'Overdenking'

Dit is de honderdste editie van de Dukenburger. Dat betekent dat we een kleine encyclopedie van het wel en wee van Dukenburg hebben geschreven. Bekijk je de (oude) redactieleden individueel dan betekent dit dat zij gemiddeld een boek van 500 pagina’s per redacteur hebben volgeschreven. Geen geringe prestatie. Het is daarom bij de honderdste editie tijd even bij ons zelf stil te staan. Eigenlijk is het een klein wonder dat de Dukenburger zo goed ging. De voorganger Trefpunt schoot te kort. Wijkmanager Eric van Ewijk besloot een nieuwe redactie te vormen, waarin naast de oude Trefpuntredactie nieuw mensen kwamen. De eerste editie verscheen in een vorm die we nog steeds hebben. Het blad was zo succesvol dat na korte tijd in Nijmegen diverse soortgelijke bladen in andere stadsdelen ontstonden die het patroon van de Dukenburger volgden. Ons blad bleek goed te worden gelezen. Niet alleen in het stadsdeel, maar ook op het stadhuis.

Vanwaar dit succes? De veelkleurige opmaak met veel fotomateriaal bleek een goede redactionele formule. Ook de wijkopbouw werd gewaardeerd. Maar vooral de discipline en toewijding van individuele redactieleden heeft aan het succes bijgedragen. Iedere maand voldoende kopij in te sturen vergt toewijding en betrokkenheid met het lot van Dukenburg van ieder redactielid. Geen van ons heeft een journalistieke opleiding gehad. Vrijwel alle redacteuren bewegen zich in hun eigen wijk tussen de doorsnee Dukenburger. En veel gewone Dukenburgers leveren ons voldoende kopij op waarmee we een boeiend blad kunnen maken. Dit rechtstreeks contact van de redacteuren met andere wijkgenoten is, denk ik, de kern van het succes van het blad.

Janwillem Koten