September 1944, 78 jaar geleden, werd Nijmegen bevrijd. We plaatsen deze maand enkele artikelen ter herinnering aan wat er allemaal speelde toen Nijmegen frontstad werd.

Nijmegen heeft aan de Tweede Wereldoorlog aardig wat trauma’s overgehouden.

Market Garden, de geallieerde luchtaanval waarmee Nijmegen op 20 september 1944 weliswaar als een van de eerste grote steden in Nederland bevrijd werd, maar omdat de verdreven Duitsers verwoede pogingen deden om de Waalbrug alsnog te vernielen, was de stad ook zes maanden lang frontstad.

Oorlogservaringen van Jaap Mooi. Granatentijd.

De bevrijding van Nijmegen begint op 17 september 1944 toen de eerste Amerikaanse militairen Nijmegen-Oost binnentrokken. De paratroepers kwamen via de Berg en Dalseweg en de Tooropstraat. Eerst de soldaten, gevolgd door de vele militaire voertuigen. Jaap: “Uiteraard moesten wij binnenblijven vanwege de gevechten die in de straten uitbraken met de terugtrekkende Duitsers.” De geallieerden vochten zich dwars door Nijmegen-Oost een weg naar de Waalbrug. Op 20 september was de stad bevrijd. Maar de oorlog was nog niet voorbij.

 

 Nijmegen werd frontstad en vooral Nijmegen-Oost lag in de vuurlinie. Zij werd toneel van eindeloze gevechten en granaatbeschietingen, met op enig moment een geallieerde troepenconcentratie van niet minder dan 470 duizend man. Daarnaast werd de stad onophoudelijk bestookt door Duitse artillerie, bommenwerpers en met V1-vliegende bommen. In die periode raakten nog eens zo’n duizend huizen zwaar- en meer dan vijftienduizend lichtbeschadigd. Het aantal burgerslachtoffers in die maanden overtrof zelfs dat van het 22 februari-bombardement. Deze periode staat in Nijmegen bekend als de granatentijd, een gruwelijke mooie benaming. Zij eindigde op 17 maart 1945, toen de laatste Duitse granaat op de stad viel. In deze granatentijd speelde Sportfondsenbad-Oost wederom een rol van betekenis in het leven van Jaap en van de andere buurtbewoners.

Leven in de catacomben

De bommen vielen overal. Huizen werden verwoest of zwaar beschadigd. Getroffen gezinnen vonden een tijdelijk onderdak in de catacomben van het Sportfondsenbad-Oost. Jaap: “De angst regeerde. Mijn ouders en veel buurtbewoners waren bang dat ook hún huis geraakt zou worden. Zo kwam de familie Artz met nog dertig andere buurtbewoners naar het zwembad nadat hun huizen in de Bachstraat waren getroffen. Tijdens die aanval kwam een bij ons naar binnen gevluchte man om het leven en stierf ook zijn zoon.” De bommen die op het naast het zwembad gelegen kerkhof neerkwamen, hadden waarschijnlijk het sportfondsenbad als doel. Jaap kan zich het gevolg voorstellen: “Als die granaten hun doel wél zouden hebben bereikt, zouden we allemaal verdronken zijn. Honderdduizenden liters water zouden ons overspoeld hebben!” Dat was de angst van alle mensen die in de catacomben schuilden. Jaap: “Maar toch gaf het ook een veilig gevoel om met buurtgenoten samen te zijn.”

Voordelen

Voor kinderen had het leven in een frontstad ook z’n kleine voordelen. Jaap: “Wij werden verwend met chocolade en koeken die de geallieerden meenamen als ze kwamen zwemmen.” In de catacomben ging het normale leven zo goed en kwaad als mogelijk gewoon door. Zo maakten in december Sinterklaas en Zwarte Piet hun opwachting. Na verloop van tijd werden er ook kerkdiensten gehouden. Jaap: “Slapen in de catacomben deden we op provisorische bedden, in de zogeheten pijpenla aan de zijkant van het gebouw. Dat was een ruimte waar men zich bij grote drukte ook kon omkleden.”

 Ter bescherming voor inslaande granaten werden voor de ramen betonnen platen geplaatst. Deze platen lagen oorspronkelijk bovenop de pilaren van het kerkhof. Tegenwoordig ontbreekt op sommige pilaren van het kerkhof nog steeds zo’n afdekplaat. De kinderen moesten op tijd naar bed, maar omdat alles zo spannend was in de catacomben, probeerden ze steeds tijd te rekken. Jaap: “Ik deed dat door midden tussen de buurtbewoners op mijn hoofd te gaan staan. Als iedereen dan hard moest lachen, was het toch weer een beetje later geworden.” Op een dag werd er gewaarschuwd dat een NSB’er vanaf het schuifdak lichtkogels de lucht in schoot. Deze actie was waarschijnlijk bedoeld om het zwembad voor het Duitse geschut als doel te markeren. Een Canadese militair haalde de man met getrokken pistool van het dak. Jaap: “Daarvoor moest hij een ladder op de hoge duikplank plaatsen. Dan pas kon hij door een luik het dak opklimmen.”

Zwarte bladzijde

 Op een dag stonden voor de deur van het sportfondsenbad een paar Amerikaanse legertrucks met munitie geparkeerd. Plotseling sloeg een aantal granaten in, maar de scherven stuitten af op de gepantserde motorkap en vlogen door de ramen van de kassa in het zwembad. Daar zat op dat moment de pas vijftienjarige Truus Mast, die ondanks de granaten de opdracht had gekregen op haar post te blijven. Zij werd dodelijk getroffen. Ook twee Amerikaanse soldaten lieten het leven bij deze aanslag. Jaap: “Jenny van Asch-van Es moest die dag om drie uur Truus aflossen. Toen zij rond kwart voor drie bij het sportfondsenbad aankwam, trof zij een enorme ravage aan. Alles zat onder het bloed. Het beeld van de dode soldaten en de getroffen Truus Mast heeft Jenny nooit meer losgelaten.” Op dinsdag 14 november 1944 is Truus Mast ter aarde besteld op Rustoord. Op 17 maart 1945 kwam er een einde aan de beschietingen en keerde de rust rond Sportfondsenbad- Oost terug.

In 2013 heeft de gemeente Nijmegen op de plaats waar ooit Sportfondsenbad-Oost stond een parkje aangelegd. Het parkje is op initiatief van Jaap het Truus Mastpark gedoopt ter herinnering aan de dappere caissière. Ook staat er een gedenkplaat ter herinnering aan Truus, aan het Sportfondsenbad-Oost en aan alle burgerdoden die vielen na de bevrijding van Nijmegen. Jaap: “De tijd in mijn jeugd met al die herinneringen heeft mij geleerd dat een tijd waarin de mensen vermoord en gemuilkorfd worden nooit meer mag gebeuren. Ik eindig daarom met deze tekst:

Als alle kinderen op aarde

Hand in hand samen gaan

Dan krijgt het leven veel meer waarde

En breekt eindelijk de vrede aan.”

Jaap Mooi 2020

Na de oorlog

Na de oorlog volgde Jaap Mooi diverse opleidingen. Begin jaren 50 werd hij uurwerk-/horlogemaker. Hij werkte onder andere bij Van Baal in Nijmegen. Bij Pijls in Arnhem is hij gespecialiseerd. Zijn militaire dienstplicht vervulde hij bij de mariniers. Hij tekende bij en was van januari 1958 tot maart 1959 op Curaçao. Terug in Nederland werd hij weer horlogemaker in Arnhem, daarna bij Gerrit Uyen in Nijmegen. In 1964 werd Jaap bedrijfsleider bij Zetsma in Doetinchem. Dat was inclusief bedrijfswoning, waardoor zijn verloofde Wil en hij konden trouwen.

Jaap wilde terug naar Nijmegen en zegde zijn baan op. Hij begon voor zichzelf. Wil en hij kregen oorspronkelijk geen woonvergunning omdat ze niet economisch gebonden waren. Uiteindelijk kregen ze een kleine flat aan de Heidevenstraat. In een slaapkamer had hij zijn werkplaats. Kort daarna verhuisden ze naar Malvert. In 1968 kreeg Jaap van de NMB een tip voor een leegstaand pand in winkelcentrum De Notenhout in Neerbosch-Oost. Het werd zijn eerste winkel. Hij was tien jaar voorzitter van winkeliersvereniging De Notenhout.

Jaap wilde in 1976 per se naar het nieuwe Grootwinkelcentrum Dukenburg. Na stevige aandrang lukte het hem. Hier was hij 24 jaar voorzitter van de ondernemersvereniging. Hij opende in 1986 een tweede winkel in de Augustijnenstraat, maar dat project mislukte.

Jaap heeft talloze functies bekleed. Hij was voorzitter van de Nederlandse Juweliers- en Uurwerkenbranche en voorzitter van het Nijmeegs Ondernemersverbond. Hij zat voor het CDA in de Nijmeegse gemeenteraad. Hij schreef een jaar lang columns: Poortwachter in De Brug en Zondagrijder in De Zondagskrant. Hij was bestuurslid van de stichting Nijmegen op Wielen, die halverwege de jaren 80 drie keer de Profronde van Nederland naar Nijmegen haalde. In 1985 organiseerde die stichting de langste ontbijttafel ter wereld: 1001 meter in de Nijmeegse binnenstad, bedacht door Jaap Mooi en uitgevoerd door Joop ten Kate, de uitbater van de Boterwaag. Gasten waren onder meer oud-premier Dries van Agt en de beste wielrenner ooit: Eddy Merckx. Hij schreef een boekje over Sportfondsenbad Nijmegen-Oost. Jaap en Wil wonen in Lankforst.

 

Bericht maart 2020 De Dukenburger, digitaal september 2022