September 1944, 78 jaar geleden, werd Nijmegen bevrijd. We plaatsen deze maand enkele artikelen ter herinnering aan wat er allemaal speelde toen Nijmegen frontstad werd.

De hele winter werd de stad door de Duitsers beschoten. Honderdduizenden geallieerde militairen waren er gelegerd. Ook Nijmegen was op 5 mei pas echt vrij.

Hieronder een door Herman Leenders (geboren 1898) met potlood geschreven brief uit september 1944. Dat was in de periode dat de Engelsen vanuit het zuiden Nijmegen aan het bevrijden waren. Herman Leenders woonde in een boerderij met rieten kap aan de Graafseweg op de plek waar nu het Triavium staat. Het adres was Tolhuisweg 4. Het origineel van de brief is bewaard gebleven en in handen van zijn twee dochters Tineke en Mientje Leenders. De tekst in dit artikel is de letterlijke weergave van het geschrevene. De brief is een levensecht en persoonlijk verhaal, dat zich afspeelt aan het einde van de Tweede Wereldoorlog in Neerbosch (nu Lindenholt) en Dukenburg. De in het verhaal voorkomende mensen waren allen familie van elkaar. Ze woonden in Overloon, Hees-Neerbosch en Beuningen (Gerrit Pastoors, Wim Toonen, Anna van Zuijlen, Kees Leenders en Herman Zegers). Herman Leenders richtte de brief aan Gerrit Pastoors (ome Gerrit en tante Anna) die toen nog in Oploo woonden. Ze zijn later verhuisd naar de Dorpsstraat in Hees, aan de andere kant van het kanaal.

Foto 1955: Herman Leenders en Anna Janssen met hun dochters Tineke (links) en Mientje.

De brief:

Neerbosch maandagavond 18 sept. 1944

Geachte fam.

Wat een toestand! Wat een toestand is dat geweest, maar ze zijn gelukkig voorbij en wij hopen dat de rotzakken maar nooit meer terrug komen. We hebben het er gelukkig goed af gebracht, geen van allen iets geleden en ons haven er goed overgehouden. Vrijdag, voor 14 dagen, is het begonnen met terrugtrekkende moffen met al hun hebben en houden, met wagens, karren, auto’s, paarden en al wat ze gappen konden ging mee, vooral meegenomen, waarvoor we een goede vier jarige ruin terrug kreeg. Ik bracht het een paar dagen bij Zeegers in den Duckenburg, een beetje achteraf, maar toen vrijdagmiddag voor acht uur de ergste trek van de moffen voorbij was, hebben we hem naar huis toe gehaald en mee gewerkt. Vrijdag avond in de wei gedaan en Zaterdag morgen was het beestje gevlogen. Ik ben ze met de fiets na gegaan, en heb hem weer gevonden, maar niet meer mee gekregen, wel een oudere ruin die erg kreupel was. Hij had iets in den hoef getrapt, maar is nu weer beter. Wij hebben er mee gewerkt, en schijnt nog al mee te vallen. In die dagen hebben we ook inkwartiering gehad, drie verschillende heeren. Wij waren geen baas meer in eigen huis. Er waren goede maar ook nog enkele heethoofden bij, maar over het algemeen waren ze moedeloos.

Toen kwam er stilte voor de storm nog wel auto’s over den weg en treinen met heen en weer trekkende moffen en nog wel eens veel vliegmachienes in de lucht, maar anders ging het nog wel. Tot zondagmorgen de bom los barste met vliegende bommenwerpers en jagers. De brug in Grave werd gebombardeerd toen wij in het Wiechens klooster in de kerk waren, maar heeft toch niet zoveel geleden dat de Amerikanen er nog overheen komen. Maar toen we naar huis gingen krioelde het van jagers die vuurden, dat langs het kanaal in Weurt, Beuningen, Lent en Nijmegen opgesteld stond, net zoolang dat er geen een meer durfde te schieten. Dit had geduurd tot zoo ongeveer vier uur, toen het over Duckenburg zwart werd van groote vliegentuigen, die heel langzaam en laag vlogen, en groote troepen valschermjagers om laag lieten. Ik zei tegen Anna nu word het tijd dat we in den kelder gaan zitten. We hebben gauw het een en ander bij elkander gepakt, en gingen in de kelder zitten en hebben daar gezeten tot maandagmiddag. Het heeft er gespannen, het was ontzettend zooals er geknald is met kannonen, afweergeschut, machiene geweren en uit de vliegmachienes dat hooren en zien verging. We hebben in die tijd heel wat gebid, want we waren niet zoo erg rustig.

Lees verder onder de foto.

Boerderij De Tol van de familie Leenders, Tolhuisweg 4. Rechtsonder spoorlijn Nijmegen-Den Bosch.

Dinsdag

Tot zoover was ik vanmorgen, toen de eerste Engelsche tanks en auto’s over de weg heen kwamen, en wij er heen holden. Maar toen werd er nog geschoten van uit de Duckenburg en vanaf de spoordijk denkelijk van moffen maar wij hebben niemand gezien. Er word nog een Engelsman in het been geschoten. We sjouwden met bier, melk, eieren en appels naar de Engelsche maar toen werd er nog geschoten meenden wij, vanaf bij ons uit de koren en stroo mijten. Dit werd door gegeven aan vrij Nederland die met de Engelsche de boel schoon veegden. We moesten eerst het huis uit tot onder het viaduct, toen het er op los ging met geweren en machiene geweren, maar er werd niemand gevonden, deze waren zeker al weer weg of er is niemand geweest. Ons huis had er nog al wat mee geleden van de geweerschoten door deuren vensters en ruiten. Wij zaten al weer aan een bakje goeie koffie, toen ze kwamen roepen dat de korenmijt in brand stonden. Wij holden er heen maar konden niet meer verhinderen dat 4 koren mijten 2 rogge, 1 haver en 1 tarwe en nog een stroo mijt verloren ging. Deze zijn vermoedelijk in brand geschoten, het is wel jammer maar niets aan te doen.

Nu het vervolg van hetgeen ik van morgen aan het schrijven was. Het was ongeveer 1 uur toen het ophield en wij naar buiten gingen, maar er was niets kapot. Al gouw kwam er iemand over de weg, die tot zowat de kanaal brug fietste, maar direct weer terrug kwam omdat het daar lang niet veilig was. Hij was heel van streek, heeft bij ons wat gegeten en gedronken, en was weer gauw opgeknapt, Hij vertelde dat hij gisteren middag (zondag-middag) van Venraai gekomen was, en bij jullie langs gekomen, en alles er heel rustig was. Dus wij weten al dat jullie zondag nog niets meegemaakt hadden maar misschien nog gekomen is?

Toen ik zoover was (dinsdagmiddag) komen er boven den Duckenburg weer een partij vliegmachienes met manschappen en minutie die met parachutes omlaag gelaten werden. En op ’t oogenblik Engelschen te voet, het krioeld er van. Nijmegen moet het erg kunnen. Zooals verteld word moeten er de moffen nog niet uit zijn en word vanaf Lent erg beschoten. Er is op verschillende plaatsen brand en kan de brandweerniets aan doen vanwege het schieten.

Ik ben nog vergeten te schrijven dat de brug bij Grave de kanaalbrug (spoorbrug en voetbrug) behouden is dank zij vrij Nederland en de overvaltroepen van de Engelschen. De andere bruggen liggen weer in het kanaal. Ook de brug bij Pastoors. Hoe ze het bij Pastoors er afgebracht hebben weet ik niet. Wel is W Toonen gisteren avond bij ons geweest en heeft de radio weer geplaatst. Hij speelt weer prachtig. Toon is Zondag middag naar Wiechen Boschkant naar zijn meisje gegaan en is eerst vanmiddag heel even thuis geweest. Hij had minuten moeten rijden voor de Engelschen die daarin ’t Broek met zweefvliegtuigen omlaag gelaten waren. Ook werden daar zweefvliegtuigen omlaag gelaten met tankwagens en luxe auto’s als ze op den grond kwamen, ging er een klep open en reed er zoomaar een auto of tankwagen door het weiland. Wij hebben van alles van de Engelschen gekregen cigarretten, chocolade, pepermunt en nog van alles maar we konden ze niet verstaan, nog minder dan de Duitschers.

Er zijn al veel Engelsche vrachtwagens op Nijmegen aan, maar nu gaan ze staddijk op waar ze wel gauw een brug over het kanaal zullen maken en dan richting Mook gaan, dat vermoeden wij.

Ik ben zoojuist nog bij de korenmijten geweest, maar ze branden nog wel twee dagen. De brandweerwacht staat er bij maar kon er vanmiddag niets meer aan doen en laten het zoo maar uitbranden.

Anna van Zuilen is vanmorgen bij ons geweest. Kees maakt het tamelijk goed, maar met zijn rug is het nog lang niet in orde. Van de andere familie weet ik niets, alleen W Toonen zooals ik al schreef is gisteravond bij ons geweest en heeft ook niets geleden. Ook Herman Zeegers niet wist ik van A van Zuilen. Ik zou nog veel meer kunnen schrijven maar het begint al laat te worden, en wij willen naar bed, zo gauw als we elkaar zien zullen we nog wel eens meer praten. Boven Nijmegen dreunt het nog verschrikkelijk. Wat zal er overblijven.

Hoeveel soldaten er gesneuveld zijn weet ik niet, maar niet zooveel, wel heb ik van morgen iemand gesproken, dat er zes Engelschen bij het kanaal lagen. Maar ik maak er maar een eind aan. Dus je weet er alles van wij maken het goed.

Ik meende een eind te maken maar nu komt Herman Zegers met nog iemand uit Beuningen (allebij vrij Nederlanders) en die vertelden dat W Toonen met de heele huishouding bij hun was gekomen, omdat het thuis te warm werd, van de moffen die nog in het Waterkwartier zaten.

Hij vertelde ook dat bij ons in het land bij ’t Hert*) honderd gaten geslagen waren van projectielen die in Lent of Oosterhout van over de Waal afgeschoten waren, met de bedoeling van de brug over het kanaal. Wij hebben het gelukkig goed afgebracht.

Nu komen er nog een paar brandweerlieden voor de wacht bij de brandende mijten, maar ik maak er maar een eind aan en maak den brief maar af. Anders weet ik morgen vroeg nog weer meer.

Wij zijn toch niet vroeg naar bed en hebben de laatste nachten zoo slecht geslapen.

Schrijf ons ook eens hoe het bij jullie gegaan is.

Boven Nijmegen bonkt het nog erg en schijnt wel of alles in brand staat.

Groeten van ons allen, H. Leenders Neerbosch

*) De nog steeds bestaande boerderij ’t Hert uit 1802 aan de Teersdijk, huidig adres Zwanenveld 32-02. Hier woonde later Ted Felen.

Samenstelling: Wim Zegers

De Dukenburger nummer 1-2020, website september 2022