Toon Kerssemakers

‘Armpje drukken’

U herkent het misschien wel: een groep mensen op een terras met veel gelach en luide aanmoedigingen voor Jan, Piet of wie dan ook. Ellebogen op tafel. Armen recht omhoog, handen in elkaar en doordouwen maar: de arm van de tegenstander moet plat op tafel komen. De winnaar wordt toegejuicht. De verliezer betaalt.

Armpje drukken lijkt een beetje fout macho gedrag geworden. Toch is iets vergelijkbaars dagelijks te zien. Nu gaat u mij waarschijnlijk vragen: waar dan? Heel simpel. Zet de televisie aan of lees de krant. Gegarandeerd hoort u mensen zeggen dat zij harder lijden door de crisis dan anderen (en dus meer geld moeten krijgen). Het lijkt op armpje drukken maar dan met leed. Ik begrijp het wel. Het coronavirus doet niet aan rechtvaardigheid. De een krijgt er ongenadig hard van langs, terwijl de ander ‘nergens last van heeft.’ Maar ik vind het erg dat bepaalde groepen mensen in stilte in de verdrukking zijn gekomen. Zoals ze in een verpleeghuis in Heerde moeten meemaken dat 24 van de 73 bewoners zijn overleden. In ruim twee weken tijd.

Sommigen raakten hun halve vriendenkring kwijt (was te lezen in de Volkskrant van 30 mei). Iedereen kan beamen hoe erg het overlijden van een vriend of vriendin is. Laat staan zoveel in zo’n korte tijd. Niet alleen in Heerde maar ook in zoveel andere verpleeghuizen. Dat leed kon eerst alleen via een beeldscherm gedeeld worden. Nu ook weer een beetje/live achter plexiglas.

Daarom heb ik bewondering voor de woorden van een mevrouw uit de Horizon, opgeschreven door collega Peter Saras. Bewondering, omdat ze - na alles en ondanks alle regels en beperkingen - toch kan zeggen dat ze erg blij is met weer een klein moment van persoonlijk contact.

Die stille ramp in verpleeghuizen moet verteld worden. En verteld blijven worden. Zodat die ramp niet in stilte onder tafel verdwijnt. Zodat ook niet vergeten wordt dat deze mevrouw de ware kampioen armpje drukken is. Niet door te winnen. Maar door vol te houden. Zoals zoveel andere 'ware kampioenen'.

Toon Kerssemakers

‘Zwarte kraaien’

Zondagmorgen. Het mooiste dagdeel van de week. Ook deze zondagmorgen in april 2020. De zon schijnt, een stoel buiten gezet, iPad op schoot. Schrijven over Oog voor elkaar in tijden van corona. Prachtig wat Dukenburgers – jong en oud – voor elkaar doen. Veel creatieve oplossingen om familie, vrienden of buren te bereiken.

Toch houden een paar nare gedachten me van het werk af. Ze blijven maar als lawaaiige zwarte kraaien om me heen vliegen. Twee dagen ervoor een dierbare tante aan corona verloren. Dezelfde dag een vrouw die op Twitter vindt dat afsterven van dor hout bij de natuur hoort. "We kunnen ons beter bekommeren om economie dan om kwetsbaren," aldus die mevrouw. En ze is niet de enige die er zo over denkt. Veel teksten op sociale media gaan over flink zijn en niet meer zeuren over corona-ellende.

‘De lockdown heeft lang genoeg geduurd.’

Nu zult u zeggen: “Ach man, laat gaan. Dat is een ver van ons bedshow.” Helaas niet. Ook Dukenburgers blijken – weliswaar niet zo erg maar toch – elkaar in het openbaar de les te lezen. Bijvoorbeeld over de komst van de Skaeve Huse. “Weezenhofbewoners moeten hun mond houden. Niet zeuren. Of zelf maar eens dakloos worden. Dan begrijpen ze het tenminste.” Ook zijn er mensen die Skaeve-Husebewoners alleen maar als aso’s wegzetten.

Waarom deze uitspraken blijven knagen?

Omdat ze geen greintje inlevingsvermogen in anderen laten zien. Vanuit de grond van mijn hart meen ik dat iedereen, maar dan ook iedereen, gelijk bestaansrecht heeft. Dat elk mens recht heeft op inspraak over eigen leefwereld. Dat niet alleen het eigen ik telt, maar ook de verantwoordelijkheid voor anderen. Met alleen ego’s bouw je geen samenleving. Schoolmeesterachtig gepreek? Vast wel.

Het zij zo.

Ik ga weer aan de slag en lees opnieuw dat veel Dukenburgers in tijden van crisis wel degelijk op de ander letten. Ik voel me weer thuis en krijg weer plezier in het schrijven. De zwarte kraaien zijn verdwenen. Geluidloos.

Toon Kerssemakers

‘Corona-stiltegebied’

Je hebt van die voorjaarsdagen. Uitbundig zonlicht. Blauwe lucht. Beginnend groen. Bomen vol bloesem. Dukenburg op zijn mooist. In huis blijven is er niet bij. Gewoon lekker chillen op een bankje. Gezicht in de zon. En alles is goed. Nu is het anders. Zorgeloos buiten zijn kan niet meer. Binnen zitten is de norm, maar verschrikkelijk moeilijk. Tijdens de eerste mooie dag, bij het begin van de coronacrisis, hield ik het niet meer. Thuis regen kijken: daar is over te praten. Maar zonlicht zien achter glas: geen denken aan. Verstandig of niet: ik ging mezelf uitlaten. Naar park Staddijk. Even geen smartphone of ander thuiswerk scherm. Heerlijk leek me dat.

Ik dacht dat ik de enige was. Niet dus. Op mijn favoriete bankje bij de vijver zat een vrouw vol overgave te genieten van de natuur. Toen zij mij zag aankomen, werd ik echter meteen toegesproken. “Meneer pas op. Ik weet niet of dit bankje groter is dan anderhalve meter. Of u dus naast me mag komen zitten. Maar dit is wel een coronastiltegebied. Verboden op deze plek over corona te praten.” Voordat ik kans kreeg te reageren gaf zij het antwoord al. “Dat idee heb ik gepikt van de tv-serie over Hendrik Groen. Iedereen fokt elkaar op met spookverhalen. Dat gaat mij niet gebeuren.” Zij keek mij aan met een blik van: dat heeft dit meisje nou eens mooi gezegd. “Ja maar,” sputterde ik tegen, “de mensen willen hun verhalen toch ook kwijt.”

“Meneer,” reageerde ze, mij indringend aankijkend, “ik snap wat u bedoelt. Maar ik heb geleerd van mijn eigen ziekte: kanker. Iemand heeft mij aangeraden hoogstens twee kankergesprekken per dag te voeren. Anders maak je jezelf en je omgeving helemaal gek. Zo moet je dat ook bij die corona doen: twee gesprekken per dag. Maar niet op zo’n mooi plekkie.”

Zij stond op en liep richting Aldenhof. Ik ging even in stilte zitten op het bankje en keek naar de vijver. In het corona-stiltegebied. Het had wel wat.

Toon Kerssemakers

'Eindelijk!'

Het zal toch niet waar zijn. Maar het is wel zo. Eindelijk gaat er veel gebouwd worden in Dukenburg. Burgemeester Bruls zei het in zijn nieuwjaarsspeech: “Er moet meer gebeuren en er gaat meer gebeuren.” Dukenburg werd als enige apart genoemd. Dat hadden we in jaren niet meegemaakt. De gemeente deed snel daarna boter bij de vis: midden februari verscheen de Omgevingsvisie Nijmegen. De kanaalzone (met teksten over Dukenburg) als hotspot. Op andere pagina’s in deze Dukenburger meer hierover. Als je alles leest, durf je het haast niet te geloven. Komt er eindelijk een einde aan commentaren als: “In Dukenburg wil je niet dood gevonden worden?” Staan we binnenkort niet meer in de treurtrips top tien van een schrijver die geld verdient aan nuilen over ons stadsdeel?

“Gie geleuft het,” zullen ervaren Dukenburgers nu roepen. Ik zie de teksten al voorbijkomen: zeker nooit gehoord van grootse plannen die niet doorgingen? Het fantastische plan Hart voor Dukenburg? Niets van overgebleven. Ken je die mop over geldstromen naar Dukenburg? Nee? Die kwamen niet. Ik weet het, ik weet het. Er kan inderdaad (weer) een crisis komen die plannen zullen dwarsbomen. Maar let op! De woningnood is groot in Nijmegen. Dukenburg heeft ruimte. En redelijk betaalbare huizen. In tegenstelling tot veel andere gebieden in de stad. En het stroomnet heeft hier nog capaciteit. Nijmegen-Noord niet. Dat speelt allemaal mee bij de Omgevingsvisie Nijmegen. Die visie is niet vrijblijvend. Toekomstige bestemmingsplannen moeten daarin passen.

Lees die visie dus. Begin desnoods met het hoofdstuk “We omarmen het kanaal” (betreft Dukenburg). Wilt u een zienswijze indienen? Dat kan tot en met 1 april. Desgewenst samen met andere bewoners. En niet bij de info-avond op 2 maart geweest? Het StAAD-debat op vrijdagmiddag 20 maart biedt een nieuwe kans. Dat is een debat met gemeenteraadsleden in Wijkcentrum Dukenburg. U bent dan meteen aan het goede adres. De gemeenteraad stelt immers de omgevingsvisie vast.

Het zal uw tijd wel duren, denkt u? Misschien. Veranderingen gaan niet plotseling. Maar de trein gaat wel vertrekken. Eindelijk!

Toon Kerssemakers

'Waar is de Dukenburger?'

De krant kunt gij niet missen. Geen dag. Deze strenge tekst stond lang geleden op een kaartje waarmee langs huizen werd gegaan om namens de krant gelukkig nieuwjaar te wensen. In ruil voor een beloning. Maar als je het afgelopen jaar een paar keer niet bezorgd had, kon je zonder een cent worden weggestuurd. Plichtsverzuim werd hard aangepakt.

Ons blad verschijnt niet dagelijks. En als het in de bus komt, lezen de meesten het nummer niet in één keer. Even geen tijd. Werken. Een klus in huis of boodschappen doen. Zorgen voor (klein)kinderen. Er is altijd wat. Tja, dan heb je vaak een probleem als je wil doorgaan met lezen. Of naar een activiteit wilt waarover de Dukenburger geschreven heeft. Die is natuurlijk niet meer te vinden. Dus stapels folders nalopen. Papier container uitgraven. Eventuele huisgenoten aanspreken. Heb jij de Dukenburger gezien? Al weg met het oud papier? Of vervelender teksten zoals: denk nou na waar je jouw troep laat. Géén bezorging is ook een bron van ergernis. Een bezorger, die het laat afweten. Of een nee-nee of een nee-ja sticker op de brievenbus.

Allemaal onrust en getob voor niets. Ons blad is er echt wel. Altijd. Alleen niet in de brievenbus, maar in uw computer, laptop of smartphone. De Dukenburger verschijnt namelijk ook digitaal. Alle 101 nummers kunt u nalezen. Onderwerpen, gerangschikt in thema’s (dossiers). Artikelen over mensen, die u kent, de agenda. Er zijn natuurlijk meer sites in Dukenburg. Die ook informatie geven. Maar bij ons kunt u lezen over nieuwe ontwikkelingen, komen bewoners aan het woord, zeggen politici wat zij denken over en doen voor Dukenburg enzovoorts. Waar? Op www.dedukenburger.nl. Elders in dit nummer meer informatie.

Nu genoeg. Onze hoofdredacteur let scherp op, dat wij ons niet schuldig maken aan “wij van WC eend adviseren WC eend.” Ofwel: wij mogen niet zomaar reclame maken voor onszelf. Toch kan ik het nog even niet laten: de Dukenburger is niet te missen. Geen dag!

Toon Kerssemakers