Janwillem Koten

‘Heel hard afkloppen’

In de bijna 92 levensjaren die mij gegund zijn, heb ik nauwelijks zo’n ellendig jaar meegemaakt als het lopende jaar. Ellendig in mijn jeugd was natuurlijk de crisistijd van de jaren dertig en de navolgende verschrikkelijke bezettingsperiode met diepe armoede, honger, levensgevaar, onderduiken, concentratiekampen et cetera. Het was toen een catastrofale tijd. Denk daarbij ook aan de hongerwinter waar veel oude mensen van de koude en honger stierven. Na die periode heeft Nederland haast een ongekende tijd van welvaart gekend. Tot corona onlangs genadeloos toesloeg. Deze ziekte bleek veel ernstiger dan men aanvankelijk had ingeschat. Om de volkswil te volgen neemt de regering voortdurend verkeerde beslissingen, waardoor men op eerdere versoepelingen steeds moet terugkomen.

Maar het is niet een jaar dat alleen corona ons teisterde. Of het al niet erg genoeg is: ik heb in de wereld nog nooit zoveel branden meegemaakt die een gevaar voor de wereld zijn. Sommige mensen vrezen dan ook het einde van de wereld en de mensheid. Die gedachte is niet onjuist als we ons gedrag niet drastisch gaan aanpassen. Ook Nederland en voornamelijk Limburg hebben hun portie gehad. Er vielen gelukkig geen doden, maar veel huizen zijn verwoest, waaraan we toch al een groot gebrek hebben. Men schat de waterschade, voor de boeren inbegrepen, op 5 miljard euro. Geen klein bier dus. En dan de misère in Afghanistan waar we de laatste weken voortdurend mee werden geconfronteerd. Veel mensen namen de vlucht vanwege levensgevaar of dreiging van verminkingen. Omdat onze militairen een beroep op helpers deden, lopen nu ook deze gezinnen extra gevaar. Zij rekenen niet ten onrechte op onze gastvrijheid.

En het houdt nog niet op met de meer verborgen ellende in Nederland. Bij heel veel ouderen bestaat momenteel stille armoede waar niemand over praat. Door de coronacrisis wordt alles veel duurder, de pensioenen stijgen niet mee. Voor jongeren die een gezin willen stichten. Vergeet het maar. De droom van een eigen huis zal niet in vervulling gaan. Zeker niet in deze generatie. Veel jongeren lijden bovendien door een onduidelijke toekomst aan ernstige stress en uitputtingsverschijnselen.

Tenslotte nog het nare bericht dat het coronavaccin maar een beperkte tijd bescherming biedt en de kans bestaat dat een vijfde coronapiek Neerland kan treffen. Vooral nu de hogescholen weer open zijn gegaan. Een nieuw studiejaar is begonnen. Met de komst van de nieuwe studenten moet je toch vrezen dat corona weer in Nijmegen gaat toeslaan, net zoals eerder toen Nijmegen een stad met een hoge besmettingsgraad werd. Het is te hopen dat overheid en universiteit een nieuwe sterke uitbraak van corona weten te voorkomen. We worden vanwege de delta- en vooral de lambda-variant van corona iedere dag aangemoedigd toch wat meer voorzichtig te zijn. De werkzaamheid van het vaccin neemt immers geleidelijk aan af. Ook ikzelf behoor tot de kwetsbare groep. Hopelijk dat wij als senioren komende maanden niet ziek worden. We zijn nu nog gezond. Heel hard afkloppen dus.

Janwillem Koten

‘Weer een reorganisatie in Dukenburg’

Weer een bestuurlijke reorganisatie, ook voor Dukenburg, de zoveelste. Je wordt er horendol van. Het brengt onzekerheid in ons stadsdeel en een verlies van draagvlak bij de meningsvorming. Wat gebeurt er per 1 september aanstaande? De gemeente heeft onlangs de afdeling Wijkmanagenten en de functie van wijkmanager opgeheven, ‘het centrale aanspreekpunt’ tussen wijken en gemeente. Ellendig voor de ambtenaren die plots van functie moeten veranderen en wellicht op straat komen te staan.

Dit is natuurlijk heel erg voor de betrokkenen maar voor ons Dukenburgers is het ook slecht nieuws. Het betekent het einde van de werkzaamheden van Manon Karssen als wijkmanager. Het vertrek van Manon zal veel mensen in Dukenburg verdrieten. Zij is een prettig toegankelijke persoon die heel wat vrienden achterlaat. Ze heeft zich als wijkmanager met hart en ziel voor ons stadsdeel ingezet. Daarbij stonden nog veel plannen voor Dukenburg op stapel die nu helaas blijven liggen. Slecht nieuws voor Dukenburg dus. Ik heb Manon bij diverse overleggen in ons stadsdeel regelmatig mogen meemaken, bij Zevensprong, maar vooral bij het overleg met de bewonersplatforms. Daar communiceerde ze de plannen van de gemeente. Verder heb ik regelmatig vastgesteld dat voorstellen vanuit de platforms niet aan dovemans oren gericht waren en regelmatig werden uitgevoerd. Een goed voorbeeld was de financiering van het Huis van Weezenhof, waarvoor zij zich zeer heeft ingezet en daarvoor niet altijd het credit kreeg wat zij verdiende. Weezenhof heeft in het bijzonder veel aan Manon te danken.

Maar wat gaat er gebeuren nu de functie van wijkmanager wordt opgeheven? Hoe gaat nu de communicatie met de wijken verlopen? Naar verluidt komen nu enkele gemeentelijk adviseurs ieder met hun eigen specialiteit die voor de stadsdelen collectief gaan werken. Men denkt dat er drie van deze functionarissen komen die op basis van hun wensen afzonderlijk kleine groepjes mensen in een wijk uitnodigen om te overleggen. Een stadsdeelbreed overleg komt er dus waarschijnlijk niet. De vrees is dat de homogeniteit van ons stadsdeel bij dit overleg verloren gaat en dat de plannen in de diverse wijken van Dukenburg als geheel fragmenteren. Ik vrees dan ook dat interne communicatie op bovenwijkniveau in Dukenburg verdwijnt. Dat was juist de kracht van Dukenburg als geheel. In het verleden had de Zevensprong een dergelijke bindende functie. Ik ben er zeker van dat als er geen actie van de Zevensprong was geweest er nu geen zwembad meer zou zijn. De gemeente heeft ons verzekerd dat deze nieuwe overlegstructuur van september tot januari zal worden uitgeprobeerd. Ik heb grote twijfels. Dat Dukenburg bovenwijks collectief overlegt is noodzakelijk, want grote kanaalplannen staan op stapel. Het is daarbij belangrijk dat de gemeente via het collectieve Dukenburgs overleg voldoende draagvlak in ons stadsdeel creëert bij de uitwerking van de plannen. Een bovenwijks collectief overleg is dus meer dan ooit nodig. Wellicht kan hier een Zevensprong nieuwe stijl uitkomst bieden. Ik doel hier op een meer pluriform overlegorgaan in ons Stadsdeel met werkgroepen met specialistische kennis, dat voldoende draagvlak in Dukenburg heeft.

Janwillem Koten

‘4 Mei-dodenherdenking en de coronapandemie’

Bij de laatste 4 mei-Dodenherdenking waarbij André van Duin zo opkwam voor mensen met een andere geaardheid, was het grote Damplein leeg om de verspreiding van de corona infectie tegen te gaan. Bij deze nationale plechtigheid worden vooral de slachtoffers van de oorlog herdacht, in het bijzonder zij die bij het ondergronds verzet omkwamen. Onbedoeld moest ik toen ook denken aan de slachtoffers die zijn gevallen bij de strijd tegen corona. Dit zijn de strijders aan het witte front die bij de verzorging van de patiënten zelf corona opliepen en hiervan soms een langdurige ernstige ziekte overhielden en in sommige gevallen zelfs daaraan stierven. Jammer dat de strijders/slachtoffers van deze oorlog aan dit witte front ook toen niet met een kort herdenkingswoord werden gememoreerd. Of zou het toch niet beter zijn een speciale dag voor de corona-slachtoffers te organiseren. Daarin zouden we dan deze moderne witte helden op een meer speciale manier kunnen herdenken en tevens de slachtoffers van het weinig alerte politieke beleid. Ook in Dukenburg zijn door de pandemie nogal wat slachtoffers te betreuren, onder meer waren er nogal wat sterfgevallen in sommige zorginstellingen voor senioren.

In de beginfase heeft men na de eerste coronagolf langdurig, luid en krachtig voor deze helden zowel verpleegkundigen, artsen als andere zorgverleners geapplaudisseerd. In de loop van de tijd veranderde dit. Het had de schijn, dat voor sommige mensen de helden van weleer veranderden in personen met kwade bedoelingen. Zorgverleners en deskundigen werden regelmatig belaagd, en hadden daarbij agressie en geweld te verduren. Deze vormen van agressie maakten de toch al uitputtende zorg nog extra belastend. Geen wonder dat veel van hen uitvielen wegens overbelasting en burn-out. Mensen vragen zich vaak af of deze bedreigingen van hulpverleners typisch voor deze tijd is, met veel mediageweld. Helaas niet. De geschiedenis van vroegere epidemieën leert dat toen hulpverleners en bestuurders ook vaak het slachtoffer van agressie en geweld waren. Er is dus niets nieuws onder de zon. Kennelijk is de mens hardleers als het gaat om lessen te trekken uit de ervaring bij de bestrijding van pandemieën die ons vroeger troffen. Zelfs de overheid leerde maar weinig van de ervaringen bij vroegere pandemieën.

De huidige acute epidemie komt nu geleidelijk in zijn eindefase. Ik vermoed dat de pandemie in beperkte mate nog wel enige tijd zal voortduren. Niet alle mensen (en dieren) zijn immers geënt. Bij deze laatste pandemie kwamen diverse zwakke kanten van onze samenleving aan het licht zoals de bovengenoemde agressie. Maar ook groeide de onderlinge onverschilligheid, het wantrouwen en vooral het publieke verzet. Hieruit kunnen lessen worden getrokken voor een beter beleid bij toekomstige pandemieën. Om deze lessen langdurig in herinnering te houden zou men voor de herdenking van de corona-epidemie een speciaal gedenkteken moeten oprichten.

Daarmee zouden niet alleen de helpende slachtoffers worden herdacht maar tevens een waarschuwing worden gegeven dat het niet alleen de ziekte was, die veel stress veroorzaakte maar ook dat groepen mensen onze witte hulpverleners bedreigden en sommigen van hen door overbelasting ziek werden. Dit gedenkteken kan dan tevens de lessen in herinnering brengen, hoe men adequater bij een toekomstige epidemie moet optreden. Het zou Dukenburg sieren als er ergens een gedenkplaat of gedenktegel kwam met niet alleen een herdenking van de slachtoffers van de coronaziekte maar tevens een waarschuwing wordt toegevoegd waarom het soms bij de preventieve bestrijding van de epidemie misging.

Janwillem Koten

‘1 Mei 2021’

Het is 1 mei. Wanneer ik vanaf mijn werkplek in de keuken naar buiten kijk zie ik de prachtige kersenboom in bloei. Ik zie bijen aan en af komen en mijn verlangen naar kersen stijgt gestaag. Dat maakt me blij. Trouwens, wanneer je door ons stadsdeel rijdt zie je overal een veelkleurig palet van bloemen en bomen in volle bloeipracht. Ook een wandeling maakt je tevreden. Geen wonder dat je veel bordjes te koop ziet, het is Dukenburg op zijn best. Deze pracht is uitnodigend om te kopen. Dat scheelt wellicht een paar duizend euro. Maar er is ook een andere 1 mei, die minder vreugdevol is.

Vrijdagavond en zaterdagmorgen lees ik al jaren mijn vaste vakbladen om een beetje bij te blijven. Ik werd in een van de bladen getroffen door de zin: “De meesten van ons hebben een tijdelijk contract, vaak het zoveelste, want hoe goed je ook presteert, na drie jaar word je ingewisseld; een vast contract (dat na drie jaar moet worden gegeven) zit er niet in.” Het betreft hier ziekenhuispersoneel, dat als wegwerpmateriaal wordt uitgewisseld. Schrijnend is het dat momenteel deze losse krachten door de coronacrisis op hun tandvlees lopen.

Als vanzelf moest ik aan de datum van 1 mei denken als Dag van de Arbeid. Deze dag werd in de VS in 1890 ingesteld om een 8-urige werkdag af te dwingen. Deze dag is later door de internationale vakbeweging als strijddag uitgekozen en werd in vele landen een vrije dag voor demonstraties om menswaardiger arbeid af te dwingen.

Als oud vakbondslid - ik heb de gouden vakbondsspeld – doet 1 mei me nog steeds wat. Ik heb mijn kinderen dan ook stevig aangeraden vakbondslid te worden en ze hebben de vakbond al nodig gehad. Zonder vakbond ben je als werknemer nergens. In mijn jeugd waren er indrukwekkende 1 mei-demonstraties waar de leiders van de vakbonden bij redes hun beste beentje voortzetten. De Internationale werd luid gezongen.

De laatste jaren bestaat de 1 mei-herdenking in Nederland nauwelijks meer. De laatste 1 mei-viering in het Kolpingshuis was zo tam dat ik me schaamde. Is de 1 mei-viering dan niet meer actueel? Met het verhaaltje hierboven lijkt me het net zo actueel als vroeger. Veel werknemers worden nu als losse arbeiders en als handelswaar beschouwd. Net zoals veel flexwerkers en soortgelijken vandaag de dag heten. In sommige branches zijn meer flexkrachten dan vaste medewerkers. Allen hebben veel stress en bestaansonzekerheid. Ellende voor gezinnen, zeker als er kinderen zijn.

1 mei is de Dag van de Arbeid. Dat zegt de jongere generatie niet veel meer. Ik stel daarom een andere naam voor de 1 mei dag voor, namelijk de Dag van de Vaste Arbeid. Deze aanduiding stelt het probleem van vandaag duidelijker. Ik hoop dat deze nieuwe naam een uitnodiging voor vakbonden en vele jonge leden wordt om hun rechten als volwaardig menswerknemers weer te herkrijgen. Dus vanaf 1mei 2021 de nieuwe naam: Dag van de vaste arbeid

Janwillem Koten

‘Een misplaatste verkiezingsdag’

Iedereen is blij dat de verkiezingen voorbij zijn. Ik hoorde dat van veel mensen om me heen. Men vond het eigenlijk dit keer maar niks. Het zwaartepunt lag geheel en al bij de televisie. Als politieke partij was je van tv-regisseurs helemaal afhankelijk en dat was voor diverse partijen toch een belemmering. Avond aan avond ging dat maar op dezelfde manier door zodat het voor nogal wat mensen toch wat teveel van het goede werd. Ik heb maar snel mijn stem postaal uitgebracht, zodat ik niet meer de aandrang kreeg iedere avond naar dezelfde vertoning te kijken.

Ik had te doen met al die politici die iedere avond dezelfde sprookjes moesten vertellen en tevens op moesten letten dat er geen mes in hun rug verdween. Zou niks voor mij zijn. Het ergste vond ik die mediatirannen, die met hun opgeblazen ego hun zogenaamde politieke wijsheden debiteerden. Uiteraard was corona het centrale thema, waarbij mensen van allerlei allure vaak veel onzin naar voren brachten. Je kon zien dat ze trots waren om op de tv te verschijnen om daar met veel bravoure hun zegje te mogen doen en belangrijk te lijken. Er waren voor mij ook partijen die met egoïstische standpunten de kiezer trachtten te lokken en die zoals later bleek daar veel succes mee hadden geboekt. Dit is een teken dat door corona de samenleving is verhard.

Veel mensen zijn niet gelukkig met de verkiezingsuitslag. In Dukenburg was de uitslag dan wel niet zo verrassend, maar wel uitzonderlijk voor D66 die erin slaagde in Meijhorst de grootste partij te worden. Wie dat mij een jaar geleden voorspeld zou hebben, had ik niet alleen niet geloofd maar ook meewarig uitgelachen, omdat D66 in Meijhorst altijd onderaan bungelde. Verder heeft de uitslag van Dukenburg ons imago geen goed gedaan. De oorzaak van dit stemgedrag is dat veel mensen angstig en ontevreden zijn. Dat is al jaren zo. Dukenburg is een achtergesteld gebied geweest. We wachten bijvoorbeeld al veel jaren op een gerenoveerd winkelcentrum in Weezenhof dat er almaar niet komt. Wellicht brengen de pas gelanceerde kanaaloeverplannen eindelijk verbetering.

Eigenlijk was die eigenaardige verkiezingsuitslag te verwachten. Wie organiseert nu een verkiezing midden in een pandemie die veel dodelijke slachtoffers eist. Veel mensen zijn dan niet fit genoeg om evenwichtig te kiezen. Ze zijn immers angstig om corona te krijgen, daarvan ernstig ziek te worden en mogelijk daaraan zelfs te sterven. In deze situatie denk je voornamelijk aan de dag van morgen of je er dan nog bent. Bij het kiezen zijn dan niet de lange termijn problemen aan de orde – hoe belangrijk ook - maar vooral de overleving en de dag van morgen. Het postale kiezen voor 70-plussers, dat veilig stemmen moest waarborgen, is een mislukking geworden. Iemand met vijf milligram hersenen kon voorzien dat dit op een fiasco zou uitlopen. De overheid heeft deze miskleun dan ook moeten toegeven.

Beter was geweest om de verkiezingen uit te stellen, totdat de meeste mensen hun corona-vaccinatie hadden ondergaan, zodat ze daarna tot een meer overwogen kiesoordeel konden komen, waarbij ook de lange termijn problemen meer aandacht kregen. Een half jaar de verkiezing uitstellen zou toch geen catastrofe zijn geweest. Nu krijgen we een kabinet dat vooral vanwege corona op die positie is gekozen. Wanneer we in het najaar na de coronagolf geconfronteerd worden met de huidige grote problemen, zoals de woningnood bij jongeren, de problemen met de integratie, het milieu en zo meer, dan bestaat de vraag of we de juiste mensen in de regering hebben om die problemen aan te kunnen. Zorgelijke tijden kunnen we daarom wel verwachten.

Janwillem Koten