'Gebombardeerde dromen'

Zestien waren wij toen. We stonden hangend aan onze fietsen naast een drukke bushalte bij een meisjeslyceum in Kabul. We spraken daar vaak af

met Jamsheed, mijn vriendje van de basisschooltijd die vanwege zijn liefde voor techniek naar het technische lyceum ging. We deelden allebei passie voor boeken. Alles wat in die tijd in Kabul te vinden was, werd door ons gelezen. Behalve de absurde propagandaboeken van het regime toen. Als een van ons een mooi boek had gelezen, was de ander de volgende lezer. In die periode waren we gek op de negentiende-eeuwse Franse literatuur.

Maar het allerbelangrijkste gespreksonderwerp tijdens onze ontmoetingen was de liefde. Deze bushalte, naast de school van het meisje op wie Jamsheed verliefd was, was zijn heilige plaats geworden, waar hij soms een glimp van Nazia kon opvangen. Als een Hazara en Sjiiet was hij natuurlijk geen geschikte partij voor een soennitisch meisje van een traditionele familie. We geloofden dat er een einde zou komen aan die achterlijke polarisatie. De boeken die wij lazen maakten ons optimistisch over de toekomst.

Op die dag plaagde ik hem veel. Ik vertelde hem dat ik de stoere broers van Nazia zou vertellen over... Met zijn mooie lach zei hij: "Maak mijn droom niet kapot. Anders maak ik je af." Omhelzend namen we afscheid van elkaar. Op de fiets riep ik nog na: ‘Ik vertel ze het toch!’ Ik gunde Jamsheed zijn liefde. Sterker nog, ik had al aan goede vrienden van Nazia verteld hoe leuk Jamsheed was. Ik had nauwelijks twee minuten gefietst toen ik de knal van een explosie hoorde. Mensen renden in de richting waar een enorme rookwolk in de lucht hing. Daar was ik net vandaan gefietst. Eenmaal op de plek, een paar honderd meter van de bushalte, lagen de zoveelste slachtoffers van de zoveelste raketaanval van Mudjahedin op Kabul. Naast een omgekomen kind, een waterverkoper die zijn verkreukelde emmer nog vasthield, lag Jamsheed. Met een mooie glimlach had hij zijn laatste adem uitgeblazen. Misschien met de gedachten aan Nazia. Vele jaren zijn sindsdien verstreken. Maar elk nieuws over een terreuraanslag elders in de wereld herinnert mij aan Jamsheed. Hoeveel liefdes worden door blinde bommen in as veranderd? Dat doe ik ook tijdens de dodenherdenking en de herdenking van het bombardement op Nijmegen op 22 februari. De dag waarop mijn gedachten naar geliefden van die dag in Nijmegen gaan.

Qader Shafiq