek over corona te praten.” Voordat ik kans kreeg te reageren gaf zij het antwoord al. “Dat idee heb ik gepikt van de tv-serie over Hendrik Groen. Iedereen fokt elkaar op met spookverhalen. Dat gaat mij niet gebeuren.” Zij keek mij aan met een blik van: dat heeft dit meisje nou eens mooi gezegd. “Ja maar,” sputterde ik tegen, “de mensen willen hun verhalen toch ook kwijt.”

“Meneer,” reageerde ze, mij indringend aankijkend, “ik snap wat u bedoelt. Maar ik heb geleerd van mijn eigen ziekte: kanker. Iemand heeft mij aangeraden hoogstens twee kankergesprekken per dag te voeren. Anders maak je jezelf en je omgeving helemaal gek. Zo moet je dat ook bij die corona doen: twee gesprekken per dag. Maar niet op zo’n mooi plekkie.”

Zij stond op en liep richting Aldenhof. Ik ging even in stilte zitten op het bankje en keek naar de vijver. In het corona-stiltegebied. Het had wel wat.

Toon Kerssemakers