Janwillem Koten

‘Nooit meer oorlog‘

Ik behoor tot de vooroorlogse generatie die na de bevrijding van de Duitse bezetting, nooit meer oorlog heeft geroepen. Door de Oekraïense oorlog word ik voortdurend aan de vooroorlogse jaren herinnerd. Ik bekijk de huidige situatie dan ook voortdurend met de ogen van toen. Het was ook toen een angstige tijd. Ik herinner men nog goed dat ik met mijn zusje ’s avonds in onze bedjes om de oorlogsdreiging toen huilden en door onze ouders moesten worden getroost. De naoorlogse periode was hard. Miljoenen mensen waren door de oorlog omgekomen, de economie lag in puin, oorlogsinvaliden alom, en honderden miljarden schade die niet meer kon worden hersteld. In veel gezinnen bestond rouw om familieleden die in kampen waren omgebracht of bij de krijgshandelingen of bombardementen omgekomen waren. Het waren ontnuchterende tijden om de verschrikkingen van de concentratiekampen te zien die na de oorlog bekend werden. Eigenlijk waren die verschrikkingen in de kampen al in 1939 bekend, maar deze waarschuwing ging toen ten onder aan de andere verschrikkingen die ons troffen zoals de bombardementen van Rotterdam en Nijmegen waarbij vele honderden slachtoffers te betreuren waren. De Verenigde Naties werd opgericht. Die zouden effectiever moeten zijn dan de Volkerenbond opgericht in 1919 die achteraf een wassen neus bleek te zijn geweest.

Inderdaad waren we in Europa na onze bezetting in 1945 vrij van ernstige slachtingen zoals in de Tweede Wereldoorlog het geval was geweest. Dan denken we maar even niet aan Srebrenica dat een waarschuwing was en een kras op ons geweten betekende. We leefden eigenlijk tot 5 jaar geleden hier in een sprookjesland waar alles goed en mooi was. Bewapening was iets van vroeger. Dat dit snel kan omslaan hebben we nu tot onze ontnuchtering door de Oekraïneoorlog helaas moeten leren. Door de tv en internet komen de verschrikkingen meer dan vroeger in onze huiskamer binnen. Ook de stroom van vluchtelingen die wordt opgevangen brengt de oorlog zeer dichtbij.

‘Een terugblik op de verkiezingen’

De gemeenteraadsverkiezingen 2022 zijn voorbij. De uitslag van deze verkiezing is hiernaast uitvoerig becommentarieerd. Deze uitkomst is onzes inziens wel zorgelijk. Twee belangrijke feiten vielen hierbij op: de lage opkomst en de nederlaag in Dukenburg van de landelijke gemeentepartijen. De opkomst bij de verkiezing was dit jaar in sommige wijken uitzonderlijk laag. Hiermee volgt Dukenburg de landelijke trend. Dit wijst op een afkeer van het democratische proces, en gebrek aan vertrouwen in de gemeenteraad. Een tweede gegeven is dat men in Dukenburg zich sterk afkeerde van de landelijke grote partijen en overwegend op de lokale partijen stemde. In sommige wijken ging bijna de helft van de kiesresultaten naar de lokale partijen. Ook dat wijst op een politiek ongenoegen met vooral de landelijke politiek. Beide gegevens wijzen erop dat binnen onze wijk grote onvrede bestaat met het stedelijke bestuur. Trouwens, de meeste Dukenburgers kennen de stedelijke raadskandidaten nauwelijks. De uitslag wijst er verder op dat de opvattingen binnen ons stadsdeel sterk verschillen met het stedelijke gemiddelde, waar studenten een grote invloed hebben op de uitkomst. Opmerkelijk is in vergelijking met vroeger ook dat de stemmingsuitslagen veel minder per wijk verschilden. Hieruit kan men concluderen dat de uitslag een Dukenburg-brede weerspiegeling is van het ongenoegen.

De vraag die je kunt stellen is of dit een verrassing was. Wie Dukenburg een beetje kent weet dat dit helemaal geen verrassing was, maar duidelijk werd voorzien omdat men nauwelijks naar de Dukenburger had geluisterd. Een goed voorbeeld ziet u bij het platformverslag Weezenhof in dit nummer. Ik citeer: “De Weezenhofse werkgroep heeft een gesprek gehad met de projectontwikkelaar, de architect, de communicatieadviseur en drie ambtenaren over de bezwaren van bewoners. Kort gezegd heeft het gesprek niets opgeleverd: er wordt niet tegemoetgekomen aan de bezwaren van bewoners. De projectontwikkelaar wil niets wijzigen aan het plan. De gemeente heeft wel toegegeven dat het proces niet de schoonheidsprijs verdient. De gemeente heeft gevraagd of de werkgroep wil meedenken over de inrichting van de omgeving. Je kunt je afvragen of dat nog wel zin heeft. Ook de gemeente blijft op haar standpunt dat er voldoende parkeerplaatsen worden gerealiseerd. De werkgroep heeft gewezen op het aantal nieuwe bewoners en bezoekers voor het winkelcentrum, de school. Het platform vreest daarom parkeeroverlast in de wijk. Het is duidelijk dat de wethouder hier zijn oren meer laat hangen naar de ontwikkellaar dan naar de burger. Dat is zeker niet groen, noch humaan en helemaal niet links.”

Een ander punt was het gedoe rond de wijkregisseurs. Zonder enig overleg met de wijk werden hier drastische ingrepen gedaan die bij veel wijkbewoners niet goed vielen. Dit is door onder meer de Dukenburger uitvoerig gemeentelijk aangekaart. De kwestie is toen in een raadsvergadering besproken met een onbevredigende afloop. Momenteel gaat de discussie vooral over de gebiedstafels. Daar kwam tot nu toe zo weinig uit. Binnen de gemeente is het blijkbaar bijna allemaal wel duidelijk maar dat men nog niet goed is in het naar buiten communiceren. De rollen van de wijkregisseurs fysiek en veiligheid zijn duidelijk, want die zijn ongeveer dezelfde als vroeger bij de wijkbeheerder. De functie van de wijkregisseur sociaal is nog niet ingevuld. Verder wordt gesteld dat wijkregisseurs alleen naar de vergaderingen van de wijkplatforms komen op uitnodiging en dan nog vaak niet, omdat die in de avonduren zijn. Daar werd vreemd van opgekeken, want het staat in hun functieomschrijving dat ze ook ‘s avonds beschikbaar moeten zijn. Het is duidelijk dat de gemeente meer moet communiceren over wat er per wijk speelt, zodat bewoners eerder en beter op de hoogte zijn van zaken die hen aangaan. Vrome wens waar tot nu toe weinig van werd gerealiseerd.

Met zoiets in de recente geschiedenis zal het niemand meer verbazen, dat de Dukenburgers weinig vertrouwen hebben in het gemeentebeleid, Dit hebben zij bij de verkiezingen dan ook duidelijk laten blijken.

Janwillem Koten

‘Hoe heeft corona de senioren onder ons getroffen?’

Aangezien ik niet meer de jongste ben, volg ik uiteraard zeer geïnteresseerd de gevolgen van corona voor de senioren. Dat was vooral tijdens de beginfase door matig beleid niet al te best. Bejaarden- en zorginstellingen leken welhaast op sterfhuizen. Veel ouderen stierven in grote eenzaamheid zonder dat hun familie er bij kon zijn. Het drama dat zich afspeelde binnen de Nederlandse verzorgingstehuizen en hoe de rest van de samenleving hier op reageerde, kregen te weinig aandacht. Het werd een drama dat naar mijn idee sterk onderbelicht is gebleven. Daarna kwam nog de lockdownperiode waar veel senioren werden gemarginaliseerd en velen vereenzaamden en soms omkwamen door eenzaamheid en ellende.

Maar ook 2022 begon erg slecht voor de ouderen met een gebrekkig pensioen. De prijzen van voeding en brandstof schoten als een raket de hoogte in, de gemeentebelastingen op veel zaken stijgen. Van de kapper tot de horeca van vinyl tot chocolade, alles wordt door de inflatie duurder. Het inflatiespook in Nederland - een van de hoogste in Europa - waart rond vooral door gebrek aan lokale grondstoffen. De vrees van veel ouderen oud is arm, een geliefkoosde joodse uitdrukking, wordt geleidelijk aan realiteit. Dit is vooral zuur als men hard heeft gewerkt en een pensioentje bij elkaar gespaard. Veel pensioenkassen zijn in de jaren 90 leeggeroofd en nu verdampt bovendien veel van de koopkracht door de inflatie. Juist de gepensioneerden met een klein pensioen worden hard getroffen omdat zij geen inflatiecompensatie krijgen en geldelijk in armoede geraken, waartegen geen weerwoord is.

Veel ouderen kunnen daardoor niet het budget rondkrijgen en moeten met nauwelijks genoeg rondkomen. Geen wonder dat veel mensen in Nijmegen naar Duitsland gaan voor benzine en boodschappen. Daardoor krijgen de kleine Nederlandse winkeliers, die het toch al moeilijk hebben door corona, nog een extra (genade-)klap. Mogelijk raakt Dukenburg sommige van deze winkeliers wel kwijt. Veel ouderen dreigden ook in de koude te zitten en zoals vroeger onderkoeld te raken en daarvan een flinke longontsteking op te lopen. In mijn jeugdjaren kwam dit nog vaak voor tijdens de crisis na de Spaanse griepperiode. Maar gelukkig hebben we dit jaar tot nu toe geen Elfstedenwinter gehad.

Ook de huisvesting van senioren wordt een probleem. Gelukkig dat de Orangerie is herbouwd en nu Het Gouden Hart heet. Het opgeknapte pand ziet er inderdaad piekfijn uit, zoals ik bij een kort bezoek kon vaststellen. Het beheer van dit seniorencomplex is in handen van de (buitenlandse) beursonderneming Korian die in Nederland Het Gouden Hart als naam voert en in ons land heel wat zorgcomplexen met een zekere luxe voor ouderen exploiteert. Dit complex is zeker een aanwinst voor ons stadsdeel, maar voor wie? Alle waar naar zijn geld. De huurprijzen liggen tussen de 2000 en 3000 euro per maand. Hoewel deze huur wellicht zeer verantwoord is, weet ik nauwelijks mensen die een dergelijk bedrag maandelijks te spenderen hebben. U wel? Ik niet.

Erger vind ik nog de nieuwbouwplannen in Weezenhof waar boven het winkelcentrum circa 115 wooneenheden worden gepland. 77 hiervan hebben slechts 50 vierkante meter oppervlak en krijgen geen balkon. Ze zijn rond een binnenplaats gelegen. Vanaf de galerij kan men in de diepte kijken. Veel mogelijkheden om van het zonnetje te genieten zijn er niet. Ben ik blij dat ik daar niet hoef te wonen. Wanneer ik de laatste jaren van mijn leven daar zou moeten doorbrengen dan had ik het gevoel in een gevangenis te zijn ondergebracht, zonder de faciliteiten die gevangenen in een echt huis van bewaring tegenwoordig hebben. Ik ben blij dat ik nog in mijn doorzonrijtjeshuis woon. Wanneer ik mijn laatste dagen in een dergelijke 50 vierkante meter wooneenheid zou moeten slijten dan wenste ik geen 93 jaar te worden.

Janwillem Koten

‘Terugblik op het nare jaar 2021’

Tijdens het weekend van 31 oktober was ik voor het bezoek van de familiegraven in mijn geboortestreek Zuid-Limburg. Daarbij reed ik door Gulpen en Valkenburg. Hoewel veel van de ellende is opgeruimd, zijn de sporen van de epidemie op allerlei vlakken nog goed zichtbaar. Veel feestelijkheden zullen er bij de jaarwisseling hier niet zijn dacht ik.

Trouwens, zo dacht ik verder, voor heel Nederland is dit geen plezierig jaar geweest. Ik denk dan allereerst aan de misère van de corona epidemie, die ons land buitengewoon in ongerede bracht, waarbij de tegenstellingen tussen groepen in de samenleving op onaangename manier toenamen.

In september hoopte men nog dat tegen het einde van het jaar de crisismaatregelen verder zouden kunnen worden geschrapt, zodat we onbelemmerd de feestdagen zouden kunnen vieren. Het tegendeel is echter het geval. De vierde coronagolf neemt in alle hevigheid toe. Het ergste moet nog komen. In veel opzichten kan men de overheid onnodig traag handelen verwijten.

Verder is gebleken dat de gevolgen van de ziekte veel ernstiger zijn dan men dacht. COVID-19-symptomen blijven een jaar na het begin van de ziekte nog bestaan, zelfs bij sommige personen met een milde ziekte. Vrouwelijk geslacht en obesitas waren de belangrijkste oorzaken voor langdurige klachten. Veel mensen kunnen daardoor ook niet snel aan het werk. Dat betekent trekken van de bijstand voor veel gezinnen.

Of alles nog niet erg genoeg is zijn onlangs de kosten voor gas en de het dagelijkse leven drastisch omhooggeschoten. De lonen houden die stijging van de kosten van levensonderhoud niet bij. Vooral de ouderen zijn getroffen door deze geldontwaarding en het uitblijven van de indexatie. De vrees van veel ouderen, vroeger ‘oud is arm’, komt weer terug. Vele senioren kunnen nauwelijks meer rondkomen, laat staan een feestje vieren bij Kerstmis en Nieuwjaar. Zorgen nemen toe. Hoewel de tijd voor veel mensen zorgelijk is, is niet alles zo zwart als het lijkt. We zijn nog steeds een welvarend land dat de ergste klappen van de economische crisis kan opvangen. Onze gezondheidszorg behoort nog steeds tot de allerbeste van de wereld. Dat is dus reden om dankbaar te zijn. Ook de coronavaccinatie, weliswaar niet volmaakt, heeft veel mensen tegen de coronaziekte beschermd. In Meijhorst hebben we verder een heel mooi winkelcentrum gekregen. Kortom, we mogen blij en dankbaar zijn dat we in Dukenburg en Nederland wonen.

Zeker als je ons vergelijkt met andere landen, zelfs die in onze omgeving. Met dit voorrecht van Nederlander te zijn wens ik u toch een goede jaarwisseling toe. Tevens wens ik voor u dat 2022 een beter jaar zal worden.

Janwillem Koten

‘Sociaal kapitaal’

Vanuit de Ontmoetingskerk bereikte ons het goede bericht dat er een nieuwe dominee is benoemd die het kerkelijke leven komt versterken. Zie het interview met hem elders in dit blad. Op 3 oktober heeft wethouder Vergunst de Tuinkamer (vroeger zaal M) in de Ontmoetingskerk officieel geopend. Dit is ook goed nieuws voor de mensen van Dukenburg in het algemeen, want de kerk zet zich zeer in voor het wel en wee van ons stadsdeel.

Denk maar aan de voedselbank, waarbij in de Tuinkamer niet alleen voedselpakketten worden uitgedeeld maar ook mensen met woord en dienst worden bijstaan, zoals het uitvoeren van kleine reparaties aan kleren. De Ontmoetingskerk levert veel vrijwilligers voor deze dienstverlening, maar vraagt ook geld aan de kerkgangers om deze voorziening mogelijk te maken. De kerk levert ook veel vrijwilligers op allerlei gebied die het sociale kapitaal van de wijk versterken. Dan is er iedere woensdagmorgen de Aanloop. Er wordt dan voor ‘aanlopers’ koffie geschonken en men kan andere mensen ontmoeten. Kortom, de Ontmoetingskerk maakt een belangrijk deel uit van het sociale kapitaal van Dukenburg.

Wat is sociaal kapitaal, zullen sommige denken. In een sociaal rijke buurt hebben bewoners aandacht voor elkaar en zijn op elkaar betrokken. Ze steunen elkaar waar nodig. Er zijn veel buurtcontacten. Dergelijke wijken worden gezellig genoemd en hebben een goede reputatie. Het zijn aantrekkelijke buurten waar men graag naar toe verhuist.

In sociaalkapitaal-arme wijken ontbreken vrijwel alle onderlinge contacten. Men loopt langs elkaar heen. En men durft nauwelijks in zulke wijken beroep op buren te doen. Zulke wijken zijn ongezellig. Veel bewoners klagen over vereenzaming, geestelijke armoede en lusteloosheid. Dit wordt nog verergerd door de sluiting van publieke voorzieningen, zoals cafés, dansclubs, muziekbijeenkomsten en culturele voorzieningen. Een nieuwe ziektegolf na de corona dreigt, nu in tal van wijken eenzaamheid veel voorkomt. De laatste jaren wordt steeds meer aandacht aan die epidemie van vereenzaming en geestelijke verarming gegeven. Onlangs las ik in mijn medische tijdschrift dat vereenzaamde mensen zonder zinvolle sociale contacten een 17 procent hogere sterfte hadden nadat deze van intensive care-unit waren ontslagen. Eenzaamheid kwam bij een op de vijf mensen voor in een doorsnee IC-eenheid. Vaak zijn het ouderen maar ook steeds meer teenagers. Dat stelt de zorg voor een groot probleem. Men probeert hulp te bieden door buddy’s, door regelmatige telefooncontacten en door gratis taxidiensten naar bijeenkomsten van ex-IC-lotgenoten en dergelijke Kort gezegd, een goed gesprek, warme belangstelling, en een vriendelijk handdruk hadden een genezend effect en verbeterde de prognose aanzienlijk. Een gezellige wijk waar men zich thuis voelt heeft wellicht eenzelfde effect. Dit geeft te denken. Heeft de gemeente hier geen taak, omdat zij het dichtste bij buurten staat waar vereenzaming veel voorkomt? Zou het niet een goed idee zijn om na de komende raadsverkiezingen wethouders te benoemen die het sociale kapitaal van wijken verhogen en ook het welzijn van de bewoners verbeteren. Het is wellicht een raar idee, maar ik schrijf het toch.

Janwillem Koten