Nieuwsgierig luister ik naar de twee knullen die rechts van mij bij het verkeerslicht staan. Ze kijken afwisselend op een smartphone – die de jongen met de gele sweater in de hand houdt – en dan schuin naar de overkant van de straat zo’n 60 m. naar links. Daar staan bij de verkeerslichten twee meiden te wachten.

“Nee, ze zien ons niet.”

“Dan kunnen we oversteken.”

Als het licht op groen springt, rennen ze naar de overkant, schieten rechtuit het paadje in en verdwijnen tussen de struiken. Ik loop een stuk rustiger en zie dat de meiden bij groen licht abrupt rechtsomkeert maken en terug de wijk Tolhuis inrennen.

Even later kom ik de knullen tegen. Ze verschuilen zich achter een klein autobusje.

“Kunnen jullie elkaar tracken?”, vraag ik.

Dan leggen ze enthousiast uit dat zij boeven zijn en de meiden politieagenten die hen binnen een kwartier proberen te vangen. Om de twee minuten krijgen ze via de app Het jachtseizoen de locatie door van de boeven. Die moeten dus rennen voor hun leven.

Ik mag ze op de foto zetten, Ruben en Kyano. Ze gaan keurig in het gelid staan.

“Wel een beetje een boefachtige pose, hoor!”

Ze speuren voorbij het busje of de politie er aankomt. Kyano staat met de handen op de rug. Bereidt hij zich al voor op een paar boeien?

Onverwacht tref ik de meiden vlak bij de flat waar ik woon. Ze komen van de andere kant en hebben dus een grote omweg gemaakt, waarschijnlijk om de knullen te kunnen verrassen.

“Ik heb de boeven gefotografeerd, mag ik van jullie ook een foto maken?”

“Waar zijn ze?”

“Dat verklap ik niet.”

Ook Elize en Mila gaan op de foto als ze hun jacht voortzetten.

Anja Strik, november 2021