'Tortelduifjes en moeders'

De recente Nederlandse hitte had ik verruild met die van Kabul. Mijn zieke moeder riep mij op om even bij haar te zijn. Ik zat aan haar bed en luisterde naar haar verhalen. Leuke anekdotes uit het verleden of geklaag over haar gezondheid. Zij vroeg naar mijn vrienden in Nederland. En naar de ervaringen van afgelopen Vierdaagse. We bewonderden samen het tortelduifjespaar dat op haar balkon genesteld was. Het mannetje vloog weg en bracht takjes die hij aan het vrouwtje gaf. Zo lief.

Ons samenzijn werd onderbroken door het getril van ons huis en het geluid van explosies erna. We zetten de radio aan. Even later wisten wij waar de aanslag was en hoeveel slachtoffers er waren. Mijn moeder vertelde dat zij bij het horen van explosies en zwaar geschut Nederland bedankt dat ik daar mag zijn.

Na een kleine twee weken bij haar zat ik in het vliegtuig te reflecteren op het verblijf in mijn moederland. Op mijn iPhone keek ik naar de foto’s van mensen, dieren en objecten daar. De afstand van ruim zevenduizend kilometer verklaarde het geweld, de onrechtvaardigheid en wanhoop die ik daar zag. Ik snelde naar Nijmegen om het gebrek aan onvoorwaardelijke warmte daar hier te compenseren. Eenmaal thuis nam ik de post door en scande de kranten van afgelopen weken. Tussen de vele enveloppen lag de ansichtkaart van Henny Tiellemans die mij bedankte voor het boek Weg naar je eigen land. De kaart was vóór de Vierdaagse verstuurd.

Haar woorden op de kaart waren net zo lief als zijzel is. Henny is een van de zeven geportretteerden in het boek Dukenburg dichterbij. Lees het verhaal van dat Nijmeegse oorlogskind, een van de eerste bewoners van Dukenburg. Henny’s echtgenoot Henk was een van mijn eerste collega’s van wie ik de fijne kneepjes van de Nederlandse taal heb geleerd.

Henny gaf mij geen kans haar te bedanken voor haar mooie woorden. Dezelfde postbode die haar mooie kaart had bezorgd, gooide een dag na mijn aankomst haar overlijdensbericht in de bus. Lieve Henny, de oppasmoeder van vele Dukenburgse kinderen. Mijn oppasmoeder blies haar adem uit toen ik in het vliegtuig zat. Kijkend naar de foto’s van tortelduifjes op het balkon van mijn moeder huil ik om Henny. Ik denk aan haar Henk en haar enige zoon Charles.

Qader Shafiq