Joodse oorlogsslachtoffers deel 3

Afgelopen mei verscheen het boek Voor Joden verboden. Hoe de Joodse gemeenschap uit Nijmegen verdween 1940-1945 van de hand van stadgenoot Frank Eliëns. In de komende uitgaves van de Dukenburger nemen we een van de geschreven portretten uit zijn boek op. Besteden wij aandacht aan een aantal levensgeschiedenissen van Joodse Nijmegenaren en Joden die in Nijmegen ondergedoken waren of wilde onderduiken en het slachtoffer werden van het nazibewind. Dit keer staat het echtpaar Van Coevorden-van Kleef centraal.

Concentratiekamp Natzweiler-Struthof, ongeveer vijftig kilometer buiten Straatsburg in de Elzas

Fritz en Martha

Het jonge echtpaar Siegfried van Coevorden (Fritz) en Martha van Coevorden-van Kleef waren in WOII woonachtig in Den Haag en besloten in Nijmegen onder te duiken. Nijmegen was voor Fritz geen onbekende stad. Voor de oorlog woonde hij bij zijn Hertha en haar man Lazarus Beem in aan de Mesdagstraat 31.

Begin mei 1944 werd de opzichter bij de dienst Gemeentewerken in Nijmegen, H.G. Wijnacker, door Fritz benaderd met de vraag of hij samen met zijn vrouw een aantal dagen bij Wijnacker mocht onderduiken. Wijnacker hoefde daar niet lang over na te denken en haalde het echtpaar Van Coevorden, dat op 5 mei met de laatste trein vanuit Utrecht kwam, af op het station en nam hen mee naar zijn benedenwoning aan de Tooropstraat 8. Wat Wijnacker niet kon weten was dat agent van politie Wiebe op het politiebureau bezoek had gekregen van de bovenbuurman van Wijnacker, Theodorus Marinus Rasing. Die had van Wijnackers vrouw gehoord dat zij de volgende dag logés zou krijgen, waarvan Rasing vermoedde dat ze Joods waren. Volgens Rasing “bemoeiden Wijnacker zich veel met Joden.” Wiebe stuurde Rasing naar Verstappen, het hoofd van de Politieke Dienst, om hem zijn verhaal te vertellen. Wiebe en zijn collega Hidskes, gingen de volgende dag, laat in de avond, naar Wijnacker waar ze het zojuist gearriveerde echtpaar Van Coevorden én Wijnacker arresteerden. Laatstgenoemde werd na enige dagen vrijgelaten. Fritz werd als gevangene tewerkgesteld in het Kommando Echterdingen, vlakbij het concentratiekamp Natzweiler, en werd eind 1944 overgebracht naar het vliegveld Natzweiler-Struthof bij Stuttgart om daar te werken. Daar leefde hij onder erbarmelijke omstandigheden. Hij kwam er door uitputting om het leven op 25 april 1945, 28 jaar oud. Zijn vrouw Martha werd op 1 februari 1945 in Auschwitz vermoord. In 2005 werd bij een Amerikaans militair vliegveld in de buurt van Stuttgart een graf met 34 lichamen gevonden. Volgens de Oorlogsgravenstichting en het Nederlandse Rode Kruis is Siegfried van Coevorden mogelijk één van de dertien Nederlandse Joden die in het massagraf begraven liggen. Op dringend verzoek van Joodse organisaties werd afgezien van DNA-onderzoek en werden de stoffelijke resten herbegraven op 15 december 2005 op de Amerikaanse luchtbasis Filderstadt. Daarbij was ook aanwezig Efraïm Kochba, de zoon van Siegfried van Coevorden en Martha van Kleef.

De benedenwoning aan de Tooropstraat 8

Efraïm

Ernst Efraïm van Coevorden, zich later noemende Efraïm Kochba, werd in augustus 1943 in Amsterdam tijdens de onderduik geboren en heeft zijn ouders nooit gekend. Meer dan dat zij naar Auschwitz zijn gestuurd heeft hij nooit geweten. “Ik weet niet eens waarom ze zwanger is geraakt het was niet echt een periode dat je kinderen wilde”, vertelde de in Israël woonachtige Kochba in een interview in dagblad Trouw van 29 november 2005. Nog voordat hij werd geboren hadden zij ouders een kinderloos echtpaar bereid gevonden om hem te adopteren. Kochba: “Die vrouw heeft al maanden voor mijn geboorte gedaan alsof ze zwanger was. Ik ben rechtstreeks vanuit het ziekenhuis naar haar overgeheveld. Zij was christelijk en getrouwd met een Joodse man. De rest van de oorlog heb ik met hem doorgebracht, verborgen in een ondergrondse ruimte. Ook na de oorlog ben ik nog een tijd verstopt. Mijn oom van vaderszijde was me gaan zoeken en eiste me op. Maar de familie die me opgenomen had, wilde me niet afgeven. Dat echtpaar kon zelf geen kinderen krijgen en zij hadden mijn ouders beloofd dat ik hun zoon zou zijn, als ze niet terug zouden komen. Alleen stond er niets op schrift. Het werd een felle rechtszaak en in eerste instantie ben ik toegewezen aan dat echtpaar. Maar die vrouw was ziek en overleed. Het hooggerechtshof heeft toen alsnog bepaald dat die man niet voor me kon zorgen en ik ben teruggegeven aan mijn eigen familie.” Zijn oom Fritz nam hem vervolgens mee naar het toenmalige Palestina en bracht het kind, net vier jaar oud, onder bij zijn zuster in een kibboets. Op 12-jarige leeftijd werd hem verteld dat zijn echte ouders op transport naar Auschwitz waren gestuurd en daar waren vermoord.

Louis

Louis, broer van Fritz, vluchtte in januari 1942 naar Engeland en behaalde daar zijn vliegbrevet en maakte veelvuldig vluchten naar Duitsland in en bommenwerper. Hij nam aan het einde van de oorlog deel aan voedseldroppings en vertrok in Palestina. Hij werd piloot en later manager van de luchtvaartmaatschappij El Al en was een vertrouwensman van de Mossad, de geheime dienst van Israël. Louis van Coeverden was zeer betrokken bij de wereldberoemd geworden ontvoering in Argentinië van voormalig SS-kopstuk Adolf Eichmann. Die werd op 11 mei 1960 ontvoerd en tien dagen later overgevlogen naar Israël voor zijn berechting. Van Coevorden had de operationele leiding van de vlucht. De bij het verraad van Van Coevorden betrokken Rasing werd tot zes jaar gevangenisstraf veroordeeld. Hij was tot het voorjaar van 1944 lid van de NSB omdat hij zich wilde onttrekken aan het zich begeven in krijgsgevangenschap. Rasing verklaarde op 22 november 1947 “niet directe sympathie voor Joden” te voelen, maar in het algemeen niet anti-joods te zijn. “Tegen enige bepaalde Joden, met wie ik in een faillissement te doen heb gehad, had ik wel een grief.”

Tekst: Frank Eliëns

Geplaatst augustus 2021