Janwillem Koten

‘Terugblik op het nare jaar 2021’

Tijdens het weekend van 31 oktober was ik voor het bezoek van de familiegraven in mijn geboortestreek Zuid-Limburg. Daarbij reed ik door Gulpen en Valkenburg. Hoewel veel van de ellende is opgeruimd, zijn de sporen van de epidemie op allerlei vlakken nog goed zichtbaar. Veel feestelijkheden zullen er bij de jaarwisseling hier niet zijn dacht ik.

Trouwens, zo dacht ik verder, voor heel Nederland is dit geen plezierig jaar geweest. Ik denk dan allereerst aan de misère van de corona epidemie, die ons land buitengewoon in ongerede bracht, waarbij de tegenstellingen tussen groepen in de samenleving op onaangename manier toenamen.

In september hoopte men nog dat tegen het einde van het jaar de crisismaatregelen verder zouden kunnen worden geschrapt, zodat we onbelemmerd de feestdagen zouden kunnen vieren. Het tegendeel is echter het geval. De vierde coronagolf neemt in alle hevigheid toe. Het ergste moet nog komen. In veel opzichten kan men de overheid onnodig traag handelen verwijten.

Verder is gebleken dat de gevolgen van de ziekte veel ernstiger zijn dan men dacht. COVID-19-symptomen blijven een jaar na het begin van de ziekte nog bestaan, zelfs bij sommige personen met een milde ziekte. Vrouwelijk geslacht en obesitas waren de belangrijkste oorzaken voor langdurige klachten. Veel mensen kunnen daardoor ook niet snel aan het werk. Dat betekent trekken van de bijstand voor veel gezinnen.

Of alles nog niet erg genoeg is zijn onlangs de kosten voor gas en de het dagelijkse leven drastisch omhooggeschoten. De lonen houden die stijging van de kosten van levensonderhoud niet bij. Vooral de ouderen zijn getroffen door deze geldontwaarding en het uitblijven van de indexatie. De vrees van veel ouderen, vroeger ‘oud is arm’, komt weer terug. Vele senioren kunnen nauwelijks meer rondkomen, laat staan een feestje vieren bij Kerstmis en Nieuwjaar. Zorgen nemen toe. Hoewel de tijd voor veel mensen zorgelijk is, is niet alles zo zwart als het lijkt. We zijn nog steeds een welvarend land dat de ergste klappen van de economische crisis kan opvangen. Onze gezondheidszorg behoort nog steeds tot de allerbeste van de wereld. Dat is dus reden om dankbaar te zijn. Ook de coronavaccinatie, weliswaar niet volmaakt, heeft veel mensen tegen de coronaziekte beschermd. In Meijhorst hebben we verder een heel mooi winkelcentrum gekregen. Kortom, we mogen blij en dankbaar zijn dat we in Dukenburg en Nederland wonen.

Zeker als je ons vergelijkt met andere landen, zelfs die in onze omgeving. Met dit voorrecht van Nederlander te zijn wens ik u toch een goede jaarwisseling toe. Tevens wens ik voor u dat 2022 een beter jaar zal worden.

Janwillem Koten

‘Sociaal kapitaal’

Vanuit de Ontmoetingskerk bereikte ons het goede bericht dat er een nieuwe dominee is benoemd die het kerkelijke leven komt versterken. Zie het interview met hem elders in dit blad. Op 3 oktober heeft wethouder Vergunst de Tuinkamer (vroeger zaal M) in de Ontmoetingskerk officieel geopend. Dit is ook goed nieuws voor de mensen van Dukenburg in het algemeen, want de kerk zet zich zeer in voor het wel en wee van ons stadsdeel.

Denk maar aan de voedselbank, waarbij in de Tuinkamer niet alleen voedselpakketten worden uitgedeeld maar ook mensen met woord en dienst worden bijstaan, zoals het uitvoeren van kleine reparaties aan kleren. De Ontmoetingskerk levert veel vrijwilligers voor deze dienstverlening, maar vraagt ook geld aan de kerkgangers om deze voorziening mogelijk te maken. De kerk levert ook veel vrijwilligers op allerlei gebied die het sociale kapitaal van de wijk versterken. Dan is er iedere woensdagmorgen de Aanloop. Er wordt dan voor ‘aanlopers’ koffie geschonken en men kan andere mensen ontmoeten. Kortom, de Ontmoetingskerk maakt een belangrijk deel uit van het sociale kapitaal van Dukenburg.

Wat is sociaal kapitaal, zullen sommige denken. In een sociaal rijke buurt hebben bewoners aandacht voor elkaar en zijn op elkaar betrokken. Ze steunen elkaar waar nodig. Er zijn veel buurtcontacten. Dergelijke wijken worden gezellig genoemd en hebben een goede reputatie. Het zijn aantrekkelijke buurten waar men graag naar toe verhuist.

In sociaalkapitaal-arme wijken ontbreken vrijwel alle onderlinge contacten. Men loopt langs elkaar heen. En men durft nauwelijks in zulke wijken beroep op buren te doen. Zulke wijken zijn ongezellig. Veel bewoners klagen over vereenzaming, geestelijke armoede en lusteloosheid. Dit wordt nog verergerd door de sluiting van publieke voorzieningen, zoals cafés, dansclubs, muziekbijeenkomsten en culturele voorzieningen. Een nieuwe ziektegolf na de corona dreigt, nu in tal van wijken eenzaamheid veel voorkomt. De laatste jaren wordt steeds meer aandacht aan die epidemie van vereenzaming en geestelijke verarming gegeven. Onlangs las ik in mijn medische tijdschrift dat vereenzaamde mensen zonder zinvolle sociale contacten een 17 procent hogere sterfte hadden nadat deze van intensive care-unit waren ontslagen. Eenzaamheid kwam bij een op de vijf mensen voor in een doorsnee IC-eenheid. Vaak zijn het ouderen maar ook steeds meer teenagers. Dat stelt de zorg voor een groot probleem. Men probeert hulp te bieden door buddy’s, door regelmatige telefooncontacten en door gratis taxidiensten naar bijeenkomsten van ex-IC-lotgenoten en dergelijke Kort gezegd, een goed gesprek, warme belangstelling, en een vriendelijk handdruk hadden een genezend effect en verbeterde de prognose aanzienlijk. Een gezellige wijk waar men zich thuis voelt heeft wellicht eenzelfde effect. Dit geeft te denken. Heeft de gemeente hier geen taak, omdat zij het dichtste bij buurten staat waar vereenzaming veel voorkomt? Zou het niet een goed idee zijn om na de komende raadsverkiezingen wethouders te benoemen die het sociale kapitaal van wijken verhogen en ook het welzijn van de bewoners verbeteren. Het is wellicht een raar idee, maar ik schrijf het toch.

Janwillem Koten

‘Heel hard afkloppen’

In de bijna 92 levensjaren die mij gegund zijn, heb ik nauwelijks zo’n ellendig jaar meegemaakt als het lopende jaar. Ellendig in mijn jeugd was natuurlijk de crisistijd van de jaren dertig en de navolgende verschrikkelijke bezettingsperiode met diepe armoede, honger, levensgevaar, onderduiken, concentratiekampen et cetera. Het was toen een catastrofale tijd. Denk daarbij ook aan de hongerwinter waar veel oude mensen van de koude en honger stierven. Na die periode heeft Nederland haast een ongekende tijd van welvaart gekend. Tot corona onlangs genadeloos toesloeg. Deze ziekte bleek veel ernstiger dan men aanvankelijk had ingeschat. Om de volkswil te volgen neemt de regering voortdurend verkeerde beslissingen, waardoor men op eerdere versoepelingen steeds moet terugkomen.

Maar het is niet een jaar dat alleen corona ons teisterde. Of het al niet erg genoeg is: ik heb in de wereld nog nooit zoveel branden meegemaakt die een gevaar voor de wereld zijn. Sommige mensen vrezen dan ook het einde van de wereld en de mensheid. Die gedachte is niet onjuist als we ons gedrag niet drastisch gaan aanpassen. Ook Nederland en voornamelijk Limburg hebben hun portie gehad. Er vielen gelukkig geen doden, maar veel huizen zijn verwoest, waaraan we toch al een groot gebrek hebben. Men schat de waterschade, voor de boeren inbegrepen, op 5 miljard euro. Geen klein bier dus. En dan de misère in Afghanistan waar we de laatste weken voortdurend mee werden geconfronteerd. Veel mensen namen de vlucht vanwege levensgevaar of dreiging van verminkingen. Omdat onze militairen een beroep op helpers deden, lopen nu ook deze gezinnen extra gevaar. Zij rekenen niet ten onrechte op onze gastvrijheid.

En het houdt nog niet op met de meer verborgen ellende in Nederland. Bij heel veel ouderen bestaat momenteel stille armoede waar niemand over praat. Door de coronacrisis wordt alles veel duurder, de pensioenen stijgen niet mee. Voor jongeren die een gezin willen stichten. Vergeet het maar. De droom van een eigen huis zal niet in vervulling gaan. Zeker niet in deze generatie. Veel jongeren lijden bovendien door een onduidelijke toekomst aan ernstige stress en uitputtingsverschijnselen.

Tenslotte nog het nare bericht dat het coronavaccin maar een beperkte tijd bescherming biedt en de kans bestaat dat een vijfde coronapiek Neerland kan treffen. Vooral nu de hogescholen weer open zijn gegaan. Een nieuw studiejaar is begonnen. Met de komst van de nieuwe studenten moet je toch vrezen dat corona weer in Nijmegen gaat toeslaan, net zoals eerder toen Nijmegen een stad met een hoge besmettingsgraad werd. Het is te hopen dat overheid en universiteit een nieuwe sterke uitbraak van corona weten te voorkomen. We worden vanwege de delta- en vooral de lambda-variant van corona iedere dag aangemoedigd toch wat meer voorzichtig te zijn. De werkzaamheid van het vaccin neemt immers geleidelijk aan af. Ook ikzelf behoor tot de kwetsbare groep. Hopelijk dat wij als senioren komende maanden niet ziek worden. We zijn nu nog gezond. Heel hard afkloppen dus.

Janwillem Koten

‘Weer een reorganisatie in Dukenburg’

Weer een bestuurlijke reorganisatie, ook voor Dukenburg, de zoveelste. Je wordt er horendol van. Het brengt onzekerheid in ons stadsdeel en een verlies van draagvlak bij de meningsvorming. Wat gebeurt er per 1 september aanstaande? De gemeente heeft onlangs de afdeling Wijkmanagenten en de functie van wijkmanager opgeheven, ‘het centrale aanspreekpunt’ tussen wijken en gemeente. Ellendig voor de ambtenaren die plots van functie moeten veranderen en wellicht op straat komen te staan.

Dit is natuurlijk heel erg voor de betrokkenen maar voor ons Dukenburgers is het ook slecht nieuws. Het betekent het einde van de werkzaamheden van Manon Karssen als wijkmanager. Het vertrek van Manon zal veel mensen in Dukenburg verdrieten. Zij is een prettig toegankelijke persoon die heel wat vrienden achterlaat. Ze heeft zich als wijkmanager met hart en ziel voor ons stadsdeel ingezet. Daarbij stonden nog veel plannen voor Dukenburg op stapel die nu helaas blijven liggen. Slecht nieuws voor Dukenburg dus. Ik heb Manon bij diverse overleggen in ons stadsdeel regelmatig mogen meemaken, bij Zevensprong, maar vooral bij het overleg met de bewonersplatforms. Daar communiceerde ze de plannen van de gemeente. Verder heb ik regelmatig vastgesteld dat voorstellen vanuit de platforms niet aan dovemans oren gericht waren en regelmatig werden uitgevoerd. Een goed voorbeeld was de financiering van het Huis van Weezenhof, waarvoor zij zich zeer heeft ingezet en daarvoor niet altijd het credit kreeg wat zij verdiende. Weezenhof heeft in het bijzonder veel aan Manon te danken.

Maar wat gaat er gebeuren nu de functie van wijkmanager wordt opgeheven? Hoe gaat nu de communicatie met de wijken verlopen? Naar verluidt komen nu enkele gemeentelijk adviseurs ieder met hun eigen specialiteit die voor de stadsdelen collectief gaan werken. Men denkt dat er drie van deze functionarissen komen die op basis van hun wensen afzonderlijk kleine groepjes mensen in een wijk uitnodigen om te overleggen. Een stadsdeelbreed overleg komt er dus waarschijnlijk niet. De vrees is dat de homogeniteit van ons stadsdeel bij dit overleg verloren gaat en dat de plannen in de diverse wijken van Dukenburg als geheel fragmenteren. Ik vrees dan ook dat interne communicatie op bovenwijkniveau in Dukenburg verdwijnt. Dat was juist de kracht van Dukenburg als geheel. In het verleden had de Zevensprong een dergelijke bindende functie. Ik ben er zeker van dat als er geen actie van de Zevensprong was geweest er nu geen zwembad meer zou zijn. De gemeente heeft ons verzekerd dat deze nieuwe overlegstructuur van september tot januari zal worden uitgeprobeerd. Ik heb grote twijfels. Dat Dukenburg bovenwijks collectief overlegt is noodzakelijk, want grote kanaalplannen staan op stapel. Het is daarbij belangrijk dat de gemeente via het collectieve Dukenburgs overleg voldoende draagvlak in ons stadsdeel creëert bij de uitwerking van de plannen. Een bovenwijks collectief overleg is dus meer dan ooit nodig. Wellicht kan hier een Zevensprong nieuwe stijl uitkomst bieden. Ik doel hier op een meer pluriform overlegorgaan in ons Stadsdeel met werkgroepen met specialistische kennis, dat voldoende draagvlak in Dukenburg heeft.

Janwillem Koten

‘4 Mei-dodenherdenking en de coronapandemie’

Bij de laatste 4 mei-Dodenherdenking waarbij André van Duin zo opkwam voor mensen met een andere geaardheid, was het grote Damplein leeg om de verspreiding van de corona infectie tegen te gaan. Bij deze nationale plechtigheid worden vooral de slachtoffers van de oorlog herdacht, in het bijzonder zij die bij het ondergronds verzet omkwamen. Onbedoeld moest ik toen ook denken aan de slachtoffers die zijn gevallen bij de strijd tegen corona. Dit zijn de strijders aan het witte front die bij de verzorging van de patiënten zelf corona opliepen en hiervan soms een langdurige ernstige ziekte overhielden en in sommige gevallen zelfs daaraan stierven. Jammer dat de strijders/slachtoffers van deze oorlog aan dit witte front ook toen niet met een kort herdenkingswoord werden gememoreerd. Of zou het toch niet beter zijn een speciale dag voor de corona-slachtoffers te organiseren. Daarin zouden we dan deze moderne witte helden op een meer speciale manier kunnen herdenken en tevens de slachtoffers van het weinig alerte politieke beleid. Ook in Dukenburg zijn door de pandemie nogal wat slachtoffers te betreuren, onder meer waren er nogal wat sterfgevallen in sommige zorginstellingen voor senioren.

In de beginfase heeft men na de eerste coronagolf langdurig, luid en krachtig voor deze helden zowel verpleegkundigen, artsen als andere zorgverleners geapplaudisseerd. In de loop van de tijd veranderde dit. Het had de schijn, dat voor sommige mensen de helden van weleer veranderden in personen met kwade bedoelingen. Zorgverleners en deskundigen werden regelmatig belaagd, en hadden daarbij agressie en geweld te verduren. Deze vormen van agressie maakten de toch al uitputtende zorg nog extra belastend. Geen wonder dat veel van hen uitvielen wegens overbelasting en burn-out. Mensen vragen zich vaak af of deze bedreigingen van hulpverleners typisch voor deze tijd is, met veel mediageweld. Helaas niet. De geschiedenis van vroegere epidemieën leert dat toen hulpverleners en bestuurders ook vaak het slachtoffer van agressie en geweld waren. Er is dus niets nieuws onder de zon. Kennelijk is de mens hardleers als het gaat om lessen te trekken uit de ervaring bij de bestrijding van pandemieën die ons vroeger troffen. Zelfs de overheid leerde maar weinig van de ervaringen bij vroegere pandemieën.

De huidige acute epidemie komt nu geleidelijk in zijn eindefase. Ik vermoed dat de pandemie in beperkte mate nog wel enige tijd zal voortduren. Niet alle mensen (en dieren) zijn immers geënt. Bij deze laatste pandemie kwamen diverse zwakke kanten van onze samenleving aan het licht zoals de bovengenoemde agressie. Maar ook groeide de onderlinge onverschilligheid, het wantrouwen en vooral het publieke verzet. Hieruit kunnen lessen worden getrokken voor een beter beleid bij toekomstige pandemieën. Om deze lessen langdurig in herinnering te houden zou men voor de herdenking van de corona-epidemie een speciaal gedenkteken moeten oprichten.

Daarmee zouden niet alleen de helpende slachtoffers worden herdacht maar tevens een waarschuwing worden gegeven dat het niet alleen de ziekte was, die veel stress veroorzaakte maar ook dat groepen mensen onze witte hulpverleners bedreigden en sommigen van hen door overbelasting ziek werden. Dit gedenkteken kan dan tevens de lessen in herinnering brengen, hoe men adequater bij een toekomstige epidemie moet optreden. Het zou Dukenburg sieren als er ergens een gedenkplaat of gedenktegel kwam met niet alleen een herdenking van de slachtoffers van de coronaziekte maar tevens een waarschuwing wordt toegevoegd waarom het soms bij de preventieve bestrijding van de epidemie misging.

Janwillem Koten