“Ik moest weten wat er speelt en zorgen dat er wat gebeurt. Dat kan alleen maar samen met bewoners.” Aldus voormalig wijkmanager Eric van Ewijk in een interview met zijn afscheid als wijkmanager in januari 2010 in de Dukenburger.

Zoals u hebt kunnen lezen is per september 2021 het wijkmanagement opgeheven. Er wordt nu gesproken van Wijkregisseurs voor drie verschillende sectoren. Met ‘doorzettingsmacht’. Die regisseurs moeten we ook delen met Lindenholt. Over de rol van bewoners en de benaderbaarheid van deze wijkregisseurs bestaat nog veel onduidelijkheid.

Hieronder een interview uit 2010 met onze eerste wijkmanager in Dukenburg. De verschillen met de aanpak nu en de samenwerking met wijkbewoners lijken bijzonder groot. 
Het is de redactie van de Dukenburger overigens op dit moment volstrekt onduidelijk waarom het wijkmanagement in die vorm moest verdwijnen.”

Eric van Ewijk, zeven jaar was hij wijkmanager in Dukenburg: “Ik voel me verbonden met de bewoners die zich voor de wijk inzetten. Ik heb met hart en ziel in Dukenburg gewerkt.” Dat zegt Eric van Ewijk, tot 1 januari 2010 wijkmanager van Dukenburg. Zeven tropenjaren heeft hij er doorgebracht. Hoe was het toen hij kwam? Hoe is het geworden?

Een afscheidsinterview.

Eric van Ewijk is een geboren en getogen Nijmegenaar. Hij groeide op in Jeruzalem/Heseveld. Van oudsher heeft hij banden met Dukenburg. Voordat het stadsdeel gebouwd werd, woonde familie aan de Teersdijk. Die noemde men de poppendokter. Zijn vader heeft meegewerkt aan de realisatie van Dukenburg en Lindenholt.

  Van Ewijks eerste baan was op kantoor der gemeenteontvanger van Nijmegen. Dat was in 1977. Daarna ging hij naar Beuningen, waar hij het openbaar onderwijs uit de klei mocht trekken. In 1989 kwam hij terug bij de gemeente Nijmegen. Tot 1994 deed hij onderwijsfinanciën en was financieel consulent maatschappelijk werk. Aansluitend werd hij beleidsmedewerker kunst en cultuur.

Toen kwam het grotestedenbeleid. Van Ewijk: “Ik heb aan het plan, de Stadsvisie 2015, meegewerkt. Vervolgens kwam Fortuyn en werd alles anders. Het adagio van het eerste linkse college was 1) uitvoeren, uitvoeren, uitvoeren en 2) alle wijken tellen mee. Aan het begin van die periode ben ik wijkmanager in Dukenburg geworden.”

Zwanenveld

“Er was in Dukenburg niet veel structuur. Er waren wel vrijwilligersclubs, zoals Solid en de Informatheek. Qua belangenbehartiging was er weinig georganiseerd. Zwanenveld had de stichting bewonersplatform. Die viel over mij heen met kritiek en oud zeer. Ik vond het erg dat deze mensen door de gemeente in hun hemd waren gezet. Gedurende een jaar of vier, vijf hebben we met een vaste groep mensen voortdurend een lijst met ongeveer 240 verbeterpunten doorgenomen. Er werden 140 punten in de openbare ruimte aangepakt. Dit kwam in een stroomversnelling door een bezoek van het college aan Zwanenveld. Dat vond toen veel boze bewoners tegenover zich.”

Goede basis

 “De oriëntatie op álle wijken was nieuw. Uiteindelijk heb ik stapje voor stapje gewerkt naar een structuur in Dukenburg: kennen en gekend worden. Ik zei: “Ik blijf.” Dat was belangrijk voor bewoners, want dan wisten ze dat ze bij mij terecht konden. Ik moest weten wat er speelt en zorgen dat er wat gebeurt. Dat kan alleen maar samen met bewoners. Er kwamen bewonersplatforms. Na een paar jaar hadden we het voor elkaar dat er een goede basis lag voor allerlei zaken. Ik had bijvoorbeeld een budgetje van de provincie: Meijhorst, veiligheid maak je samen. Dat kon ik niet kwijt zonder bewoners erbij te betrekken. Ik heb het platform Meijhorst geholpen van start te gaan. En met dat platform kon ik zakendoen. De huidige vestiging van Het Inter-lokaal en ook de buurtbemiddelaars zijn daar het gevolg van. Het was klein geld met grote gevolgen.”

Wijkbeheerplannen

“We hebben in de gaten gekregen hoe we de openbare ruimte moeten aanpakken. Er zijn wijkbeheerplannen gekomen. Die garanderen structureel aandacht voor onderhoud op wijkniveau, met invloed van bewoners. De openbare ruimte moet in orde zijn. Dat moet de basis zijn: schoon en heel. We moesten de scepsis van bewoners omturnen tot meedenken en samenwerken. In de eerste vier jaar hebben we de rommel opgeruimd.”

Loopje

“Als je teveel hetzelfde type woningen hebt - ruim en goedkoop - haal je teveel mensen in de wijk die soms een loopje nemen met het woongenot van anderen. Die kunnen een enorme uitstraling hebben en de sfeer in een straatje verzieken. Als je het onderzoekt, blijken er in die gezinnen vaak en veel problemen te zijn. We moeten dus wat achter de voordeur doen. Dukenburg had wel probleemgezinnen, maar die waren slechts in een paar gebiedjes dominant aanwezig. Nu pakken we, als het echt moet, door, samen met corporaties en politie. Bijvoorbeeld bij de maisonnettes in Malvert. De bundeling van problemen is daarbij doorbroken. Die los je voor een deel op doordat mensen meer gespreid gaan wonen.”

Multi-probleem

“In Dukenburg is geen criminele familiestructuur gevonden zoals in Oud-West. Toch zijn er naar schatting ongeveer tweehonderd multiprobleemgezinnen. Met opvoedingsproblemen, huiselijk geweld, schulden et cetera. Met onder meer de wijkteams proberen we daar wat aan te doen. Via die gezinnen komen we bij de jongeren terecht, die overlast veroorzaken of zich crimineel gedragen. Als we erin slagen om in Dukenburg een flink deel van die problemengezinnen perspectief te bieden, dan gaat de leefbaarheid met sprongen vooruit, ook ten aanzien van de jongerenoverlast.”

“Tegelijkertijd: we moeten niet de indruk wekken dat alles maakbaar is. Bewoners hebben torenhoge verwachtingen en zijn verontwaardigd als de overheid niet alles waarmaakt. Dat kun je ook niet als overheid.”

Bewoners

“Leuk was het contact met bewoners in alle soorten en maten, om daar tussen te kunnen staan. Er zijn in Dukenburg ongeveer tweehonderd mensen actief betrokken bij hun leefomgeving. Die veroorzaken bij elkaar zoveel activiteit, dat iedereen daar baat bij heeft. Er zijn veel verschillende meningen, maar bijna altijd komt het tot gemeenschappelijkheid. Dat is fantastisch. Goede voorbeelden zijn de Dukenburger en dat er uiteindelijk een grote speeltuin op Staddijk komt.”

De Zevensprong

“Hart voor Dukenburg is de basis voor het ontstaan van De Zevensprong. De grootschaligheid van de aanpak ging er snel uit. Het werd: laten we kijken naar inbreiding, zodat het gebied geen geweld wordt aangedaan. Er is een convenant met De Zevensprong over de manier waarop de gemeente omgaat met bewoners bij plannen.”

“De Zevensprong is een rechtstreeks gevolg van de behoefte van bewoners om invloed te hebben. Je moet het geluk hebben dat bewoners willen meewerken aan het omzetten van ideeën naar projecten. En met professionals van politie, corporaties, scholen en dergelijke die een stapje extra willen zetten. Kijk naar de problemen die Het Inter-lokaal oplost. Of de buurpreventieteams. Er zijn veel mensen geholpen door initiatieven van medebewoners.”

Dukenburggevoel

“Steeds meer mensen krijgen een Dukenburggevoel. Hart voor Dukenburg heeft bewoners boos en alert gemaakt. Die inspanning van bewoners heeft succes geboekt. Maar het plan is niet alleen tegenhouden. Er zijn ook gewenste ontwikkelingen: de Dukenburger en het cultuurhistorisch groen. We missen nog een groot voorzieningenhart in Meijhorst. Voor de rest zijn de voorzieningen successen van bewoners, bijvoorbeeld de jongeren- en de ouderensoos in Zwanenveld.”

Ambtenaren

“Ik vind het niet leuk dat ik deel uitmaak van een organisatie waar bewoners soms, terecht, boos op zijn. Zo kwam ik Dukenburg binnen. Gemeenteambtenaren kunnen een bijdrage leveren door bewoners te horen en te respecteren. Veel collega’s doen dat en zijn bezig met de kwaliteit van Dukenburg. Dat is geborgd. Er zijn er nog die vergeten op tijd bewoners te raadplegen, maar in steeds meer gevallen worden bewoners vanaf het begin bij een project betrokken. Een goed voorbeeld is de Geologenstrook. Dat proces is geborgd. Daar hoefde ik niets aan te doen. Wat ik echt erg vond, was de brand in de Boerderij Meijhorst. Ook dáár was Dukenburg een proeftuin. Toen kwam naar voren dat we niks hebben voor jongeren vanaf achttien jaar. Als overheden hebben we alles uit de kast gehaald om te zorgen dat bewoners zich veilig voelen. Wat nog ontbreekt, is een activiteitenprogramma voor jongeren, zodat ze niet hoeven te hangen. Het gaat nu echt om het realiseren van die activiteiten. Dan heb je ook de ontmoeting van de bevolking georganiseerd. Ik hoop dat de invloed van drugs afneemt.”

Hart en ziel

“Ik heb met hart en ziel in Dukenburg gewerkt. Ik voel me verbonden met de bewoners die zich voor de wijk inzetten. Een van de aardige dingen was iets kleins: de dames van Omroep Gelderland in Zwanenveld introduceerden Simon de Zwaan. Het is zo’n knuffel. Simon symboliseert verdraagzaamheid en tolerantie. Hij wordt doorgegeven aan mensen die iets bijzonders hebben gedaan. Dat staat voor de waarden die ik belangrijk vind!”

Bericht oktober 2021, interview januari 2010