‘Crisis ook in Dukenburg’

Het is een bizarre en ongewone tijd. Veel ouderen vinden dat de huidige coronacrisis aan de oorlogstijd doet denken, een herinnering die bij veel mensen een kras op de ziel heeft nagelaten. Ook toen heerste er angst. Het behoud van lijf en leden was onzeker door de krijgshandelingen en bombardementen. Dan de schaarste van het voedsel en de honger. En de beperkingen van de bewegingsvrijheid (de avondklok et cetera). Ook nu heerst er angst bij de ouderen voor deze dodelijke ziekte. Er is onzekerheid over het bestaan. Werkloosheid dreigt voor veel mensen, vooral voor jongeren. Veel bedrijven hebben een vacaturestop, bij andere zijn werknemers ontslagen. Jongeren missen bovendien hun bewegingsvrijheid, waardoor sociale contacten evenals het vinden van een partner worden bemoeilijkt. De mogelijkheid op anderhalve meter een intiem gesprek te voeren, laat staan te kussen of te liefkozen is onmogelijk. Het is onvermijdelijk dat sommigen recalcitrant, weerspannig en tegendraads worden, doordat zij hun draai niet meer kunnen vinden. Wie hier de oplossing voor weet mag het zeggen. Voorlopig is er weinig te doen tegen de ziekte. Het is nog maar een vraag of de vaccinatie effectief is en de ziekte niet een sluimerend bestaan krijgt. Zo was het ook bij de Spaanse griep na de Eerste Wereldoorlog.

De belemmeringen in het sociale verkeer maken de samenleving afstandelijk. Een praatje met elkaar maken in de supermarkten wordt afgeraden. Veel contacten lopen nu uitsluitend via de telefoon of internet. Telefonische spreekuren zijn regel. Overal moet men van tevoren afspraken maken. Zelfs een plaatsje in de kerk op zondag moet je reserveren. Het verenigingsleven heeft er onder te lijden, omdat bijeenkomsten worden gecanceld. Zelfs de heilige voetbalsport heeft een flinke knauw gekregen. Voetbal is voor het publiek toch primair een collectieve belevenissport, waarbij men uit het dak kan gaan. Wedstrijden zonder publiek op de tv bekijken geeft veel verlies aan charme en opwinding. Nijmegen en indirect ook Dukenburg worden door de sluiting van de universiteit en de hogeschool flink getroffen. De collegezalen staan al maanden leeg. Veel studenten zitten achter de computer thuis haast anoniem hun tentamens voor te bereiden. De Nijmeegse horeca krijgt daardoor ook een knauw. Er zijn heel wat mensen die vrezen dat deze vorm van hoger onderwijs het nieuwe normaal wordt, vooral omdat dit veel kosten bespaart. Het vroegere vrolijke studentenleven, kenmerkend voor een universiteitsstad, komt wellicht niet meer terug. Ook het thuiswerken wordt het nieuwe normaal. Veel huizen en gezinnen zijn daarop niet berekend. Je zou wensen dat in Dukenburg plaatsen waren waar je met je werk even terug kon trekken, liefst met airconditioning. Het wijkcentrum in Meijhorst zou hier iets kunnen betekenen. Maar door de crisis getroffen zullen veel stedelijke voorzieningen moeten worden gecommercialiseerd. Ook ons wijkcentrum treft dit lot. Dit brengt me ook op het punt van de renovaties in onze wijk, de maatregelen voor energiebesparing en de geplande nieuwbouw in de Kanaalzone. Ooit bestonden in Dukenburg grootse nieuwbouwplannen in het kader van Hart voor Dukenburg. Door de economische crisis is daar destijds niets van terechtgekomen. De huidige crisis is nog erger. Wat komt er nu van de plannen terecht?

Geen wonder dat veel mensen in Dukenburg zich zorgen maken, ook door de langdurige sociale isolatie en eenzaamheid. De les is dat we, zoals de burgemeester het stelde, meer in de buurt naar elkaar omkijken. Sociale contacten moeten op kleinschaliger niveau worden georganiseerd. De buurtcentra de Grondel en de Turf hebben hier een functie. Voorbeeldig is het kleinschalige karakter van het Huis van Weezenhof waar mensen elkaar informeel kunnen ontmoeten. Via interviews vanuit dit huis tracht men de wijk via internet bij elkaar te houden. Dit initiatief verdient navolging. Zo blijft Weezenhof toch leefbaar en gezellig.

Janwillem Koten