Qader Shafiq

‘Teleurgesteld compliment’

Laatst liep ik met een vriend langs de oevers van de overgelopen Waal. Hij heeft een verleden in de mondiale samenwerking en is een prettige gesprekspartner, met wie je aan deze kant van de dijken goed over de wereld kunt praten. Het ging over de verkiezingen. Moeten ze doorgaan? Op wie zou je stemmen?

Plots herinnerde ik me de waterramp van 1995. Ik was toen een asielzoeker in Nijmegen. Daud, mijn huisgenoot, en ik zagen op televisie hulpverleners die zandzakken aan het sjouwen waren. We besloten ons als vrijwilliger aan te melden. Toen we het onze contactpersoon van Vluchtelingenwerk vertelden, werden we lichtjes uitgelachen, maar wel met waardering voor het gebaar. Hoe konden wij weten dat het solidariteitsprincipe in dit land van melk en honing al heel lang gedepersonaliseerd is? Alles is georganiseerd, zelfs het bieden van behulpzaamheid.

Ik wilde graag mijn dankbaarheid tonen in het land dat me een veilig onderkomen bood. Ik had voor Nederland gekozen vanwege het democratische karakter. Ondanks mijn illusie van terugkeer – die elke migrant eigen is – vond ik het niet erg een burger van dit land te worden.

Dit land paste bij mij.

Qader Shafiq

‘Groen leeft’

Dat groen verbindt, heb ik weer ervaren. Het plantsoen voor ons huis is sinds een aantal jaren een beetje verwaarloosd. In de grote storm van vorig jaar zijn uiteindelijk ook de laatste struiken en bomen ten onder gegaan, waaronder de grote esdoorn in onze tuin. De boom die een paar meter van onze woning stond, is gelukkig net niet op ons huis gevallen, waar op dat moment mijn vrouw en huisgenoot teckel-Jazz aanwezig waren. Op het vernielen van het tuinhuis en het puntje van het dak van de buren aan de linkerzijde na, bleef de schade beperkt.

De paniek en de kosten-batenanalyse richtten zich op het welzijn alsook op de eigendommen van de mens. Wat het omvallen van bomen en struiken in het dierenrijk veroorzaakt, realiseerde ik me pas later, want er waren immers meer genestelde levens verwoest. De schreeuwende merels, vinken en eksters en de stilzwijgende houtduiven rouwden om de dood van een grote boom, hun thuis en toevluchtsoord.

Ik rouwde dagen om die ene kleine kerstboom, waarop de inmiddels ontheemde buurman roodborst telkens zong. Dat boompje was mijn trots en gaf mij het gevoel nuttig te zijn op aarde. Na de allereerste Oud en Nieuw die wij in ons allereerste eigen huis in Dukenburg hadden doorgebracht, was dat boompje door de voormalige buren op straat gegooid. Ik wilde de boom een nieuw leven geven en plantte hem in de wildernis, zoals het plantsoen voor ons huis weleens omschreven wordt. Nadat de gemeente ervoor zorgde dat de in stukjes gezaagde boom en al het snoeiafval weg waren, begon het plantsoen op een door de mens verlaten rampgebied met puinresten te lijken.

Toen kwam het moment dat onze oudere en wijze buurman Willem ons bij elkaar riep. Ik genoot van de buurtvergaderingen waarin de fantasieën de vrije loop kregen. De discussies over wel of geen bankje, nog meer tegels in onze voortuin en of het “we moeten er wel van kunnen eten”, heeft uiteindelijk geresulteerd in een mooi participatieproject. De schets van buurman Leon zorgde voor ambtelijk enthousiasme. Zij beloofden ons dan ook te komen helpen bij het verwezenlijken van onze gemeenschappelijke tuin.

De tijd verstreek… Een heel najaar, voorjaar en zomer hebben wij gewacht. In de stille maanden tijdens de Lock down kon ik het beeld van de besneeuwde kerstboom die er stond niet uit mijn hoofd zetten. Buurman Willem riep ons weer bijeen. De vergadering, waar ik helaas niet bij aanwezig was, heeft het participatiecontract bestudeerd. Er is uiteindelijk een verlanglijst samengesteld. Inmiddels is het puin weggebracht en is de grond geëgaliseerd. Het bezoek van vele vogels voorspelt het nieuwe leven in ons buurtje. Een kleine voor- en achtertuin van mensen met diverse achtergronden, die straks omringd worden door een kweepeerboom, een vijgenboom, bessenstruiken en vele mooie bloemen. Zo zie je maar hoe groen voor verbinding en harmonie kan zorgen.

Fijne feestdagen!

Qader Shafiq

‘Rebellen en dwarsdenkers’

Dat zijn we stiekem allemaal. Het boekenfeestpodium over rebellie en dwarsdenkerij paste bij mij. Ik heb achtduizend kilometers afgelegd, vele schoenen versleten en de prikkels van vele prikkeldraden gevoeld om hier te mogen zijn. Mag ik mijn verhaal doen? Een van de redenen waarom ik voor Nederland koos, was de mooie verpakking van dit land: het democratische land met het vrije woord hoog in het vaandel. Hier zou mijn grote mond een veilig bestaan vinden. Want ik stam af van een familie met het motto: ook al dood, toch je woord. Rebellie zit in mijn bloed.

De vader van mijn opa was rechter. Toen hij met een deel van de toenmalige intelligentsia bezwaar maakte tegen de onderdrukking, waaronder die van Sjiitische Hazara’s in Afghanistan, beval Koning Abdul Rahman om zijn ogen eruit te trekken. Zijn protest tegen zo’n vonnis, dat niet op de wetten van sharia gebaseerd was, stuitte op de woede van de koning. Hij moest ook nog een flinke geldboete betalen. Waardoor de familie veel grond en bezittingen moest verkopen. Overigens, deze koning Abdul Rahman kreeg in de jaren 80 van de negentiende eeuw geld en wapens vanuit Brits India om de invloed van Russen en Iran tegen te houden. De geschiedenis herhaalt zich. Zie wat de Taliban nu in Afghanistan doen en hoe zij onthaald worden. De vele aanslagen op Hazara’s in Kabul zijn voorbeelden van die barbarij.

Later werd mijn blinde over-opa gerehabiliteerd. Hij werd een gerespecteerde imam. Zijn zoon, de vader van mijn vader wiens naam ik draag, werd een jonge ambtenaar in dienst van koning Amanullah. De man die in 1919 aan de macht kwam wilde Afghanistan veranderen in een moderne democratie met vrijheden voor vrouwen en minderheden. Mijn opa dacht mee aan het ontwerp van een nieuwe grondwet. Hij was net zo hoopvol als vele ambtenaren die van de koning verplicht een pak moest dragen, roken en fietsen. De Britten, die niet wilden dat een vrij en modern Afghanistan een inspiratiebron voor separatistische gevoelens in India zou worden, begonnen moslim-radicale propagandisten naar Afghanistan te sturen. Zij brachten de veelkleurige boerka’s die nu wereldwijd als een Afghaans fenomeen bekend staan, naar Afghanistan en riepen: bedek je vrouw. Verzet je tegen de goddeloze Amanullah en zijn vrouw koningin Soraya. De hervormingen van de koning (die veel steun kreeg vanuit niet-Brits Europa), bleken niet opgewassen tegen een grote volksopstand. Koning Amanullah, die vanwege zijn anti-Britse politiek in sommige delen van Europa niet geliefd was, werd de naamgever van het woord ammehoella in de Nederlandse taal. De Afghaanse oorsprong van dit Nederlandse woord is velen onbekend. Toen de opstandelingen aan de macht kwamen en Amanullah vluchtte, was opa Ghulam Qader ondergedoken. Later zou hij als dichter velen inspireren. De kinderen van mijn opa, mijn vader en zijn broers, namen geen blad voor hun mond. Zij werden van school gestuurd. Op het werk ontslagen. De artikelen van drie schrijvers en een wetenschapper onder hen werden verboden en zij hebben vanwege hun ideeën de gevangenis en de ellende van de vlucht moeten ervaren. Eenmaal op de vlucht, heb ik voor Nederland gekozen omdat ik hoorde dat de vluchteling in Nederland welkom was. Ben ik dan niet als de voorouders van de Nederlander van nu, die ook van elders gekomen zijn en hier tegen het water gevochten hebben? Dit land is gebouw door van elders gekomenen.

Ik ben mevrouw Roos, de functionaris van het Asielzoekerscentrum Steenwijkerwold die mij naar Nijmegen heeft gestuurd, dankbaar: “Jij moet naar Nijmegen. Die stad past goed bij jou.”

Ons Nederland is in Nijmegen begonnen. Mijn Nederland ook. Hier, waar de Bataafse rebel Julius Civilis, door zijn opstand tegen de Romeinen de eerste Nederlandse held werd. Hier heb ik woord voor woord Nederlands geleerd. Om het verhaal van Nederland te begrijpen. Het land van Hannie Schaft, Johan van Oldenbarnevelt, Pim Fortuyn en Anil Ramdas. Het land van de rebel en de dwarsdenker - en van de volhouder Willem Oltmans. Het land waar iedereen stiekem de Snowdens en Assanges van deze wereld leuk vindt. Zonder op te staan en zich sterk te maken om straat- of pleinnamen naar de ware helden te vernoemen. Dwars, onaangepast en onafhankelijk zijn is iets voor de echte Nederlanders.

Qader Shafiq

'Verhalenhuis'

 

Toen de oude Nijmeegse synagoge aan de Nonnenstraat in 1999 terug werd gegeven aan de joodse gemeenschap was ik als medewerker van het Centrum voor Internationale Samenwerking door wijlen de heer Santcroos uitgenodigd de opening bij te wonen. In de buurt van het V&D-gebouw vroeg ik een voorbijganger naar het adres. De man leek mij bekend. “Ik ga ook die kant op.” Pas toen oud-burgemeester d’Hondt hem speciaal welkom heette, kwam ik erachter dat Jeroen Krabbé mijn gids was. Het bijwonen van de opening van de 250 jaar oude synagoge bracht mijn gedachten terug naar mijn eerste bezoek aan het joodse godshuis in de Oekraïense stad Charkov. Mijn joodse vrienden, die de nieuwsgierige in mij goed kenden, hadden mij uitgenodigd in 1990 de heropening bij te wonen. De prachtige synagoge was in 1923 op verzoek van ‘joodse proletariërs’ gesloten. Maar ondanks de antireligieuze politiek van de Sovjet-Unie, diende dat 18de-eeuwse gebouw tot 1949 als cultureel centrum en kinderbioscoop van de joodse diaspora.

Toen ik in januari 2014 met vriend en reisgenoot Arnon Grunberg in Kabul was, bezochten wij de enige overgebleven jood in de synagoge in de Bloemenstraat van Kabul. Ik was ontroerd toen ik zag hoe alert en zorgzaam zijn buren waren. Blij was ik toen we tijdens onze autoreis in zomer 2015 in het eeuwenoude Buchara, in een toen 435 jaar oude synagoge waren. De stad telt 420 joden en vijf synagogen. Het doet pijn als ik zie dat de synagoge aan de Gerard Noodtstraat nog steeds leeg is. Dit terwijl ruim zes jaar geleden Nijmegenaar Jem van den Burg met een leuk initiatief kwam dat het statement van de stad had kunnen zijn: Een Nijmeegs huis van minderheden. Een Anne Frankhuis waarin verhalen van verbinding en diversiteit verteld worden. Toen de Nijmeegse joden die de afschuwelijkheden overleefden terugkeerden naar Nijmegen, ervoeren zij dat gebouw als een blok aan hun been en verkochten het voor een schijntje aan de gemeente. Ik was blij toen burgervader Bruls op 27 januari van dit jaar zijn schaamte uitsprak over de rol van de overheid bij de Jodenvervolging in de Tweede Wereldoorlog.

Het zou mooi zijn als we in het jaar van de vrijheidsviering, het gebouw dat 75 jaar gelden met hakenkruisen beklad was, in het huis van diversiteit en verbinding kunnen zien veranderen.

Qader Shafiq

‘Vierdaagse’

Vastberaden maakte ik het flink verhoogde inschrijfgeld over. Want voor mij is Vierdaagse lopen: vieren van mijn Nijmegenaarschap. Op dag één de opgaande zon de Waal zien inkleuren. Vervolgens meeslingeren op de dijken, wegen en straten om de hartelijkheid van Oosterhout, Slijk- Ewijk en Lent te ervaren. Van het optreden van de Driestroomband Jukebox in Elst genieten en de knuffel krijgen van volleybalvriendin Mariëlle die met haar dweilorkestje in Bemmel optreedt. De intocht vieren met een borrel die vriendin Maria in Café Royal op de Hertogstraat aanbiedt. Op dag Roze vroeg ontwaakt Grootstal en Hatert zien juichen en via de vertrouwde Weezenhof in de geliefde Overasseltse en Hatertse Vennen komen. Het gemoedelijke Alverna, lange Wijchen, vrolijke Beuningen en Weurt achter de rug, de mooiste intocht van het Waterkwartier ervaren en de dag afsluiten met een bier op het ‘Faberplein’. Op de derde dag onderweg naar Malden een beschuit met aardbeien nuttigen, de moerbeiboom in Mook bewonderen, bij oudere vriendin Miep in Middelaar een kopje koffie, en nog een, drinken. Plasmolen, Milsbeek, Ottersum inlopen en vervolgens verlaten. Op de gulle Breedeweg van lekkere traktaties genieten en bij het binnenkomen in Groesbeek dj Jan Muskens begroeten.

De Zevenheuvelenweg is een eitje. Na de finish bij de redactietent van de Gelderlander een koud blikje Bavaria drinken. Thuis je blaren behandelen en je opmaken voor de dag van Via Gladiola. Op de dag van de Maas bij elk dorp de herinneringen van de voorbije vier dagen ophalen. Duimen dat je in Beers de aan de Vierdaagse verslaafde politicus Paul Eigenhuijsen niet ontmoet. Want dat wordt dan een vroege bier. Eenmaal op de pontonbrug de pijn in je voeten voelen. De pijn die je op de Rijksweg weer vergeet. Want tot en met een handdruk van burgervader Bruls word je op handen gedragen. En na die vier zware dagen als held van je geliefde met een kruisje thuiskomen...

Dát is mij ontnomen. Dát is ons ontnomen. Ik vervloek corona.

Qader Shafiq