Ontmoetingskerk

‘De koude komt’

Op een mooie herfstmiddag is er helaas genoeg om je zorgen om te maken. De kachels gaan voorzichtig weer aan; bij wie het aandurft tenminste. Want de gasprijzen rijzen de pan uit. Met een ‘slimme meter’ is het mogelijk om per dag te zien wat je aan energie gebruikt. Dat was van de zomer niet zo veel, maar inmiddels dient de realiteit zich aan. De thermostaat die ik argeloos op 19 graden had staan, was aangeslagen en had het hele huis verwarmd; terwijl wij er niet waren. Mijn energieleverancier laat niet alleen het verbruik in gas zien, maar ook meteen de prijs. Voortaan beter op die thermostaat letten als we weggaan!

Toch valt te vrezen dat de gasprijzen niet eens het echte probleem is. Het hangt samen met de oorlog in Oekraïne, met ons energiegebruik, en met de eindigheid van grondstoffen. Gas wordt schaars en dus duur. Het zijn niet langer discussies die ver van ons bed spelen, en die we als abstracte problemen buiten de deur kunnen houden.

Ook in Dukenburg merken we de gevolgen van deze veranderingen en wereldproblemen.

Dat is lastig en vervelend.

En ook duur.

Maar als we er iets van merken, kunnen we er misschien ook iets mee of zelfs aan doen. Ik ga zeker meer op mijn thermostaat letten, en beter kijken hoe en wanneer ik het huis moet stoken. Die plannen zijn er in de kerk nog niet gemaakt, maar misschien moeten we net als in de middeleeuwen weer eens aan ‘stoofjes’ denken. Zeker wordt het zaak om energiebesparende maatregelen te nemen. Als je een eigen huis bewoont, verdien je dat met de hoge prijzen ook weer terug. Dat zetje in de rug ontbreekt bij huurhuizen, zodat huurders vaak in tochtige huizen wonen en met de hoge rekeningen blijven zitten.

Hoogste tijd dat dat op de agenda komt.

Wouter Slob, predikant Ontmoetingskerk

‘Nonneke’

“Mam, ik heb een nonneke gevonden!”

Trots laat het kind een fijn fraai gekleurd schelpje zien. Het schelpje is ooit zo genoemd omdat de vorm lijkt op de brede sluier van de nonnen vroeger. In films kom je ze nog wel tegen: religieuze vrouwen in smetteloos witte habijt. In Dukenburg waren ook heel wat nonnekes te vinden. Je moest wel goed zoeken, want deze religieuzen hadden begin jaren 70 hun habijt verwisseld voor normale burgerkleding. Ze verlieten heel bewust de grote kloosters en gingen met twee of drie zusters wonen in een gewoon huis. Ze wilden vanuit hun geloofsovertuiging namelijk juist onder de mensen wonen en werken, met hen samenleven en hulp bieden waar nodig. Dukenburg werd net gebouwd en zeker zo’n vijf verschillende families nonnekes en paters gingen hier wonen. Ze hielpen ieder met eigen talent mee in de opbouw van onze wijk. In praktische hulp aan mensen in armoede, vluchtelingen of gevangenen. In bestuurlijke functies, in persoonlijke begroeting van nieuwkomers, in kunstzinnige activiteiten als muziek, schilder- en bloemsierkunst. Afgelopen maand overleed één van hen. Net als vele medezusters noodgedwongen vanwege haar gezondheid verhuisde ze een aantal jaar terug naar het moederhuis, het grote klooster waar ze ooit in habijt begon. In haar Dukenburgse jaren werkte Magdalena Berkers als docent Nederlands aan de pabo in Nijmegen, ging iedere woensdag demonstreren voor vrede en was op zondag als vrijwilliger actief voor de mannen in de Pompekliniek. In de Ontmoetingskerk kwam ze inspiratie opdoen en hield met kritische opmerkingen pastores scherp om bij de tijd én dichtbij de mensen te blijven. Zo hielp zij net als de andere zusters daadwerkelijk mee aan de opbouw van

Dukenburg.

Nu zij en bijna alle religieuzen uit Dukenburg zijn vertrokken, zullen we op zoek moeten naar nieuwe ‘nonnekes’: mensen die vanuit hun innerlijke overtuiging zich willen inzetten voor hun medemens en de samenleving. Er is nog steeds veel te doen dus wie wil bijdragen laat het weten aan de opbouwwerkers of pastores. We zoeken graag met u een klus die bij u past!

Pastor Joska van der Meer

‘Wandelgroet’

Op dit moment lopen de Vierdaagselopers in de regen de Zevenheuvelenweg.

Zelf liep ik de dagen ervoor in de hitte een lange afstandspad. In het Dukenburgse groen lopen het hele jaar door mensen een ommetje. Waarom wandelen mensen toch?

Wandelen omdat het moet: het is goedkoper dan de bus, de hond moet uit. Vanwege het plezier van het onderweg zijn, van nieuwe dingen zien. Om de goede en onverwachte gesprekken onderweg. Of juist om alleen te zijn met de geluiden van de natuur (of de snelweg). Wandelen als prestatie, om moe en voldaan met spierpijn in slaap te kunnen vallen of voor een goedkeurend vinkje in je gezondheidsapp.

Al eeuwenlang bestaat er een bijzondere vorm van wandelen: pelgrimeren. Vroeger werden mensen op reis gestuurd om met zichzelf, de wereld en God in het reine te komen. Vanuit die traditie lopen nu nog velen “naar Santiago”. De meesten gaan niet meer uit religieuze overwegingen naar een bedevaartsplaats. Maar wel om weer met beide benen op de grond te staan, om zichzelf en zin van het leven te ontdekken. Ver wandelen helpt daarbij, het vertraagt immers. De te overbruggen afstanden per dag zijn beperkt, de gevoelstemperatuur en (tegen)wind doen er toe, bagage is snel teveel, wat er groeit en groet is dichtbij. Wandelen als een pelgrim hoeft echter niet persé lang en ver weg. Het belangrijkste is wandelschoenen aan, gaan en open staan. En af en toe onderweg even stil staan.

Zo stopt er midden op een warme landweg een bestelbusje van een energiebedrijf. De man vraagt waar we heen gaan. En vertelt dat hij ook graag wandelt. “Alleen niet met 38 graden, veel plezier, ik moet helaas werken” Hij biedt geen lift aan, hij gunt ons het wandelen.

Pastor Joska van der Meer

‘Vrij zijn’

Als ik uit het raam kijk van mijn huis in Weezenhof zie ik een beetje treurig vers gemaaid grasveld. Het gemaaide gras ligt er nog en is inmiddels bruin geworden. Kortgeleden stond het gras nog vrolijk hoog; het groeide vrij en blij. Ik ben me er van bewust hoe subjectief mijn blik is. Ik weet dat buren dat hoge gras helemaal niet mooi vinden, maar onverzorgd. En het is naïef om te denken dat je natuur maar gewoon zijn gang kan laten gaan. Zo dacht ik gisteren nog van mijzelf dat ik de natuur lekker vrijliet toen een kat uit de buurt op een van onze tuinstoelen ging liggen. Toen hij vervolgens in de tuin wilde gaan poepen heb ik hem snel weggejaagd. Ingrijpen in de natuur kan ook juist waardevol zijn. Ik ben blij dat er dit jaar veel minder eikenprocessierupsen zijn. Er zijn overal vogelhuisjes opgehangen en er is veel minder gemaaid. Daardoor zijn er meer vogels die al die rupsen eten. En mooie initiatieven als buurtmoestuinen en de plukroute in Meijhorst zorgen voor biodiversiteit en voedsel.

Deze zomer hebben we in de Ontmoetingskerk een mooi programma met het thema: vrij zijn. Tijdens een van de bijeenkomsten gaan we wandelen in Dukenburg en horen we over hoe vrij we de natuur laten. Verschillende aspecten van vrij zijn zullen tijdens bijeenkomsten op woensdagmiddagen verkend worden. Is vrij zijn alles mogen en kunnen? Of ga je dan jezelf en anderen in de weg zitten? Wat betekent vrij zijn als je gevlucht bent uit een oorlog of als je vecht voor je vrijheid? Hoe vrij ben je zelf? Dit soort vragen komen aan bod in allerlei vormen zoals dans, muziek, gedichten, schilderen, wandelen en verhalen. De praktische informatie komt op de website van de kerk. Van harte welkom.

Marije Klijnsma, kerkelijk werker Protestantse Gemeente Nijmegen

‘Dag Dukenburgers’

We tonen ons op straat. Gebruiken het zinnetje: “Het mag weer.” Feestjes, wel of niet omhelzingen, handen geven, boksen, afstand houden, mondkapje. Corona even voorbij. Dag Dukenburgers.

Vanuit de kerk liep ik door de kleurige wijk met al die verschillende mensen. Ik liep door de straten en kwam in de huizen. Voor verhalen van verdriet en voor troost. Ik hoorde in de kerk mensen over hun schulden, de gestegen energieprijzen, over de geboorte van hun kind, of over de dood van hun kind. Er werden mensen beroofd, en weer anderen gaven geld. Bij Maria staken we een kaars op, voor de behandeling van kanker. Of uit dankbaarheid voor een goede afloop. We hadden geduld met wie het leven soms vergeten. En anderen die traag worden. We verzamelden geld en goederen voor mensen die het nodig hebben. We ontmoetten de nabestaanden van de overledenen van corona. En hoorden de verhalen over eenzaamheid en opgesloten zijn in je hoofd en je angsten. En brachten en brengen mensen samen die dat willen delen. En we hebben gebeden, veel.

Dag Dukenburgers. Mijn tijd als pastor is deze zomer voorbij. Dan ga ik met pensioen. Maar ik onthoud je verhalen, als ik op straat loop of in de kerk kom. Dank voor dit mooie echte leven.

Ondertussen gaat het werk in de Ontmoetingskerk gewoon door. Met verdriet en troost en... kom maar eens kijken... bij het creatieve zomerprogramma bijvoorbeeld, in juli en augustus.

Dag Dukenburgers.

Trees Versteegen, pastor