Janwillem Koten

‘Samen sterker’

We hebben nu zo’n drie maanden de coronacrisis. Niemand wil er nog iets van horen. Hoewel de ziekte veel misère brengt, zijn er ook wel leuke en hartverwarmende momenten. Om fit te blijven maken we wandelingen door Dukenburg en we komen in buurten waar we nooit eerder waren. We ontmoeten ook vriendelijke mensen die ons groeten en soms een praatje maken. Zo leerde ik veel mensen kennen. Af en toe gaan we op een bankje zitten en we genieten dan van het mooie groen en de stilte die Dukenburg biedt. Het deed me denken aan de tijd voordat de A73 was aangelegd. Die snelweg bracht immers veel geluidslawaai en veel fijnstof met zich mee. Mensen kunnen weer wat vrijer ademen. Trouwens, over de 100 kilometersnelheidslimiet hoor je nauwelijks meer iets frustrerends. Herinnert u zich nog het gedoe?

Ook heeft de coronaziekte in Weezenhof goede zaken gebracht. Mensen zijn vriendelijker voor elkaar. Het 'Hart van Weezenhof' heeft een netwerk waarbij de buren elkaar bijstaan. Iets leuks en bemoedigends is ook het initiatief van 'Wij Weezenhof'. Ik zag een geslaagde tv uitzending. Het is een succesvolle manier om mensen bij elkaar te brengen in de anderhalvemetersamenleving. Ook in andere wijken hoor je dat de mensen meer onderlinge contacten hebben en naar elkaar omzien. Verder zijn er diverse initiatieven die de sociale samenhang van de buurt bevorderen. Dit zijn goede en hoopvolle ontwikkelingen.

De coronacrisis zal nog wel een tijdje voortduren. Men voorspelt nog meer zware tijden met de komst van veel economische tegenwind en ellende. Dan zijn een onderlinge samenhang in de wijk en onderlinge hulpvaardigheid belangrijk. Denk aan de voedselbank waar veel vrijwilligers zich voor inzetten. Het is goed dat we de betere samenhang in de wijk volhouden. Want samen zijn we immers sterker!

Janwillem Koten

'Geduld'

Mijn vader vertelde me vaak van de griepepidemie toen ik nog jong was. Iedere keer als er een griepgolf was, vreesde men een terugkeer van de Spaanse griep. De schrik zat er goed in! En daarvoor was reden genoeg. Er waren toen, vertelde mijn vader, in zijn kleine dorp in november 1918 meerdere begrafenissen per dag. De kerkklokken die de sterfte aankondigden beierden regelmatig, zodat men er bijna dol van werd. Niet alleen stierven veel mensen, ook het sociale en economische leven viel gedurende enkele maanden plat. In totaal waren in Nederland 60 duizend doden te betreuren, plus veel mensen die de gevolgen van de griep als chronische aandoening meedroegen. Nederland had toen 6 miljoen inwoners. Zou je dat vertalen naar het huidige inwoneraantal, dan zouden door die griep een kleine 200 duizend gedood zijn geweest en daarnaast vele gehandicapten.

De huidige corona-infectie lijkt veel op de Spaanse griep, zoals ik van eigen onderzoek weet. Er waren in Nederland toen drie griepgolven. De griep heerste van mei 1918 tot 1920, met daarna nog kleinere opstootjes. De meeste grieppatiënten kregen longoedeem waaraan zij stikkend stierven. Dat verschijnsel doet zich nu weer voor. Door beter zicht op infectieziekten en de mogelijkheid van beademing kan men nu van een aantal patiënten het leven redden.

Hoe men het ook wendt of keert, of men niet of wel behandelt, de economie komt in het slop. Maar het economische herstel is wel sneller wanneer men sociale isolatie doorvoert en er geen bestuurlijke chaos optreedt zoals in 1918.

Het is in ieders belang dat we geduldig zijn en de huidige maatregelen niet te snel laten varen. Dat zal komende maanden ook van de Dukenburgers veel uithoudingsvermogen vragen. Veel mensen die wat ouder zijn komen door de sociale isolatie in eenzaamheid en depressie. Het is dus zaak dat we elkaar ondersteunen. Er zijn gelukkig al diverse initiatieven, waarbij men hulp aanbiedt door bijvoorbeeld boodschappen te doen. Sommige mensen letten op buren door af en toe een tikje op het raam en een klein praatje achter het glas.

Maar er zijn ook buurten waar men als zombies de buurt benadert, vooral als in een van de huizen coronalijders zijn. Bij mijn bezoek aan een van de supermarkten blijkt een soort pantomime te worden opgevoerd. Iedereen loopt zwijgzaam met een bocht om een andere klant heen en tracht zo snel mogelijk de boodschappen bij elkaar te harken. Sociale isolatie heeft dus ook nadelen. Dat moet ons niet weerhouden om vriendelijk te zijn voor elkaar en behulpzaam als dat nodig is. De corona-affaire kan immers nog lang duren.

Janwillem Koten

‘Kwetsbaar’

Wie had kunnen denken dat door een kleine verandering in het DNA van een virus bij een vleermuis, die door een Chinese vrouw werd gegeten, een wereldcrisis zou ontstaan. De beurs crashte, het sociale leven ontwrichtte en men is bevreesd voor een economische crisis. Dit alles heeft aangetoond dat onze moderne samenleving kwetsbaarder is dan men algemeen dacht. Mede door de globalisering is er in de wereld een ingewikkeld handelsnetwerk ontstaan. Wanneer er ergens iets hapert, kan dit tot een catastrofe leiden. Het is net als bij een klok: als bij een van de vele radertjes een tandje afbreekt, dan loopt de klok niet meer. Dat alles brengt onzekerheid en angst, vooral omdat de politiek geen duidelijk beleid voert; ook wat betreft de dreigende economische crisis. Men heeft de economie niet meer in de hand. Een tekort aan geneesmiddelen dreigt. ‘Als vliegen voor kwajongens, zo zijn wij voor de goden. Ze slaan ons dood bij wijze van vermaak (uit King Lear). De goden vermaken zich door verwaande heersers onverwacht met rampen te treffen.’ Ook ziet de toestand er uit als de vier ruiters in de Openbaring: pest, oorlog, hongersnood en dood (Apocalyps hoofdstuk 6). De pest heet nu Covid-19 (coronavirus). In hoeverre de ernst van de ziekte reëel is, blijft nog een grote vraag. Het is zeker niet zoals de Spaanse griep of de Hong-Konggriep waarnaar wordt verwezen. In hoeverre zijn de media hiervoor verantwoordelijk? De uitgebreide informatiestroom wordt door de mensen vaak te negatief genomen. Vandaar de hamsterwoede. Er is voor deze opwinding een nieuw woord bedacht: men spreekt in plaats van epidemie van infodemie. Ik heb soms het gevoel dat de ernst van de ziekte meer in hart en geest dan in het gestel heerst. Ik denk zelf dat er meer doden door het verkeer zullen vallen dan doden door het Covid-19. Dit alles brengt schrale troost. Ik heb echter de indruk dat men vroeger beter opgewassen was tegen de tegenslagen van het leven en men de onzekerheid beter kon hanteren. De wereld was een tranendal, zo leerden wij. Door de vele technische ontwikkelingen menen we als moderne mensen dat we alles in de hand hebben en dat we onkwetsbaar zijn geworden. Dat is dus niet zo. We zullen weer moeten leren met onzekerheden om te gaan. De maakbare samenleving bestaat niet. Dat is een belangrijke les van deze corona-epidemie voor de moderne samenleving.

Janwillem Koten

'16 maart - A73'

16 maart 2020 is een belangrijke dag, ook voor Dukenburg. Overdag mag men vanaf die datum maar maximaal 100 kilometer per uur rijden. Voor mensen die met de auto hun broodje moeten verdienen betekent dit extra werkuren. Bedenk dan dat we in een klein land wonen met de hoogste bevolkingsdichtheid van Europa. Dat betekent, meer dan in andere landen, dat wij in ieder geval al een zware milieubelasting hebben. We zullen in ons kleine landje voorzichtiger met elkaar en met de omgeving moeten omgaan, willen we het leefbaar houden. Op dit punt kunnen we veel van de Japanners leren, die die kunst goed verstaan. Wie wil raggen kan het beste naar Duitsland gaan. Daar is nog plaats voor autoracen. Ieder nadeel heeft ook zijn voordeel. Dat geldt vooral voor Weezenhof. Wellicht zijn door de lagere maximale snelheid de geluidslast en de fijnstofuitstoot ook minder. Diverse mensen zeiden mij dat ze ook wel ’s nachts een snelheidsbeperking op de A73 zien zitten. De geluidsdruk in bepaalde buurten van Weezenhof is ook in de nacht hoog door het ontbreken van geluidswallen in het Heumense deel van de A73. Dan nog een belangrijk punt bij de A73. In het deel nabij Dukenburg zijn vaak zeer ernstige ongelukken. Mijns inziens is de A73 langzamerhand overbelast aan het raken, waar men bij de aanleg niet op gerekend had. Verder zijn er natuurlijk de hoge maximale snelheid van 130 kilometer per uur en mogelijk ook de wegaanleg met vele wat moeilijke afslagen. Dit alles samen kan een mogelijke oorzaak voor de vele ongevallen zijn. Het is te hopen dat als maximumsnelheid vermindert, het aantal ongelukken afneemt. We kunnen dit vaststellen door de oude en nieuwe verkeerssituatie te vergelijken. Mochten er minder ongelukken komen, dan is de maximale snelheidsverlaging een zegen en een motief om die ook voor de nachtelijke uren door te voeren.

Janwillem Koten

'Vuurwerk 2020'

Er is al veel gezegd over de vuurwerkoverlast. Ook in ons stadsdeel waren er heel wat klagers, vooral de dierenbezitters. Hoewel het geknal mij soms aan de oorlog deed denken en daarbij slechte herinneringen opriep. Veel mensen ergeren zich ook aan de rommel op straat, waar vuurwerkgebruikers hun verpakkingsmateriaal en de resten van het vuurwerk achteloos laten liggen. Bravo voor de Dar voor het snel en efficiënt opruimen van de meeste rommel. Desondanks heb ik een onaangenaam gevoel over het vuurwerk. De honderden miljoenen die dit alles kost zijn mij een doorn in het oog. Zeker nu er zoveel van de voedselbank gebruik wordt gemaakt. Ik zag liever dat het verspilde geld daar naartoe zou gaan. Dat had heel wat mensen gelukkig gemaakt. Men zegt wel eens dat vuurwerk een Nederlandse traditie is die men niet graag ziet verdwijnen. Ik heb twijfel aan die traditie en zet daar mijn vraagtekens bij. In mijn jeugdjaren heerste er een economische crisis. Iedere cent moest bij ons drie keer worden omgedraaid. Van vuurwerk was nauwelijks sprake. Hooguit kreeg je een cent om bij de kruidenier wat carbid te kopen. Daarmee kon je dan met een stroopblikje overdag wat knallen. Oudjaar was vooral een huiselijk feestje met oliebollen. Die avond werd ook in veel gezinnen het afgelopen jaar herdacht. Was het twaalf uur geworden, dan loeiden sirenes en luidden de klokken. Men ging de straat op om de buren goed Nieuwjaar te wensen. Onder de bezetting en lange tijd daarna was er evenmin vuurwerk. Vuurwerk zag men weer aan het einde van de jaren 50. Het werd vermoedelijk ge(her)introduceerd door de stroom landgenoten en Chinezen die vanuit Indonesië en andere delen van het Verre Oosten naar Nederland kwamen. Veel mensen willen het vuurwerk afschaffen. Ik denk dat dit niet zal lukken. In plaats van een verbod of afschaffen moet men een alternatief bieden. In Engelse steden was het de gewoonte dat men met zijn allen naar het marktplein ging, waar tevens kraampjes voor een natje en droogje (bijvoorbeeld oliebollen) zorgden. Bij de klok van twaalf zag je een ware verbroedering van mensen die elkaar geluk en voorspoed wensten. Ik zou het leuk vinden als zoiets in Dukenburg zou plaatsvinden, eventueel aangevuld met het afsteken van wat siervuurwerk.

Janwillem Koten