Ontmoetingskerk

‘Vrij zijn’

Als ik uit het raam kijk van mijn huis in Weezenhof zie ik een beetje treurig vers gemaaid grasveld. Het gemaaide gras ligt er nog en is inmiddels bruin geworden. Kortgeleden stond het gras nog vrolijk hoog; het groeide vrij en blij. Ik ben me er van bewust hoe subjectief mijn blik is. Ik weet dat buren dat hoge gras helemaal niet mooi vinden, maar onverzorgd. En het is naïef om te denken dat je natuur maar gewoon zijn gang kan laten gaan. Zo dacht ik gisteren nog van mijzelf dat ik de natuur lekker vrijliet toen een kat uit de buurt op een van onze tuinstoelen ging liggen. Toen hij vervolgens in de tuin wilde gaan poepen heb ik hem snel weggejaagd. Ingrijpen in de natuur kan ook juist waardevol zijn. Ik ben blij dat er dit jaar veel minder eikenprocessierupsen zijn. Er zijn overal vogelhuisjes opgehangen en er is veel minder gemaaid. Daardoor zijn er meer vogels die al die rupsen eten. En mooie initiatieven als buurtmoestuinen en de plukroute in Meijhorst zorgen voor biodiversiteit en voedsel.

Deze zomer hebben we in de Ontmoetingskerk een mooi programma met het thema: vrij zijn. Tijdens een van de bijeenkomsten gaan we wandelen in Dukenburg en horen we over hoe vrij we de natuur laten. Verschillende aspecten van vrij zijn zullen tijdens bijeenkomsten op woensdagmiddagen verkend worden. Is vrij zijn alles mogen en kunnen? Of ga je dan jezelf en anderen in de weg zitten? Wat betekent vrij zijn als je gevlucht bent uit een oorlog of als je vecht voor je vrijheid? Hoe vrij ben je zelf? Dit soort vragen komen aan bod in allerlei vormen zoals dans, muziek, gedichten, schilderen, wandelen en verhalen. De praktische informatie komt op de website van de kerk. Van harte welkom.

Marije Klijnsma, kerkelijk werker Protestantse Gemeente Nijmegen

‘Dag Dukenburgers’

We tonen ons op straat. Gebruiken het zinnetje: “Het mag weer.” Feestjes, wel of niet omhelzingen, handen geven, boksen, afstand houden, mondkapje. Corona even voorbij. Dag Dukenburgers.

Vanuit de kerk liep ik door de kleurige wijk met al die verschillende mensen. Ik liep door de straten en kwam in de huizen. Voor verhalen van verdriet en voor troost. Ik hoorde in de kerk mensen over hun schulden, de gestegen energieprijzen, over de geboorte van hun kind, of over de dood van hun kind. Er werden mensen beroofd, en weer anderen gaven geld. Bij Maria staken we een kaars op, voor de behandeling van kanker. Of uit dankbaarheid voor een goede afloop. We hadden geduld met wie het leven soms vergeten. En anderen die traag worden. We verzamelden geld en goederen voor mensen die het nodig hebben. We ontmoetten de nabestaanden van de overledenen van corona. En hoorden de verhalen over eenzaamheid en opgesloten zijn in je hoofd en je angsten. En brachten en brengen mensen samen die dat willen delen. En we hebben gebeden, veel.

Dag Dukenburgers. Mijn tijd als pastor is deze zomer voorbij. Dan ga ik met pensioen. Maar ik onthoud je verhalen, als ik op straat loop of in de kerk kom. Dank voor dit mooie echte leven.

Ondertussen gaat het werk in de Ontmoetingskerk gewoon door. Met verdriet en troost en... kom maar eens kijken... bij het creatieve zomerprogramma bijvoorbeeld, in juli en augustus.

Dag Dukenburgers.

Trees Versteegen, pastor

‘Kom je mee wachten?’

Er is geen woord dat we de afgelopen tijd zo vaak oefenden als wachten. We wachten op het einde van de coronapandemie of op het einde van de maatregelen. En we hebben lang gewacht op de vaccinaties, die weer enige bewegingsvrijheid gaven. We wachten op uitgaan, het nachtleven, vakantie, als het kan. Wachten doen we niet alleen vanwege corona. Voor de Voedselbank wachten mensen in de rij tot ze het wekelijkse voedsel krijgen. In de azc’s en daarbuiten wachten mensen op een – tijdelijke – verblijfsvergunning.

De slachtoffers van de toeslagenaffaire wachten op een goede afhandeling. Het is een vorm van gedwongen wachten. We leerden wachten vanwege het leven zelf: wachten tot het kind groeide in onze levens en lichamen, of – tegenovergesteld – wachten tot de ziekte, de kanker, verdween uit ons lichaam. Of we wachten op de dood, aan het bed van een ander, soms in innerlijke vrede, dan weer in bange vermoedens. Soms kunnen we goed wachten, in stilte en overgave. Soms is het ongemakkelijk en zijn we ongeduldig.

De Ontmoetingskerk organiseert een reeks programma’s rond het thema wachten, van begin februari tot half april, Pasen. We tonen films. Er zijn tweewekelijks creatieve ontmoetingen, waarin we ervaringen van wachten verkennen. Er is poëzie en muziek. We diepen de thema’s uit vanuit filosofie en levensbeschouwing. In de zalen van de kerk is de fototentoonstelling het Wachten van Edwin Venema. Als je alleen moet wachten is het erger.

Kom je mee wachten?

Trees Versteegen

‘Even zitten’

Buiten in de Ontmoetingstuin staan twee stoelen. Lichtroze knallen ze eruit in de nu grauwe tuin. Niet coronaproof, als je er samen op gaat zitten, zit je ‘face to face’, absoluut geen anderhalve meter uit elkaar. Maar het is dan ook een Ont-moetstoel.

Eén stevig in de grond verankerde stoel bedoelt om elkaar echt te zien en nieuwe ontmoetingen mogelijk te maken.

Ik heb nog geen mensen gezien die het waagden om erop te gaan zitten.

Zijn we al zo aan die anderhalve meter afstand gewend dat face tot face zitten eerder ongemakkelijk dan verbindend werkt? Zo wat verloren in de ruimte is de stoel meer een visioen dan realiteit.

Een belofte dat eens mensen elkaar weer ongedwongen kunnen ontmoeten.

Maar als je er wel op zou gaan zitten? Dan zit je op een roze wolk in een mooie tuin. Wie weet helpt het om alles wat meer met een roze bril te bekijken en wordt het leven dan wat lichter… Of is het de manier om even niet zoveel meer te moeten. Zo heet de stoel immers: Ont-Moetstoel.

Er samen op gaan zitten, dat kan nog niet. Die face tot face ontmoetingen zullen we anders moeten organiseren. Al wandelend, videobellend of in twee stoelen in de woonkamer, ver uit elkaar. Maar ook dan kun je elkaar zien, praten, ontmoeten, elkaar hoop en moed inpraten en samen plannen maken voor als straks die stoel omgeven is door ontluikend groen!

Joska van der Meer

Pastor Ontmoetingskerk

‘Nieuw ben ik’

Nieuw ben ik, nieuw in Nijmegen. En ik ben van alles aan het ontdekken. Ik weet inmiddels dat het kanaal een flinke scheiding is, misschien zelfs een grens. En ik weet inmiddels waarom de adressen in Dukenburg zulke hoge nummers hebben, al weet ik nog niet precies hoe de wijken in elkaar steken.

Ik weet Tolhuis, Zwanenveld, Meijhorst en de andere straten inmiddels wel te vinden, maar hoe ik dan op nummer 35-16 of 20-22 of 54-18 moet komen?

Het navigatiesysteem in mijn auto komt er vaak ook niet uit. En daar ben ik op aangewezen. Ik ben nog niet helemaal verhuisd en de fietsen zijn nog niet gearriveerd. Als ik me verplaats, is dat met de auto. En ook dan valt er genoeg te ontdekken. Dat de straten vanuit het centrum niet parallel lopen.

Of dat er overal voor parkeren moet worden betaald. Of dat er een enorme dichtheid aan stoplichten is: ik stuiter van stopstreep naar stopstreep. Er zullen vast handiger routes zijn dan die ik nu neem. En op enig moment zal ik toch in de gaten gaan krijgen welke weg wel en welke weg niet naar mijn flat in Zwanenveld gaat. Of zou fietsen toch handiger zijn? Vast gezonder, en misschien zelfs sneller als je de weggetjes weet. Jammer alleen dat het herfst is. Dat merk je op de fiets toch meer dan in de auto. Maar daar zal ik toch maar niet voor terugdeinzen. We zijn immers niet van suiker!

Dominee Wouter Slob