September 1944, 78 jaar geleden, werd Nijmegen bevrijd. We plaatsen deze maand enkele artikelen ter herinnering aan wat er allemaal speelde toen Nijmegen frontstad werd.

Nijmegen heeft aan de Tweede Wereldoorlog aardig wat trauma’s overgehouden. Een daarvan de blunder van de Amerikaanse luchtmacht, die de stad op 22 februari 1944 bombardeerde en het historische centrum grotendeels verwoestte.

Oorlogservaringen van Jaap Mooi.

 “Ik ben op 7 augustus 1937 geboren in de Van Beethovenstraat 41, recht tegenover Sportfondsenbad- Oost. Dit stukje Nijmegen-Oost is in mijn vroegste jeugdjaren steeds het centrum van mijn leefwereld geweest en het zwembad speelde daarin de centrale rol.” Aan het woord is Jaap Mooi. De redactie van Mariken heeft hem gevraagd zijn verhaal te doen over wat hij gedurende de oorlog beleefde. “Mijn allereerste herinnering was dat ik daar, aan het begin van de Tweede Wereldoorlog een ferme mep kreeg van een Duitse militair. Ik was blijkbaar te nieuwsgierig naar een peloton Duitse soldaten dat op de stoep voor het zwembad klaarstond om af te marcheren. Toen ik te dichtbij kwam, gaf de commandant me een enorme klap midden in mijn gezicht. Huilend ben ik naar mijn moeder gerend. Ik was pas vier of vijf en die herinnering is mij altijd bijgebleven.”

Oorlogsverhalen

Hoewel nog jong heeft Jaap een levendige herinnering aan die oorlogstijd. Het zijn verhalen van trots en moed, maar ook van angst en verraad.

 

 Zo vertelt hij dat zijn vader, wijlen Jelte Mooi, tijdens de oorlog werkzaam was op het kantoor van het Kadaster. Hier had hij een goed beeld hoe de huizen in Nijmegen verhandeld werden. Op een dag kreeg hij bezoek van een man in een SS-uniform. Hij bleek een Nijmegenaar te zijn en had het huis gekocht van een uitgezette Joodse familie en “of mijn vader de overschrijving van eigendom kon regelen.” Jaap: “Dat heeft hij toen geweigerd, wat hem op een flinke waarschuwing kwam te staan.’ Ook kwamen met de Duitsers sympathiserende Nijmegenaren regelmatig luisteren bij de zondagspreek van de dominee van de gereformeerde kerk aan de Bijleveldsingel. Zij waakten ervoor dat hij geen opruiende teksten van de kansel verkondigde. “Na de bevrijding zijn veel van die sympathisanten met de soldaten naar Duitsland vertrokken. De paar die bleven hebben het geweten", aldus Jaap, “Ik weet nog goed dat één van hen vastgebonden werd aan het hekwerk op de hoek Groesbeeksedwarsweg en Bachstraat.”

Kaalgeschoren

Ook de buurman van de familie Mooi zat in het verzet.

Hij werkte bij de PTT en onderhield de telefoonlijnen in de stad. Hij heeft meegeholpen bij de aanleg van een gescheiden, clandestien netwerk dat niet door de bezetter kon worden afgeluisterd. Op deze wijze kon de Nijmeegse politie met regelmaat Joden waarschuwen voor hun aanstaande deportatie. Maar ondanks deze daden van verzet konden zij niet verhinderen dat gedurende de gehele oorlog zo’n vijfhonderd Nijmeegse Joden door de Duitsers zijn opgepakt, gedeporteerd en nooit meer zijn teruggekomen. Één van de agenten van de Nijmeegse politie was Piet Berkelaar, de aanstaande schoonzoon van de buurman Pa Kuin. Jaap: “Op een dag zag ik Piet heel hard op zijn sokken voorbij hollen. Hij rende naar het huis van onze buren, bonsde hard op de deur en werd gehaast binnengelaten. Ik wilde het aan mijn ouders vertellen, maar mijn ouders reageerden onmiddellijk: “Sssst.” Ik moest stil zijn. Even later stormde een groot aantal Duitse soldaten met de geweren in de aanslag de straat in. Een razzia. Overal zag je ze, tot op de daken toe. Ze hebben Piet gelukkig niet gevonden. Hij is hierdoor aan het vuurpeloton ontsnapt, maar vele van zijn collega’s waren niet zo gelukkig en zijn geëxecuteerd.”

Sportfondsenbad-Oost

Het Sportfondsenbad-Oost heeft gedurende de oorlogsjaren aan vele onderduikers onderdak verleend. Zij hielden zich vooral schuil boven in het plafond van het grote zwembad. Terwijl de Duisters in het zwembad hun baantjes trokken, hielden vijf meter boven hun hoofden de onderduikers angstig de adem in. Na sluitingstijd klom iemand van het zwembadpersoneel in het stikdonker via een ladder naar boven en bracht hen eten en drinken. Tijdens de Februaristaking van 1943 besloten drie zwembadmedewerkers het zwembad onklaar te maken. Zij lieten ruim 600 duizend liter weglopen en saboteerden de pompen. Ook verwijderden ze de zekeringen in de zekeringenkast. De Duitsers waren woedend. Het sabotagetrio vluchtte en dook met enkele andere personeelsleden onder. Zwembadmedewerker Okko Luidens hoorde niet bij deze onderduikers. Jaap: "Met een pistool in zijn nek moest hij de zaak repareren. Toen dat niet meteen lukte, dachten de Duitsers dat ook hij de boel probeerde te saboteren. Met moeite wist hij hen ervan te overtuigen dat de oorzaak aan de waterleiding lag.” Het eerste water dat hij naar boven pompte, was echter vies bruin. De Duitsers zetten hem tegen de muur. Ongetwijfeld moet Okko gedacht hebben dat zijn laatste uur had geslagen. Met grote overredingskracht wist hij echter de Duitsers te overtuigen iemand van de gemeentelijke waterleiding erbij te halen om naar het euvel te kijken. De Duitsers geloofden hem en het liep dus voor Okko af met een sisser. Maar vanaf die tijd bleven de Duitsers bij de ingang van Sportfondsenbad- Oost posten. Vanuit het slaapkamerraam zag Jaap hen daar staan, met de geweren in de aanslag. Af en toe fietsten de gezochte zwembadmedewerkers langs, weggedoken met de hoofden diep in hun kraag om niet herkend te worden. De echtgenote van één van de saboteurs werd wel opgepakt en weggevoerd naar een concentratiekamp. Zij is nooit teruggekeerd.

‘De stad staat in brand’

 Het bombardement op 22 februari 1944 staat nog steeds als een foto in het geheugen van Jaap opgeslagen. Jaap: “Wij zaten met ons gezin van zeven personen aan de etenstafel toen het luchtalarm afging. Iedereen binnenblijven. Toen het sein op veilig ging, werd er bij ons aangebeld. Mijn vader liep naar de voordeur. Nieuwsgierig als altijd liep ik met hem mee. De buurjongen Gerrit Kuin wilde mijn vader spreken. Ineens vlogen enkele vliegtuigen zeer laag over ons huis richting stadscentrum. Gerrit bedacht zich geen moment, tilde mij op en zo snel als mogelijk rende hij met mij in de armen de kelder van ons huis in.” Nog geen moment daarop ontploften de bommen. Boven de stad stegen grote zwart-witte rookwolken op. Het werd aardedonker, een dikke stofwolk overspoelde de stad en duizenden papiersnippertjes dwarrelden naar beneden. Op het dak van het zwembad klom Okko naar buiten, langs de kleine trapjes van de grote schoorsteen naar boven. Vandaar had hij een goed zicht op de stad. Helemaal ontdaan kwam hij terug: “De hele stad staat in brand!” Toen kwamen de eerste overlevenden. Ontsnapt aan de bommenregen, grijs van het fijne stof, liepen zij de Daalseweg omhoog. Jaap: “Hetzelfde beeld kennen wij van de aanval op het World Trade Center op 9/11 in New York. Ik was in shock toen ik dat beeld van de grijze mensen ook daar herkende.”

Voor deel 2 klik hier

Bericht maart 2020 De Dukenburger, digitaal september 2022