Janwillem Koten

‘Geen vrolijk jaar 2020’

Dit mijn laatste kolom van het jaar, een lamlendig jaar en je wenste dat je in je geheugen het jaar 2020 wegens de virusbesmetting maar kon deleten. Wat we niet hoopten, maar ook het jaareinde zal somber zijn, vuurwerk en veel gezelligheid thuis of op straat kunnen we vermoedelijk wel vergeten.

Nijmegen is na de vakantie flink getroffen door veel besmettingen. Je hoeft maar in de Gelderlander naar de vele overlijdensadvertenties te kijken. We zijn een gemeente die verhoogd waakzaam moet zijn en waarbij onze besmettingscijfers nog steeds boven het landelijke gemiddelde liggen. Geen wonder dat er strenge maatregelen nodig zijn. Zeer onprettig. Voor studenten is het een ellendig begin van de studie, veel vrolijkheid is er officieel niet.

Maar ook in Dukenburg valt het leven van de gewone burger niet mee. Vrijwel alles is dicht en de onderlinge contacten tussen de burgers zijn verschraald. Gelukkig dat sport en biebbezoek weer mogelijk wordt Zelfs de kerkgang is belemmerd. Gelukkig dat de supers de vroegere discipline hebben hervonden. Met dat alles hebben veel oude mensen het extra moeilijk en de vereenzaming is groot en bijna tastbaar. Veel mensen zijn ook door de dreigende armoede in de financiële zorgen en vaak de wanhoop nabij. Waar moet men troost vinden. Je vraagt je verder af in hoeverre de langdurige belemmerde socialisatie effect heeft over de toekomstige samenleving. Het is wel zeker dat de corona langdurige negatieve gevolgen heeft voor onze samenleving en dat we economisch enkele stappen terug moeten zetten. Dat leert de studie van vroegere grote epidemieën.

Toch mag dat ons niet ontmoedigt maken want dan raken we verder van huis. Er is van de vroegere epidemieën bekend dat voorzichtigheid, discipline en moed het beste recept is om de kwade tijd sneller door te komen.

Deze kwade dagen doen mij aan de oorlog en bezetting denken, toe we veel onzekerheid en verdriet en een avondklok vanaf zonsondergang hadden. Ik herinner me mijn ouders (beide ondergedoken) die ondank alles er de moed erin hielden en zeiden: “Het kan alleen maar beter worden.”

Met vaccins binnenkort beschikbaar hopen we dat maar. Dus maar uitkijken naar een hoopvol 2021.

Janwillem Koten

‘Netheid en discipline als remedie tegen COVID-19’

Mijn vorige kolom was bijna voorspellend. De vrees dat na de komst van de eerstejaarsstudenten een massieve coronabesmetting zou komen is bewaarheid. Dat geldt niet uitsluitend voor Nijmegen maar ook voor alle universiteitssteden. Na de komst van de nieuwe studenten verspreidde de infectie zich als een bliksemschicht door de academische gemeenschap. Je vraagt je af of dat zo had gemoeten en of men niet met verstandige preventieve maatregelen veel misère had kunnen voorkomen.

Ook de terugkerend vakantiegangers brachten heel wat besmettingen mee, vooral vanuit de landen waar corona veel voorkwam, zoals Spanje, Marokko, Frankrijk Turkije, Pakistan en Libanon. Kennelijk had men van de vorige uitbraak weinig geleerd, toen terugkerende wintersporters het virus in Nederland verspreidden. Eigenlijk had men al deze terugkeerders moeten testen. Nu overspoelen zij onze ziekenhuisbedden. Gaven de mensen van de regering hier wel het goede voorbeeld? Ook zij gingen naar het buitenland op vakantie, hetgeen af te raden was.

Ook wij Nederlanders in ons eigen land gedroegen ons soms of COVID-19 niet bestond. De discipline bij het betreden van een supermarkt was spoedig vergeten. Nu is deze na schade en schande weer ingevoerd. Hoe komt dat? Duidelijk is dat men na de oorlog door het mondig worden van de bevolking zich in principe verzet tegen maatregelen van de overheid. Hoelang duurt het niet alvorens een eenvoudige maatregel kansen krijgt? Iedereen wil zijn eigen gelijk hebben. Om de nare gevolgen van een dergelijke houding in te zien, hoeft men maar Nederland met Duitsland te vergelijken

Mijn gedachten gaan bij infectieziekten uit naar mijn jeugd. Heel veel kinderen kregen voor ze twaalf jaar waren kinkhoest, roodvonk, difterie, mazelen, kroep, longontsteking en nog vele andere kinderziekten. Elk jaar brachten we enkele medescholieren naar het graf. Aan de meeste infectieziekten kon men niet veel meer doen dan de bezwaren en het lijden wat verminderen. Als kinderen kregen we bij de opvoeding ingeprent netjes te zijn en ons gedisciplineerd te gedragen om ziekten te voorkomen. Iets wat de laatste jaren minder nodig scheen. Als ik aan mijn moeder denk zie ik haar vele uren met een poetsdoek druk bezig de boel schoon te houden. Ook volgde men de instructies die van boven kwamen met minder gemor op. De bevolking was volgzamer.

Zou het niet de moeite waard zijn deze lessen van vroeger weer eens op te pakken? Die bleken vaak effectief. Iets wat we vergeten schijnen te zijn door onze nonchalance en vooral door ons weinig sociale gedrag.

Janwillem Koten

‘Klein is fijn’

Recent bezocht ik Wijkcentrum Dukenburg in Meijhorst. Waar het eerder druk en gezellig was, heerste nu rust en leegte. Slechts medewerkers aan de bar/balie en van Stip waren aanwezig. We beleven een ellendige tijd, jong en oud. In bejaardencentra stierven meer senioren door verdriet en eenzaamheid dan aan COVID-19. De isolatiekuur was soms erger dan de kwaal. Aanvankelijk waren zwembad en Ontmoetingskerk gesloten. Het zwembad draait weer, met beperkingen. De kerk bezoeken kan, mits je reserveert; de Ontmoetingstuin is altijd open voor iedereen.

Ook al volgen Dukenburgers de richtlijnen, hier en daar is verslapping merkbaar. Sommigen hebben moeite met de regels of zijn vergeetachtig. Gaandeweg wordt men korzelig en slordig; ik merk het aan mijzelf. Bij de ingang van supermarkten zijn extra maatregelen verwaterd, de speciale openingstijd voor ouderen is afgeschaft. Verzet tegen de RIVM-richtlijnen zie je hier gelukkig nog niet. Het aantal besmettingen in Dukenburg is meegevallen volgens de buurtzorg. Maar met de (terug-)komst van veel studenten kan dit veranderen. Dat jongeren steigeren is begrijpelijk: de mogelijkheid van ontmoetingen is in deze tijd van sociale opsluiting een groot gemis, evenals horecabezoek en (muziek-)festivals. Bedrijven waar het water aan de lippen staat protesteren. Toch moeten we met zijn allen moed houden. Zeker als binnen afzienbare tijd een vaccin beschikbaar komt. Het is geen garantie dat we daarna onze oude levensstijl kunnen herpakken.

Zonder grote evenementen zijn buurtactiviteiten en een gesprekje buitenshuis belangrijk geworden. In Weezenhof is ‘het huis’ bescheiden toegankelijk. Er zijn ook buurtontmoetingen in gezellige kring mogelijk, zoals een muziekhulde op een grasveld! Hopelijk kennen andere wijken ook burenactiviteiten, want voorlopig moet men het hebben van kleine, fijne bijeenkomsten. Vergeet niet dat de eerste Nederlandse coronabesmettingen plaatsvonden tijdens carnaval.

Janwillem Koten

‘Crisis ook in Dukenburg’

Het is een bizarre en ongewone tijd. Veel ouderen vinden dat de huidige coronacrisis aan de oorlogstijd doet denken, een herinnering die bij veel mensen een kras op de ziel heeft nagelaten. Ook toen heerste er angst. Het behoud van lijf en leden was onzeker door de krijgshandelingen en bombardementen. Dan de schaarste van het voedsel en de honger. En de beperkingen van de bewegingsvrijheid (de avondklok et cetera). Ook nu heerst er angst bij de ouderen voor deze dodelijke ziekte. Er is onzekerheid over het bestaan. Werkloosheid dreigt voor veel mensen, vooral voor jongeren. Veel bedrijven hebben een vacaturestop, bij andere zijn werknemers ontslagen. Jongeren missen bovendien hun bewegingsvrijheid, waardoor sociale contacten evenals het vinden van een partner worden bemoeilijkt. De mogelijkheid op anderhalve meter een intiem gesprek te voeren, laat staan te kussen of te liefkozen is onmogelijk. Het is onvermijdelijk dat sommigen recalcitrant, weerspannig en tegendraads worden, doordat zij hun draai niet meer kunnen vinden. Wie hier de oplossing voor weet mag het zeggen. Voorlopig is er weinig te doen tegen de ziekte. Het is nog maar een vraag of de vaccinatie effectief is en de ziekte niet een sluimerend bestaan krijgt. Zo was het ook bij de Spaanse griep na de Eerste Wereldoorlog.

De belemmeringen in het sociale verkeer maken de samenleving afstandelijk. Een praatje met elkaar maken in de supermarkten wordt afgeraden. Veel contacten lopen nu uitsluitend via de telefoon of internet. Telefonische spreekuren zijn regel. Overal moet men van tevoren afspraken maken. Zelfs een plaatsje in de kerk op zondag moet je reserveren. Het verenigingsleven heeft er onder te lijden, omdat bijeenkomsten worden gecanceld. Zelfs de heilige voetbalsport heeft een flinke knauw gekregen. Voetbal is voor het publiek toch primair een collectieve belevenissport, waarbij men uit het dak kan gaan. Wedstrijden zonder publiek op de tv bekijken geeft veel verlies aan charme en opwinding. Nijmegen en indirect ook Dukenburg worden door de sluiting van de universiteit en de hogeschool flink getroffen. De collegezalen staan al maanden leeg. Veel studenten zitten achter de computer thuis haast anoniem hun tentamens voor te bereiden. De Nijmeegse horeca krijgt daardoor ook een knauw. Er zijn heel wat mensen die vrezen dat deze vorm van hoger onderwijs het nieuwe normaal wordt, vooral omdat dit veel kosten bespaart. Het vroegere vrolijke studentenleven, kenmerkend voor een universiteitsstad, komt wellicht niet meer terug. Ook het thuiswerken wordt het nieuwe normaal. Veel huizen en gezinnen zijn daarop niet berekend. Je zou wensen dat in Dukenburg plaatsen waren waar je met je werk even terug kon trekken, liefst met airconditioning. Het wijkcentrum in Meijhorst zou hier iets kunnen betekenen. Maar door de crisis getroffen zullen veel stedelijke voorzieningen moeten worden gecommercialiseerd. Ook ons wijkcentrum treft dit lot. Dit brengt me ook op het punt van de renovaties in onze wijk, de maatregelen voor energiebesparing en de geplande nieuwbouw in de Kanaalzone. Ooit bestonden in Dukenburg grootse nieuwbouwplannen in het kader van Hart voor Dukenburg. Door de economische crisis is daar destijds niets van terechtgekomen. De huidige crisis is nog erger. Wat komt er nu van de plannen terecht?

Geen wonder dat veel mensen in Dukenburg zich zorgen maken, ook door de langdurige sociale isolatie en eenzaamheid. De les is dat we, zoals de burgemeester het stelde, meer in de buurt naar elkaar omkijken. Sociale contacten moeten op kleinschaliger niveau worden georganiseerd. De buurtcentra de Grondel en de Turf hebben hier een functie. Voorbeeldig is het kleinschalige karakter van het Huis van Weezenhof waar mensen elkaar informeel kunnen ontmoeten. Via interviews vanuit dit huis tracht men de wijk via internet bij elkaar te houden. Dit initiatief verdient navolging. Zo blijft Weezenhof toch leefbaar en gezellig.

Janwillem Koten

‘Samen sterker’

We hebben nu zo’n drie maanden de coronacrisis. Niemand wil er nog iets van horen. Hoewel de ziekte veel misère brengt, zijn er ook wel leuke en hartverwarmende momenten. Om fit te blijven maken we wandelingen door Dukenburg en we komen in buurten waar we nooit eerder waren. We ontmoeten ook vriendelijke mensen die ons groeten en soms een praatje maken. Zo leerde ik veel mensen kennen. Af en toe gaan we op een bankje zitten en we genieten dan van het mooie groen en de stilte die Dukenburg biedt. Het deed me denken aan de tijd voordat de A73 was aangelegd. Die snelweg bracht immers veel geluidslawaai en veel fijnstof met zich mee. Mensen kunnen weer wat vrijer ademen. Trouwens, over de 100 kilometersnelheidslimiet hoor je nauwelijks meer iets frustrerends. Herinnert u zich nog het gedoe?

Ook heeft de coronaziekte in Weezenhof goede zaken gebracht. Mensen zijn vriendelijker voor elkaar. Het 'Hart van Weezenhof' heeft een netwerk waarbij de buren elkaar bijstaan. Iets leuks en bemoedigends is ook het initiatief van 'Wij Weezenhof'. Ik zag een geslaagde tv uitzending. Het is een succesvolle manier om mensen bij elkaar te brengen in de anderhalvemetersamenleving. Ook in andere wijken hoor je dat de mensen meer onderlinge contacten hebben en naar elkaar omzien. Verder zijn er diverse initiatieven die de sociale samenhang van de buurt bevorderen. Dit zijn goede en hoopvolle ontwikkelingen.

De coronacrisis zal nog wel een tijdje voortduren. Men voorspelt nog meer zware tijden met de komst van veel economische tegenwind en ellende. Dan zijn een onderlinge samenhang in de wijk en onderlinge hulpvaardigheid belangrijk. Denk aan de voedselbank waar veel vrijwilligers zich voor inzetten. Het is goed dat we de betere samenhang in de wijk volhouden. Want samen zijn we immers sterker!

Janwillem Koten