Qader Shafiq

'Verhalenhuis'

 

Toen de oude Nijmeegse synagoge aan de Nonnenstraat in 1999 terug werd gegeven aan de joodse gemeenschap was ik als medewerker van het Centrum voor Internationale Samenwerking door wijlen de heer Santcroos uitgenodigd de opening bij te wonen. In de buurt van het V&D-gebouw vroeg ik een voorbijganger naar het adres. De man leek mij bekend. “Ik ga ook die kant op.” Pas toen oud-burgemeester d’Hondt hem speciaal welkom heette, kwam ik erachter dat Jeroen Krabbé mijn gids was. Het bijwonen van de opening van de 250 jaar oude synagoge bracht mijn gedachten terug naar mijn eerste bezoek aan het joodse godshuis in de Oekraïense stad Charkov. Mijn joodse vrienden, die de nieuwsgierige in mij goed kenden, hadden mij uitgenodigd in 1990 de heropening bij te wonen. De prachtige synagoge was in 1923 op verzoek van ‘joodse proletariërs’ gesloten. Maar ondanks de antireligieuze politiek van de Sovjet-Unie, diende dat 18de-eeuwse gebouw tot 1949 als cultureel centrum en kinderbioscoop van de joodse diaspora.

Toen ik in januari 2014 met vriend en reisgenoot Arnon Grunberg in Kabul was, bezochten wij de enige overgebleven jood in de synagoge in de Bloemenstraat van Kabul. Ik was ontroerd toen ik zag hoe alert en zorgzaam zijn buren waren. Blij was ik toen we tijdens onze autoreis in zomer 2015 in het eeuwenoude Buchara, in een toen 435 jaar oude synagoge waren. De stad telt 420 joden en vijf synagogen. Het doet pijn als ik zie dat de synagoge aan de Gerard Noodtstraat nog steeds leeg is. Dit terwijl ruim zes jaar geleden Nijmegenaar Jem van den Burg met een leuk initiatief kwam dat het statement van de stad had kunnen zijn: Een Nijmeegs huis van minderheden. Een Anne Frankhuis waarin verhalen van verbinding en diversiteit verteld worden. Toen de Nijmeegse joden die de afschuwelijkheden overleefden terugkeerden naar Nijmegen, ervoeren zij dat gebouw als een blok aan hun been en verkochten het voor een schijntje aan de gemeente. Ik was blij toen burgervader Bruls op 27 januari van dit jaar zijn schaamte uitsprak over de rol van de overheid bij de Jodenvervolging in de Tweede Wereldoorlog.

Het zou mooi zijn als we in het jaar van de vrijheidsviering, het gebouw dat 75 jaar gelden met hakenkruisen beklad was, in het huis van diversiteit en verbinding kunnen zien veranderen.

Qader Shafiq

‘Vierdaagse’

Vastberaden maakte ik het flink verhoogde inschrijfgeld over. Want voor mij is Vierdaagse lopen: vieren van mijn Nijmegenaarschap. Op dag één de opgaande zon de Waal zien inkleuren. Vervolgens meeslingeren op de dijken, wegen en straten om de hartelijkheid van Oosterhout, Slijk- Ewijk en Lent te ervaren. Van het optreden van de Driestroomband Jukebox in Elst genieten en de knuffel krijgen van volleybalvriendin Mariëlle die met haar dweilorkestje in Bemmel optreedt. De intocht vieren met een borrel die vriendin Maria in Café Royal op de Hertogstraat aanbiedt. Op dag Roze vroeg ontwaakt Grootstal en Hatert zien juichen en via de vertrouwde Weezenhof in de geliefde Overasseltse en Hatertse Vennen komen. Het gemoedelijke Alverna, lange Wijchen, vrolijke Beuningen en Weurt achter de rug, de mooiste intocht van het Waterkwartier ervaren en de dag afsluiten met een bier op het ‘Faberplein’. Op de derde dag onderweg naar Malden een beschuit met aardbeien nuttigen, de moerbeiboom in Mook bewonderen, bij oudere vriendin Miep in Middelaar een kopje koffie, en nog een, drinken. Plasmolen, Milsbeek, Ottersum inlopen en vervolgens verlaten. Op de gulle Breedeweg van lekkere traktaties genieten en bij het binnenkomen in Groesbeek dj Jan Muskens begroeten.

De Zevenheuvelenweg is een eitje. Na de finish bij de redactietent van de Gelderlander een koud blikje Bavaria drinken. Thuis je blaren behandelen en je opmaken voor de dag van Via Gladiola. Op de dag van de Maas bij elk dorp de herinneringen van de voorbije vier dagen ophalen. Duimen dat je in Beers de aan de Vierdaagse verslaafde politicus Paul Eigenhuijsen niet ontmoet. Want dat wordt dan een vroege bier. Eenmaal op de pontonbrug de pijn in je voeten voelen. De pijn die je op de Rijksweg weer vergeet. Want tot en met een handdruk van burgervader Bruls word je op handen gedragen. En na die vier zware dagen als held van je geliefde met een kruisje thuiskomen...

Dát is mij ontnomen. Dát is ons ontnomen. Ik vervloek corona.

Qader Shafiq

'Hoe ontdekte ik de Nijmegenaar in mij?'

Ik weet niet hoe u het verlaten en aankomst van Nijmegen ervaart. Bij mij ging en gaat het zo. Meteen na het gefluit van de conducteur kwam de trein trillend in beweging. Achter het glazen raam stonden mijn vrouw en dochters te zwaaien. Mijn vrouw, de oudste dochter en ik glimlachten om de gevoelens van angst te verbergen. De jongste dochter lachte omdat ze het leuk vond dat papa in haar favoriete vervoermiddel zat. Zij wist niet dat haar vader voor het eerst sinds haar geboorte lange tijd weg zou blijven. Op dat moment wist ik ook niet dat dit een lange ontdekkingsreis zou worden. De laatste handkusjes van mijn geliefden heb ik in mijn geheugen opgeslagen. Ze zouden de mogelijke narigheden die mij te wachten stonden verzachten. En een stimulans worden voor onze hereniging. De trein reed op de Waalbrug. Zoals gewoonlijk bewonderde ik de Waal en keek naar de torens van de Romeinse stad die mijn geliefden beschermen. Later. Ik voelde de pijn van het afscheid. De verlangens naar terugkeer overheersten mijn gevoelens. Dit terwijl ik me in de nabijheid van de bergen van mijn geboortestad bevond, waarmee ik ooit wakker werd, mijn dag begon en in slaap viel. De vertrouwdheid van vogels, bomen, stoffige wind, de eeuwige stemmen van kinderen en volwassenen op de straten van rook en claxons, hadden plaats gemaakt voor de rust in mijn Nijmeegse wijk. Bij elke confrontatie met het geweld en de dreiging dacht ik aan de glimlach van mijn in Nijmegen geboren dochter waarmee ik uitgezwaaid werd. "Als ik dit overleef, kom ik nooit meer terug. Ik blijf voorgoed in Nijmegen."

Iedere keer wanneer mensen mijn Nijmegenaarschap in twijfel trekken, denk ik: "Zij moeten mijn hart horen kloppen wanneer ik de skyline van Nijmegen zie verschijnen."

Qader Shafiq

'Nijmegen als een regenwoud in Afrika'

We zaten in de oudste brouwerij van Nijmegen met hem te lunchen. Vanuit het raam keken wij naar de Waal. De herfst kleurde de stad, die inmiddels een rivier in zich heeft. William, zo heet de tiende mensenrechtenverdediger die gast is van Nijmegen de Shelter City. In het noorden van Oeganda voert hij een strijd tegen corrupte machtshebbers die bomen van het Zokaregenwoud naar China laten verdwijnen. Deze gepassioneerde strijder vertelt hier in het groene Nijmegen over het belang van bomen voor het leven. Op zijn smartphone las hij de informatie over deze oude brouwerij. Hij keek naar mij en zei: "Bij ons is niks bewaard gebleven dat ons aan onze voorouders kan herinneren." Dit waren ook exact mijn gedachten. Stil keken wij verder uit het raam. Soms kan stilte krachtiger zijn dan gedachtewisseling die gepaard gaat met het zoeken naar woorden. We kregen allebei zin in bier. De slokken Hemelbier vrolijkten zijn ogen op. Het gesprek zonder woorden ging verder.

Hij, een sterke gemeenschapsman die de sociale samenhang en welvaart van de medemens in het behoud van natuur ziet, miste hier aan de Waal zijn dierbaren die niet van de pracht van deze stad kunnen genieten. De manier waarop hij keek, deed me begrijpen dat hij deze schoonheid zodanig wilde vastleggen dat hij het kan navertellen. Ik genoot van zijn blik op de Waal die op die van mij van vijfentwintig jaar geleden leek. Vijfentwintig jaar geleden vertelde ik in mijn gedachten over de schoonheid van de Waal aan dierbaren die ik achtergelaten had. Ik realiseerde me de betekenis van de stad van de rivier in mijn leven. In William als spiegel zag ik de verantwoordelijkheden die wij met z’n allen in dit welvarende deel van de wereld hebben. Wat wij niet woordeloos hoefden te bespreken was het geluk. We waren het met elkaar eens dat geluk pas echt geluk is wanneer het gedeeld wordt. Dankbaar keek ik naar de Waal. Ik voelde me gelukkig met de aanwezigheid van William, mijn nieuwe brother uit Afrika die Nijmegen in zijn dromen meeneemt. Ik hoop dat ik ooit in zijn Nijmegen Forest van het gezang van de vrije vogels mag genieten.

Qader Shafiq

'Hij heet Charles'

Ik was al een tijdje niet in Winkelcentrum Dukenburg geweest. Op een koude zaterdagmiddag fietste ik erheen om de warmte te zoeken. De schoenen sleutelmaker zat op zijn vertrouwde plek. De rijen bij de kassa’s van de Action waren net zo lang als anders. De ontvangst bij de Bruna was zoals gewoonlijk warm. Naast de afvalbakken van de cafetaria stonden jong en oud te smikkelen. Net zoals bij de ingang van Toko Amazing Oriental. Ik was blij met de komst van Pronk, een leer- en werkwinkel. Na wat gelezen te hebben in de bibliotheek en bij de groenteboer geweest te zijn, wilde ik dezelfde route terug nemen naar mijn fiets. Een oude man met een rollator trok mijn aandacht. Hij kwam mij bekend voor. Zou hij mijn eerste buurman in Nijmegen zijn? Hij bewoog langzaam. Daardoor kon ik de herinneringen van vijfentwintig jaar geleden terugroepen. "Het is hem!" Hij woonde met zijn vrouw naast de eengezinswoning in Voorstenkamp die ik met drie andere vluchtelingen deelde. Het Indische buurechtpaar was hartelijk voor ons. Toen ik statushouder werd en moest verhuizen naar een dure kamer op de Sint Annastraat, reed de buurman met zijn kleine Renault twee keer op en neer om mijn spullen over te brengen.

Sindsdien ben ik daar niet meer geweest. Een bezoek aan deze buren om ze te laten zien dat het goed met mij ging stelde ik steeds uit. Misschien omdat ik de moeilijkste periode van mijn leven daar heb doorgebracht. "Dag meneer. Mag ik u iets vragen?" Hij herkende mij niet. Maar hij vertelde mij dat hij in dat huis woonde. Zijn vrouw was een aantal jaren geleden overleden. Toen ik haar beschreef en mijn herinneringen aan haar met hem deelde, zag ik de glans van vertrouwen in zijn ogen en kwam ons gesprek op gang. Hij wist nu meer over Java te vertellen dan over hier. Hoe kon hij weten wie ik was als er zoveel mensen tijdelijk naast hen gehuisvest werden? Na een kwart eeuw weet ik dat deze buurman Charles heet. Wij hebben een selfie gemaakt en afgesproken dat ik bij hem langskom. Op de fiets jammerde ik dat ik de vrouw van Charles geen bos bloemen meer kan geven. Ik dacht aan de vele anderen die mij op weg hielpen.

Qader Shafiq