Janwillem Koten

‘Klein is fijn’

Recent bezocht ik Wijkcentrum Dukenburg in Meijhorst. Waar het eerder druk en gezellig was, heerste nu rust en leegte. Slechts medewerkers aan de bar/balie en van Stip waren aanwezig. We beleven een ellendige tijd, jong en oud. In bejaardencentra stierven meer senioren door verdriet en eenzaamheid dan aan COVID-19. De isolatiekuur was soms erger dan de kwaal. Aanvankelijk waren zwembad en Ontmoetingskerk gesloten. Het zwembad draait weer, met beperkingen. De kerk bezoeken kan, mits je reserveert; de Ontmoetingstuin is altijd open voor iedereen.

Ook al volgen Dukenburgers de richtlijnen, hier en daar is verslapping merkbaar. Sommigen hebben moeite met de regels of zijn vergeetachtig. Gaandeweg wordt men korzelig en slordig; ik merk het aan mijzelf. Bij de ingang van supermarkten zijn extra maatregelen verwaterd, de speciale openingstijd voor ouderen is afgeschaft. Verzet tegen de RIVM-richtlijnen zie je hier gelukkig nog niet. Het aantal besmettingen in Dukenburg is meegevallen volgens de buurtzorg. Maar met de (terug-)komst van veel studenten kan dit veranderen. Dat jongeren steigeren is begrijpelijk: de mogelijkheid van ontmoetingen is in deze tijd van sociale opsluiting een groot gemis, evenals horecabezoek en (muziek-)festivals. Bedrijven waar het water aan de lippen staat protesteren. Toch moeten we met zijn allen moed houden. Zeker als binnen afzienbare tijd een vaccin beschikbaar komt. Het is geen garantie dat we daarna onze oude levensstijl kunnen herpakken.

Zonder grote evenementen zijn buurtactiviteiten en een gesprekje buitenshuis belangrijk geworden. In Weezenhof is ‘het huis’ bescheiden toegankelijk. Er zijn ook buurtontmoetingen in gezellige kring mogelijk, zoals een muziekhulde op een grasveld! Hopelijk kennen andere wijken ook burenactiviteiten, want voorlopig moet men het hebben van kleine, fijne bijeenkomsten. Vergeet niet dat de eerste Nederlandse coronabesmettingen plaatsvonden tijdens carnaval.

Janwillem Koten

‘Crisis ook in Dukenburg’

Het is een bizarre en ongewone tijd. Veel ouderen vinden dat de huidige coronacrisis aan de oorlogstijd doet denken, een herinnering die bij veel mensen een kras op de ziel heeft nagelaten. Ook toen heerste er angst. Het behoud van lijf en leden was onzeker door de krijgshandelingen en bombardementen. Dan de schaarste van het voedsel en de honger. En de beperkingen van de bewegingsvrijheid (de avondklok et cetera). Ook nu heerst er angst bij de ouderen voor deze dodelijke ziekte. Er is onzekerheid over het bestaan. Werkloosheid dreigt voor veel mensen, vooral voor jongeren. Veel bedrijven hebben een vacaturestop, bij andere zijn werknemers ontslagen. Jongeren missen bovendien hun bewegingsvrijheid, waardoor sociale contacten evenals het vinden van een partner worden bemoeilijkt. De mogelijkheid op anderhalve meter een intiem gesprek te voeren, laat staan te kussen of te liefkozen is onmogelijk. Het is onvermijdelijk dat sommigen recalcitrant, weerspannig en tegendraads worden, doordat zij hun draai niet meer kunnen vinden. Wie hier de oplossing voor weet mag het zeggen. Voorlopig is er weinig te doen tegen de ziekte. Het is nog maar een vraag of de vaccinatie effectief is en de ziekte niet een sluimerend bestaan krijgt. Zo was het ook bij de Spaanse griep na de Eerste Wereldoorlog.

De belemmeringen in het sociale verkeer maken de samenleving afstandelijk. Een praatje met elkaar maken in de supermarkten wordt afgeraden. Veel contacten lopen nu uitsluitend via de telefoon of internet. Telefonische spreekuren zijn regel. Overal moet men van tevoren afspraken maken. Zelfs een plaatsje in de kerk op zondag moet je reserveren. Het verenigingsleven heeft er onder te lijden, omdat bijeenkomsten worden gecanceld. Zelfs de heilige voetbalsport heeft een flinke knauw gekregen. Voetbal is voor het publiek toch primair een collectieve belevenissport, waarbij men uit het dak kan gaan. Wedstrijden zonder publiek op de tv bekijken geeft veel verlies aan charme en opwinding. Nijmegen en indirect ook Dukenburg worden door de sluiting van de universiteit en de hogeschool flink getroffen. De collegezalen staan al maanden leeg. Veel studenten zitten achter de computer thuis haast anoniem hun tentamens voor te bereiden. De Nijmeegse horeca krijgt daardoor ook een knauw. Er zijn heel wat mensen die vrezen dat deze vorm van hoger onderwijs het nieuwe normaal wordt, vooral omdat dit veel kosten bespaart. Het vroegere vrolijke studentenleven, kenmerkend voor een universiteitsstad, komt wellicht niet meer terug. Ook het thuiswerken wordt het nieuwe normaal. Veel huizen en gezinnen zijn daarop niet berekend. Je zou wensen dat in Dukenburg plaatsen waren waar je met je werk even terug kon trekken, liefst met airconditioning. Het wijkcentrum in Meijhorst zou hier iets kunnen betekenen. Maar door de crisis getroffen zullen veel stedelijke voorzieningen moeten worden gecommercialiseerd. Ook ons wijkcentrum treft dit lot. Dit brengt me ook op het punt van de renovaties in onze wijk, de maatregelen voor energiebesparing en de geplande nieuwbouw in de Kanaalzone. Ooit bestonden in Dukenburg grootse nieuwbouwplannen in het kader van Hart voor Dukenburg. Door de economische crisis is daar destijds niets van terechtgekomen. De huidige crisis is nog erger. Wat komt er nu van de plannen terecht?

Geen wonder dat veel mensen in Dukenburg zich zorgen maken, ook door de langdurige sociale isolatie en eenzaamheid. De les is dat we, zoals de burgemeester het stelde, meer in de buurt naar elkaar omkijken. Sociale contacten moeten op kleinschaliger niveau worden georganiseerd. De buurtcentra de Grondel en de Turf hebben hier een functie. Voorbeeldig is het kleinschalige karakter van het Huis van Weezenhof waar mensen elkaar informeel kunnen ontmoeten. Via interviews vanuit dit huis tracht men de wijk via internet bij elkaar te houden. Dit initiatief verdient navolging. Zo blijft Weezenhof toch leefbaar en gezellig.

Janwillem Koten

‘Samen sterker’

We hebben nu zo’n drie maanden de coronacrisis. Niemand wil er nog iets van horen. Hoewel de ziekte veel misère brengt, zijn er ook wel leuke en hartverwarmende momenten. Om fit te blijven maken we wandelingen door Dukenburg en we komen in buurten waar we nooit eerder waren. We ontmoeten ook vriendelijke mensen die ons groeten en soms een praatje maken. Zo leerde ik veel mensen kennen. Af en toe gaan we op een bankje zitten en we genieten dan van het mooie groen en de stilte die Dukenburg biedt. Het deed me denken aan de tijd voordat de A73 was aangelegd. Die snelweg bracht immers veel geluidslawaai en veel fijnstof met zich mee. Mensen kunnen weer wat vrijer ademen. Trouwens, over de 100 kilometersnelheidslimiet hoor je nauwelijks meer iets frustrerends. Herinnert u zich nog het gedoe?

Ook heeft de coronaziekte in Weezenhof goede zaken gebracht. Mensen zijn vriendelijker voor elkaar. Het 'Hart van Weezenhof' heeft een netwerk waarbij de buren elkaar bijstaan. Iets leuks en bemoedigends is ook het initiatief van 'Wij Weezenhof'. Ik zag een geslaagde tv uitzending. Het is een succesvolle manier om mensen bij elkaar te brengen in de anderhalvemetersamenleving. Ook in andere wijken hoor je dat de mensen meer onderlinge contacten hebben en naar elkaar omzien. Verder zijn er diverse initiatieven die de sociale samenhang van de buurt bevorderen. Dit zijn goede en hoopvolle ontwikkelingen.

De coronacrisis zal nog wel een tijdje voortduren. Men voorspelt nog meer zware tijden met de komst van veel economische tegenwind en ellende. Dan zijn een onderlinge samenhang in de wijk en onderlinge hulpvaardigheid belangrijk. Denk aan de voedselbank waar veel vrijwilligers zich voor inzetten. Het is goed dat we de betere samenhang in de wijk volhouden. Want samen zijn we immers sterker!

Janwillem Koten

'Geduld'

Mijn vader vertelde me vaak van de griepepidemie toen ik nog jong was. Iedere keer als er een griepgolf was, vreesde men een terugkeer van de Spaanse griep. De schrik zat er goed in! En daarvoor was reden genoeg. Er waren toen, vertelde mijn vader, in zijn kleine dorp in november 1918 meerdere begrafenissen per dag. De kerkklokken die de sterfte aankondigden beierden regelmatig, zodat men er bijna dol van werd. Niet alleen stierven veel mensen, ook het sociale en economische leven viel gedurende enkele maanden plat. In totaal waren in Nederland 60 duizend doden te betreuren, plus veel mensen die de gevolgen van de griep als chronische aandoening meedroegen. Nederland had toen 6 miljoen inwoners. Zou je dat vertalen naar het huidige inwoneraantal, dan zouden door die griep een kleine 200 duizend gedood zijn geweest en daarnaast vele gehandicapten.

De huidige corona-infectie lijkt veel op de Spaanse griep, zoals ik van eigen onderzoek weet. Er waren in Nederland toen drie griepgolven. De griep heerste van mei 1918 tot 1920, met daarna nog kleinere opstootjes. De meeste grieppatiënten kregen longoedeem waaraan zij stikkend stierven. Dat verschijnsel doet zich nu weer voor. Door beter zicht op infectieziekten en de mogelijkheid van beademing kan men nu van een aantal patiënten het leven redden.

Hoe men het ook wendt of keert, of men niet of wel behandelt, de economie komt in het slop. Maar het economische herstel is wel sneller wanneer men sociale isolatie doorvoert en er geen bestuurlijke chaos optreedt zoals in 1918.

Het is in ieders belang dat we geduldig zijn en de huidige maatregelen niet te snel laten varen. Dat zal komende maanden ook van de Dukenburgers veel uithoudingsvermogen vragen. Veel mensen die wat ouder zijn komen door de sociale isolatie in eenzaamheid en depressie. Het is dus zaak dat we elkaar ondersteunen. Er zijn gelukkig al diverse initiatieven, waarbij men hulp aanbiedt door bijvoorbeeld boodschappen te doen. Sommige mensen letten op buren door af en toe een tikje op het raam en een klein praatje achter het glas.

Maar er zijn ook buurten waar men als zombies de buurt benadert, vooral als in een van de huizen coronalijders zijn. Bij mijn bezoek aan een van de supermarkten blijkt een soort pantomime te worden opgevoerd. Iedereen loopt zwijgzaam met een bocht om een andere klant heen en tracht zo snel mogelijk de boodschappen bij elkaar te harken. Sociale isolatie heeft dus ook nadelen. Dat moet ons niet weerhouden om vriendelijk te zijn voor elkaar en behulpzaam als dat nodig is. De corona-affaire kan immers nog lang duren.

Janwillem Koten

‘Kwetsbaar’

Wie had kunnen denken dat door een kleine verandering in het DNA van een virus bij een vleermuis, die door een Chinese vrouw werd gegeten, een wereldcrisis zou ontstaan. De beurs crashte, het sociale leven ontwrichtte en men is bevreesd voor een economische crisis. Dit alles heeft aangetoond dat onze moderne samenleving kwetsbaarder is dan men algemeen dacht. Mede door de globalisering is er in de wereld een ingewikkeld handelsnetwerk ontstaan. Wanneer er ergens iets hapert, kan dit tot een catastrofe leiden. Het is net als bij een klok: als bij een van de vele radertjes een tandje afbreekt, dan loopt de klok niet meer. Dat alles brengt onzekerheid en angst, vooral omdat de politiek geen duidelijk beleid voert; ook wat betreft de dreigende economische crisis. Men heeft de economie niet meer in de hand. Een tekort aan geneesmiddelen dreigt. ‘Als vliegen voor kwajongens, zo zijn wij voor de goden. Ze slaan ons dood bij wijze van vermaak (uit King Lear). De goden vermaken zich door verwaande heersers onverwacht met rampen te treffen.’ Ook ziet de toestand er uit als de vier ruiters in de Openbaring: pest, oorlog, hongersnood en dood (Apocalyps hoofdstuk 6). De pest heet nu Covid-19 (coronavirus). In hoeverre de ernst van de ziekte reëel is, blijft nog een grote vraag. Het is zeker niet zoals de Spaanse griep of de Hong-Konggriep waarnaar wordt verwezen. In hoeverre zijn de media hiervoor verantwoordelijk? De uitgebreide informatiestroom wordt door de mensen vaak te negatief genomen. Vandaar de hamsterwoede. Er is voor deze opwinding een nieuw woord bedacht: men spreekt in plaats van epidemie van infodemie. Ik heb soms het gevoel dat de ernst van de ziekte meer in hart en geest dan in het gestel heerst. Ik denk zelf dat er meer doden door het verkeer zullen vallen dan doden door het Covid-19. Dit alles brengt schrale troost. Ik heb echter de indruk dat men vroeger beter opgewassen was tegen de tegenslagen van het leven en men de onzekerheid beter kon hanteren. De wereld was een tranendal, zo leerden wij. Door de vele technische ontwikkelingen menen we als moderne mensen dat we alles in de hand hebben en dat we onkwetsbaar zijn geworden. Dat is dus niet zo. We zullen weer moeten leren met onzekerheden om te gaan. De maakbare samenleving bestaat niet. Dat is een belangrijke les van deze corona-epidemie voor de moderne samenleving.

Janwillem Koten